Alles is mis in ‘wonderland’ Brazilië

Geld stroomde binnen, echte hervormingen bleven uit. Dat wreekt zich nu. „De oude machtsstructuren zijn er nog.”

Foto’s Dado Galdieri/Bloomberg

Als zelfs House of Cards-personage Frank Underwood verlekkerd twittert over de crisis in Brazilië, weet je dat het foute boel is. Een president die mogelijk wordt afgezet, een ex-president die minister wordt als bescherming tegen een strafrechtelijke vervolging wegens corruptie. En miljoenen woedende Brazilianen die het beu zijn dat hun leiders schimmige spelletjes spelen, met op het oog als enige doel: zelfbehoud.

Nog maar een paar jaar geleden was Brazilië het voorbeeld van een land dat zich in korte tijd had omgevormd van ontwikkelingsland tot bloeiende economie. Brazilië was het land van mogelijkheden. In 2010 groeide de economie met 7,5 procent, eind 2011 passeerde Brazilië het Verenigd Koninkrijk als zesde economie ter wereld.

Door de grote vraag naar soja, ijzererts en olie, onder andere uit China, stroomde het geld binnen. Voor de zuidkust werden de mogelijk grootste olievoorraden ter wereld ontdekt. Het leidde tot een sterk groeiende middenklasse en grote binnenlandse consumptie: mensen verdienden voor het eerst voldoende geld om witgoed, elektronica en auto’s aan te schaffen.

Diepe crisis

Zo werd het land een van de BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Ze golden als veelbelovende economieën met groeipotentie. Maar die tijd is voorbij. Niet alleen Brazilië doet het slecht: laatst zei de bedenker van het acroniem, Jim O’Neill van de investeringsbank Goldman Sachs, dat hij een paar landen zou laten vallen: „Ik ben geneigd ze nu IC te noemen”, zei hij.

Brazilië verkeert in diepe crisis: de economie beleeft, met een krimp van bijna 4 procent in 2015, haar grootste dieptepunt in een kwarteeuw, met oplopende werkloosheid en groeiende inflatie. Het grootste corruptieschandaal uit de historie werpt een schaduw over het volledige politieke bestel. En gebeurtenissen volgen elkaar zo snel op dat nieuws van gisteren vandaag alweer achterhaald is.

Alle ogen zijn gericht op president Dilma Rousseff en haar mentor en voorganger: Luiz Inácio Lula da Silva. Om Lula te beschermen tegen een strafrechterlijk onderzoek naar corruptie haalde Rousseff hem vorige week haar kabinet binnen. Alsof Lula zichzelf door deze actie al niet verdacht maakte gaf onderzoeksrechter Sérgio Moro, belast met het corruptieonderzoek, taps van telefoongesprekken tussen Rousseff en Lula vrij, die suggereren dat ontlopen van straf inderdaad de belangrijkste motivatie was voor een ministerspost.

Oude macht nog intact

Minister is Lula nog altijd niet: te midden van de maatschappelijke en politieke chaos oordeelde een rechter van het Braziliaanse hooggerechtshof vrijdag dat Lula geen zitting mag nemen in het kabinet, omdat hij zo de rechtsgang blokkeert. Het volledige hof moet die uitspraak nu beoordelen. Maar komende week is het reces. Naar verwachting komt de uitspraak over Lula’s benoeming pas op 30 maart.

„Brazilië is heus geen ander land geworden in een paar jaar tijd”, zegt Juliana Barbassa, auteur van het recent verschenen Dancing with the Devil in the City of God. „Ten tijde van hoge grondstoffenprijzen léék Brazilië het heel goed te doen. Maar wie goed keek, zag toen al dat die vooruitgang niet blijvend zou zijn.”

Want, betoogt Barbassa: echte, fundamentele hervormingen voerde de regering niet door, ondanks voldoende geld en de linkse politiek van de Arbeiderspartij (PT), die sinds 2003 regeert. „Ja, de regering bestreed armoede via omvangrijke sociale programma’s.” Onder president Lula (2003-2011) klommen dertig miljoen mensen uit extreme armoede op. „Maar structurele veranderingen als herziening van het belasting- en pensioenstelsel, diversificatie van de economie en het investeren in onderwijs en gezondheidszorg bleven uit”, zegt de Braziliaanse, die jaren als journalist werkte. „De oude machtsstructuren zijn intact gebleven.”

De kern van deze crisis is het best zichtbaar in de nog altijd gapende kloof tussen arm en rijk in het land met 202 miljoen inwoners. „De PT wilde dat de enorme groep – veelal zwarte armen, die altijd buitengesloten waren – volwaardig onderdeel zou worden van de Braziliaanse maatschappij, met gelijke rechten en dezelfde toegang tot sociale goederen als iedereen”, zegt Barbassa.

Dat is niet gelukt. Recente cijfers laten zien dat 6,2 miljoen mensen weer onder de armoedegrens leven. Klassenscheiding en racisme zijn aan de orde van de dag. Barbassa: „Mensen genoeg geld geven zodat ze geen honger lijden is belangrijk, maar niet voldoende. Voor een definitieve transformatie van hun leven zijn structurele investeringen nodig, in gezondheidszorg, in onderwijs. En die bleven uit.”

Nu speelt vooral de slechte economie het land parten. Niets raakt Brazilianen dieper. „Brazilianen worden rusteloos als het economisch slecht gaat. In de jaren negentig verkeerde het land nog in een diepe crisis met hyperinflatie, die ligt vers in het geheugen. Daarom is het volk argwanend. Dat de regering slecht economisch beleid voert, helpt daarbij allerminst.”

Het is een van de oorzaken van de politieke crisis. Het corruptieschandaal, waarbij vrijwel de hele politieke elite betrokken is, bracht die crisis in een stroomversnelling. Tel daarbij op: 271 van de 594 leden van het Braziliaanse Congres worden aangeklaagd voor ernstige feiten als fraude, omkoping en zelfs moord. Het vertrouwen van Brazilianen in hun leiders, dat al laag was, is nu nihil.

Het is de tragiek van Brazilië. Een kort moment in de lange landshistorie dachten Brazilianen dat een tijd van stabiliteit en groei was aangebroken. Economische instabiliteit leek, evenals autoritaire en corrupte politiek, voorbij. Beide zijn in hun volle, verwoestende hevigheid terug.