8 procent langer dan vijf jaar flexwerker

De flexibele baan is een tijdelijke baan, een baan als uitzendkracht, oproepkracht of stagiair.

Thuiswerken. Foto Roos Koole / ANP

Bijna een op de tien werknemers met een flexibele baan blijft langer dan vijf jaar flexwerken. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder 794.000 werknemers die in 2007 een flexibele baan kregen.

De helft van de mensen blijft hooguit een jaar in de zogenoemde ‘flexibele schil’. 8 procent was na vijf jaar nog als flexkracht actief, 40 procent tussen de een en vijf jaar.

De flexibele baan is een tijdelijke baan, een baan als uitzendkracht, oproepkracht of stagiair. Ook tellen vaste dienstverbanden korter dan twee maanden mee, bijvoorbeeld wanneer het contract voor het einde van de proefperiode wordt verbroken. De tussenperiode tussen twee flexibele banen mag maximaal drie maanden zijn.

30 procent flex in 2020

Onderzoeksorganisatie TNO berekende in 2014 dat in 2020 de ‘flexibele schil’ van een bedrijf gemiddeld 30 procent is – dertig op de honderd hebben dan een flexibel contract. Nu is dat 25 procent. In 2007 was dit 20 procent. Het aantal bedrijven met een flexibele schil steeg in 2014 naar 71 procent.

Gemiddeld over de jaren sinds 2007 stroomde 41 procent van de flexwerkers binnen vijf jaar door naar een vast dienstverband. 22 procent ontving binnen vijf jaar een uitkering. Nog eens 22 procent had bij uitstroom geen werk en geen uitkering. Flexibele werknemers in het openbaar bestuur krijgen het vaakst binnen vijf jaar een vaste baan (67 procent), aldus het CBS.

Tijdens de economische crisis die in 2008 begon is de doorstroom van mensen in de flexibele schil naar een vast dienstverbond afgenomen. Ze stromen vaker uit naar een uitkering dan werknemers die in 2007 of 2008 een flexibele baan kregen.

Wet werk en zekerheid

Begin deze maand verklaarde MKB-voorzitter Michaël van Straalen in een interview met NRC de nieuwe flex- en ontslagwet, de Wet werk en zekerheid, tot een mislukking. Die wet geldt sinds 1 juli vorig jaar met als doel vast werk minder ‘vast’ maken en flexibel werk minder ‘los’.

Door deze wet moet ontslag eenvoudiger en goedkoper worden, maar ook een eind komen aan de mogelijkheid om mensen eindeloos op tijdelijke contracten te laten werken. Het werd in 2013 afgesproken in het sociaal akkoord van werknemers, werkgevers en het kabinet Rutte II. Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) wil vóór 1 juli voorstellen voor verbetering van de Wet werk en zekerheid.