Topactrices brengen leven in teleurstellende tekst Mug

Vlnr.: Lineke Rijxman, Ariane Schluter en Karina Smulders als de Freudjes Foto Sanne Peper

Stralend acteervuurwerk, dat viel te verwachten bij De Freudjes, geen familie, van Mugmetdegoudentand. Welke toneelliefhebber gaat niet watertanden van het vooruitzicht de topactrices Ariane Schluter, Karina Smulders en Lineke Rijxman als drie getroebleerde zussen te zien? En dat ook nog in een voorstelling waarvan de titel stevig psychoanalytisch komisch drama belooft. De nieuwe ‘Mug’ was er een om naar uit te zien.

In De Freudjes, geen familie, geschreven door Joan Nederlof, brengt het ziekbed van de moeder de van elkaar vervreemde zussen weer bij elkaar. In het huis van de oudste, Mathilde (Rijxman), waar de kwijnende moeder boven in bed ligt, leren we ze kennen. Mathilde zorgt, kookt, slooft, rent en reddert, terwijl haar zus Anna (Schluter) zich op de bank nog eens inschenkt: een stevige probleemdrinker die dat verhult onder het mom van ‘gezellig’. Dan meldt zich onverwacht ook nog Renée, de jongste, een stijve carrièrebitch.

Uiteraard knettert en vlamt het al snel tussen de drie. Anna, die het slachtofferschap tot levensdoel heeft verheven, parasiteert schaamteloos op de goedheid van Mathilde, onderwijl luid klagend over wat haar allemaal niet wordt aangedaan, en hoe succesvol ze zou zijn als het leven haar maar gunstiger gezind was geweest („Als ik psychologie had gestudeerd, was ik nu steenrijk”).

Schluter zet, verrukkelijk vet, een komisch en hoogst herkenbaar menstype neer: de vrouw die niets klaarspeelt en in alles mislukt, maar in haar eigen optiek alles kan, èn het lievelingetje van mama was. Haar hardwerkende zusje, die is genomineerd voor een medische prijs, bijt ze toe: „Jij krijgt die prijs alleen maar omdat jouw neurose meer geld oplevert dan die van mij.”

Sorteert Schluter de lach, Rijxman als Mathilde ontroert, als de vrouw die al haar leven lang over haar grenzen laat gaan, en de woede die ze daarover heeft opgebouwd, kanaliseert in lugubere moordfantasieën.

De Freudjes, geen familie kent geestige scènes, zoals het gekibbel over een selfie, en wie er op de foto in het midden mag. En natuurlijk kiest Mathilde als mooiste foto vervolgens diegene waar ze zelf niet op staat. Maar over het geheel genomen stelt de tekst teleur. Het onderwerp van mantelzorg biedt ruimte voor interessante maatschappelijke vraagstukken – euthanasie, participatiemaatschappij –maar die diepere laag komt nauwelijks uit de verf. Ook de (geestige) psychoanalytische karaktertekening heeft weinig om het lijf: meer dan schetsmatig worden de drie types – redder, dramaqueen en workaholic, niet uitgewerkt. Tegelijk wordt hun ‘diagnose’ erg expliciet gemaakt – onnodig uitleggerig.

Dat we in deze vlakke ‘Freudjes’ toch levende, herkenbare en zelfs ontroerende vrouwen zien, is een acteerprestatie van formaat.