Klimaatverandering treft vrouwen harder

Vrouwen hebben óók hart- en vaatziekten en lijden meer dan mannen onder watergebrek. Onderzoek moet daarom meer gericht worden op vrouwen.

Simone Buitendijk: „Als je wilt nadenken over armoedemoet je nadenken over gender.” Foto Merlijn Doomernik

Natuurlijk, het is belangrijk dat er meer vrouwelijke wetenschappers komen. En dat vrouwen in de wetenschap hetzelfde betaald krijgen voor hetzelfde werk als mannen, en dat evenveel mogelijkheden en kansen krijgen in hun wetenschappelijke loopbaan. Dat is nu allemaal nog niet het geval, in Nederland niet en wereldwijd niet.

Maar wie streeft naar ‘gendergelijkheid’ in de wetenschap moet daarnaast ook zorgen dat de wetenschap inhoudelijk ‘genderneutraal’ is, dus dat evenveel wetenschappelijke kennis gaat over, of van belang is voor, mannen als vrouwen.

Er moet niet alleen aandacht zijn voor fixing the numbers en fixing the institutions, maar ook voor fixing the knowledge, zoals Simone Buitendijk en Katrien Maes het eind vorig jaar omschreven in een aanbevelingsrapport van de League of European Research Universities.

Want als je onderzoekers niet dwingt daarop te letten, houden ze een blinde vlek voor de helft van de wereldbevolking, aldus Buitendijk: de vrouwen.

Fixing the knowledge, het repareren van wetenschappelijke kennis wat sekse en gender betreft, is een speciale missie van Buitendijk. De vice-rector van de Universiteit Leiden, die per 1 augustus vice- rector wordt van het Imperial College London, houdt lezingen over gendered research waar ze maar kan – afgelopen week op een workshop aan de bètafaculteit van de Universiteit van Helsinki, volgende maand op de grote interdisciplinaire Gender Summit in Mexico-Stad.

„Je moet het mensen wel uitleggen”, zegt Buitendijk op een knisperkoude, zonnige dag in het Academiegebouw in Leiden. „Eerlijk gezegd: toen ik er vijf jaar geleden voor het eerst over hoorde, begreep ik het ook niet meteen. Maar als het kwartje eenmaal valt, laat het je niet meer los: hoe makkelijk je vrouwen disproportioneel kunt benadelen als je niet nadenkt.”

Leg het dan eens uit: wat is gendered research eigenlijk?

„Dat is onderzoek waarin je rekening houdt met mogelijke biologische sekseverschillen en/of verschillen in gedrag tussen man en vrouw. In brede zin: zowel in de onderzoeksvraag als in de opzet van het onderzoek en de analyse van de data, en zeker ook in de implementatie van de resultaten. En al eerder, in de beslissingen over financiering. Het gaat in al die fasen heel vaak mis en meestal zijn vrouwen daar de dupe van, soms ook mannen. Het is heel voor de hand liggend, maar toch is het een manier van denken die in de wetenschap nog nauwelijks is doorgedrongen.”

Heeft u een voorbeeld?

„Het voorbeeld waar op dit moment het meest over wordt gesproken, is hart- en vaatziekten. Decennialang waren daar voornamelijk grote cohortstudies naar gedaan bij middelbare mannen. Daardoor ontstond het beeld dat vrouwen geen hart- en vaatziekten krijgen, of minder vaak. Maar de helft van de mensen met hart- en vaatziekten is vrouw. We wéten alleen minder over de symptomen bij vrouwen. Dus vrouwen zijn minder goed behandeld of zelfs overleden doordat de symptomen niet goed herkend werden. Sowieso is gendered research in de geneeskunde nu erg in opkomst. Minister Schippers [VWS, VVD] heeft er ook net geld voor gereserveerd.” Het ministerie van VWS investeert de komende jaren 12 miljoen euro extra in onderzoek naar de gezondheid van vrouwen.

Zijn er ook voorbeelden uit vakgebieden waar het minder voor de hand ligt om naar sekseverschillen te kijken?

„Ja, en daarbij zit de oorzaak vooral in de genderrol, minder in het DNA. Vrouwen lijden bijvoorbeeld veel meer onder klimaatverandering dan mannen. Vaak wordt daarbij het voorbeeld genoemd van water halen. In the global south komt het water vaak niet gewoon uit de kraan maar moeten vrouwen lopen naar een put om het te halen. Dat is vaak onveilig, en als vrouwen verder moeten lopen, gaat dat af van de uren die ze in een opleiding kunnen stoppen. Vaak zijn jonge meisjes al de klos.

„Zo kan economische zelfstandigheid van vrouwen direct gerelateerd zijn aan klimaatverandering. En als je moeders helpt, help je ook de kinderen: die hebben dan meer kans dat ze naar school kunnen en later een betere baan krijgen. Als je wilt nadenken over armoedebestrijding moet je nadenken over gender, ook als je daar op zich niet in bent geïnteresseerd. Want als je iets goed doet voor vrouwen, is het goed voor iedereen.”

Ook voor mannen uit de onderklasse?

„Zeker. Omdat ook in de onderklasse het hele gezin profiteert als de vrouw werk heeft. De enige manier waarop mannen daar last van kunnen hebben, is dat het een beetje ongemakkelijk kan zijn als de vrouw economisch zelfstandig is of meer verdient. Maar als mannen met dat statusverlies leren leven, zijn ze beter af.

„Ik vind het trouwens ook een enorme armoede hoe weinig mannen meekrijgen van het ouderschap. Oók in Nederland. Twee dagen verlof als je een baby krijgt, dat is pure armoe. Die genderrollen zijn dramatisch, maar je moet er wel rekening mee houden in onderzoek, anders kunnen vrouwen nog meer op een achterstand raken.”

Vergroot je dan niet juist de stereotypen die je wilt bestrijden?

„Het is ook niet zo dat altijd alles dichotoom moet worden bekeken. In de jaren 90 werden er aparte knieprotheses speciaal voor vrouwen gemaakt en dat bleek helemaal niet zinvol, het was beter om ze per persoon op maat te maken. Het is niet simpel: het gaat erom dat je per onderzoek goed nadenkt over wat er nu eigenlijk aan de hand is.

„En je moet vrouwen al aan het begin van de cyclus laten meedenken, want vaak bepalen mannen het beleid, en anders gaat er kennis verloren. In arme landen wordt vaak binnen gekookt op houtskool of hout. Vrouwen en kinderen lijden het meest onder die ongezonde lucht. Dus maatregelen om het koken anders te organiseren kunnen de ongelijkheid verkleinen, maar dan moet je wel op die manier denken. Sommige subsidieverstrekkers, zoals de Bill en Melinda Gates Foundation en Horizon 2020 van de Europese Commissie, eisen ook al aandacht voor gender.”

Hoe komt het dat u zelf succes heeft in de door mannen gedomineerde wereld van de wetenschap?

„Daar zit een hoop white privilege bij, denk ik. En ik heb het grote geluk dat ik kind ben van twee relatief hoog opgeleide ouders die altijd benadrukten dat je goed je best moest doen op school. Mijn moeder moest trouwens toen ze trouwde, in 1955, stoppen met haar werk bij de zedenpolitie. Dat vindt ze nog steeds onrechtvaardig.

„Maar wie weet wat ik had kunnen doen als ik Simon had geheten en 1.85 meter lang was geweest. Dat zullen we nooit weten.”