In Izmir zeggen ze: het is voorbij

Bootmigranten worden vanaf nu teruggestuurd naar Turkije, zoals afgesproken in het akkoord met de EU. Uit Izmir vertrokken smokkelaars zelf met de laatste bootjes.

Foto Petros Giannakouris/AP

Ahmad (26) loopt tot het laatst te twijfelen of hij alsnog op een bootje naar Griekenland moet springen. Het is 48 uur nadat de EU en de Turkse regering hadden besloten vanaf zondag alle vluchtelingen die in Griekenland aankomen terug te sturen. En Izmir, een van de Turkse centra voor mensensmokkel, is nu al niet meer wat het was.

Op plaatsen waar tot twee dagen geleden smokkelaars en klanten elkaar troffen, is het nu vrijwel leeg. Winkeliers hangen zondag in de wijk Basmane de zwemvesten en opgeblazen binnenbanden weer buiten, niemand koopt.

„Het is ten einde”, zegt Ahmad, een Palestijn uit Damascus. Hij is sinds het begin van de zomer in Turkije. De eerste maanden werkte hij voor een smokkelaar. Nu geeft hij Engelse les aan Syriërs. De meeste smokkelaars en hun hulpjes die hij kent zijn zaterdag zelf met hun gezinnen op bootjes naar Griekenland gesprongen.

Halsoverkop naar Lesbos

Een jonge man die een bord hummus en kebab wegwerkt bij het plein in Basmane springt op als hij Ahmad herkent. Ze smoezen even over geld. Ahmad paste vannacht op de vierduizend dollar van een vader met vier dochters die, nadat ze op Al-Jazeera hoorden over het EU-Turkije-akkoord, halsoverkop naar Lesbos zijn gegaan. Het bootje zat propvol. „Hij belde vanochtend dat ze het gehaald hebben, ik heb het geld bij een restaurant in bewaring gegeven. Het kan nu betaald worden.”

Afghaanse migranten wachten in een verlaten huis in het Turkse Cesme op hun oversteek naar het Griekse Chios.Foto Ozan Kose/AFP

Basmane is de vroegere Joods-Armeense wijk van Izmir met smalle straten, goedkope nachtclubs en zichtbare armoede. In de smoezelige hotels hangen nu alleen nog de pechvogels. Mensen die wel willen, maar nog niet genoeg geld bij elkaar hebben voor een overtocht. Gemiddeld kost die nu zevenhonderd dollar per persoon. De prijzen zijn gedaald sinds de sluiting van de Grieks-Macedonische grens.

De groep die vertrok maar het niet haalde is ook groot. De Turkse gendarmerie is actief. Sinds vrijdagavond zijn op het water en aan de kust ongeveer drieduizend mensen opgepakt.

In kamer 208 van Hotel Arzu in Basmane zit Samira Khalil (28) met haar groep van zeven vrouwen. Ze hebben twee keer geprobeerd over te steken en zijn twee keer opgepakt, de laatste keer zaterdagochtend vroeg. De gendarmerie registreerde ze, met vingerafdrukken en foto. De bus terug naar Istanbul vertrekt aan het begin van de avond. „Het kost veel geld en volgens mij heeft het vandaag al geen zin meer. Zelfs als we het halen, worden we toch teruggestuurd.”

In de hotels hangen nu alleen nog de pechvogels, die niet genoeg geld hebben voor een overtocht

Khalil werkt in Istanbul in een textielfabriek en verdient 1.200 lira per maand (370 euro). Dat is meer dan de meeste Syriërs in Turkije, maar nog bij lange na niet genoeg om een hele familie te onderhouden. „Het is zwaar als vrouwen alleen.” Ze heeft geprobeerd via de UNHCR legaal naar een ander land te komen, maar ze heeft daar na het invullen van de formulieren veertien maanden geleden niets meer van gehoord. Een van haar dochters frunnikt aan een reddingsvestje dat uit een plastic tas steekt. Het enige dat de politie niet in beslag nam. Onder in de tas zitten opblaasbanden, nog in plastic. „Ze waren heel duur. Dat is nu weggegooid geld.”

Mona Mohammad (29) bivakkeert met haar drie dochters, Waad, Ghofran en Amneh in het parkje van Basmane. Haar man is in Syrië omgekomen bij een bombardement en ze is hertrouwd met Nidal Ali. Die heeft zijn huis verkocht om samen te kunnen vluchten. Het was zo duur en moeilijk om vanuit Syrië Turkije in te komen dat ze nu geen hotel of smokkelaar meer kunnen betalen. „Gisteren zijn veel mensen ontsnapt, maar wij hadden geen geld”, zegt Mona. „We wachten al twee weken op een man met een goed hart die ons voor niets naar Griekenland laat gaan.” Ze kunnen zich niet voorstellen dat Griekenland Syriërs vervolgens écht zal terugsturen.

Voor een koffiezaak naast het treinstation houdt Mohammad kantoor. Hij heeft een mannentasje om zijn schouder en zijn telefoon en sigaretten op tafel. Twaalf jaar geleden vluchtte hij zelf vanuit Libanon via Turkije naar Zweden. Hij heeft inmiddels de Zweedse nationaliteit. Tot afgelopen november opereerde hij als smokkelaar. Tijdens het overwinteren in Zweden besloot hij te stoppen, vertelt hij, hoewel hij toch weer naar Izmir is gekomen, ‘om vrienden te helpen’. „Vroeger had je het over vijfhonderd vluchtelingen per maand, nu duizenden per dag. De Zweedse regering kan dat niet aan.”

Het is onduidelijk of Mohammad met de smokkel is gestopt, of de smokkel met Mohammad. Sinds Turkije voor veel nationaliteiten een visumplicht heeft ingesteld lukt het veel potentiële klanten niet meer om uit Irak of Libanon naar de Turkse kust te komen. Het EU-Turkije-akkoord doet de zaken de das om, maar hij treurt er niet om. De business was ontspoord. „Er vielen te veel doden.”