Hoosbui wast de vijandschap weg

Eerste bezoek van Amerikaanse president in 88 jaar is voor Cubanen van symbolische waarde.

De Amerikaanse president Obama en zijn gezin maken in de regen een wandeling door het oude centrum van de Cubaanse hoofdstad Havana. Ze brengen een driedaags bezoek aan het socialistische eiland. Foto Carlos Barria/Reuters

‘Is Michelle Obama nou dikker geworden?” Rosa Machada-Montego (69) schiet in de lach van haar eigen vraag. De gepensioneerde verpleegster hoopt zondagmiddag bij de kathedraal in het oude centrum van Havana een glimp op te vangen van de Amerikaanse president Barack Obama en zijn gezin, die in de stromende regen arriveerden in Cuba. Maar de stortbui gooit roet in het eten en ze zit uiteindelijk achter een versleten tv-toestel, en ziet Obama op een beeld vol ruis.

Obama en zijn gezin staan onder enorme zwarte paraplu’s, schuilend voor een hoosbui. „Dit weer heeft in Cuba een positieve betekenis”, zegt Rosa opgetogen.

„We wassen onze gezamenlijke geschiedenis vol ruzies schoon, en beginnen opnieuw.”

Ze was een tiener toen Fidel Castro de macht greep, in 1959, en het eiland omvormde tot communistische staat.

„Ik groeide op met angst en woede over Amerika. Dat was de vijand. Pas toen ik in 1998 voor het eerst buiten Cuba reisde, zag ik een hele andere wereld. Daar was niets vijandigs aan”, zegt Rosa.

Obama is de eerste Amerikaanse president sinds 1928 die het eiland bezoekt. Cubanen zien zijn komst als de kroon op de verbeteringen in de relatie tussen Cuba en de VS, die eind 2014 aangekondigd werden. „Het is voor het eerst dat de Air Force One in Cuba geland is, dit is een historisch bezoek”, zei Obama zondag tegen stafleden op de Amerikaanse ambassade in Havana. Voorganger Coolidge kwam 88 jaar geleden per schip naar Havana. „De veranderingen gaan traag, helaas nog steeds, maar het feit dát er veranderingen zijn is eigenlijk al heel revolutionair, dat was in de tijd dat ik opgroeide ondenkbaar”, meent Rosa. Dankzij bezoeken aan haar kinderen in Europa komt ze vaker buiten het eiland en is haar blikveld verruimd, maar weggaan uit Cuba wil ze niet. „Ik hoor hier thuis. En nu kan het alleen maar beter worden.”

Wie profiteert er van de opening?

De grootste metamorfose die nog moet plaatsvinden op het eiland is volgens haar vooral economisch. Internet, communicatie, privatisering, meer eigen productie: de lijst is lang. De vraag is alleen: wie profiteert er straks van een open Cuba en de betere band tussen de oude aartsvijanden? Zal het de Cubanen lukken de kansen te grijpen of wordt het eiland met bijna 11 miljoen inwoners straks, als er minder handelsbelemmeringen zijn – een belangrijke inzet van dit presidentieel bezoek – overlopen door popelende Amerikanen die kansen ruiken en willen investeren? Vlak voor Obama’s bezoek maakte de Starwood-keten bekend dat het in Cuba een trits hotels gaat opknappen.

Ook het aantal toeristen uit de VS neemt toe. Zoals veel Cubanen verhuurt Rosa af en toe kamers aan toeristen.

„In Cuba zit niemand er op te wachten om weer een stukje Amerika te worden, zoals dat vóór Fidels revolutie het geval was. Wij moeten zelf de inhaalslag maken en alles uit deze nieuwe relatie halen. Cubanen lopen achter als het gaat om handel drijven, competitie kennen we niet.”

Ze herhaalt lyrisch de woorden die Fidel Castro, met wie Obama overigens geen ontmoeting zal hebben, ooit sprak: „De VS en Cuba beginnen pas met elkaar te praten op het moment dat Amerika een zwarte president heeft en er een Latijns Amerikaanse paus is.” Hoewel er inmiddels alom getwijfeld wordt of Fidel deze profetische uitspraak werkelijk heeft gedaan, benadrukt het voor Rosa Machada-Montego en haar landgenoten nog eens de waarde van dit moment.

„Obama is de eerste zwarte Amerikaanse president. Veel Cubanen hebben daarom ook enorm veel ontzag voor hem. We weten van hoever hij is gekomen om dit te bereiken. Ook Cuba kent een geschiedenis van slavernij, we weten wat onderdrukking is.”

Dinsdag hoopt Rosa op meer succes om haar held Obama te bewonderen. De Amerikaanse president richt zich dan tot de bevolking in een toespraak die rechtstreeks wordt uitgezonden op de Cubaanse staatstelevisie.