Fusie concurrenten in VS duwt AkzoNobel uit verftop

Verf AkzoNobel moet na PPG nu ook Sherwin-Williams voor zich dulden. De wereldwijde nummer drie neemt nummer vier over, voor 10 miljard euro.

Door een miljardenovername in de verfsector is AkzoNobel niet langer ’s werelds tweede verfproducent. De Amerikaanse concurrenten Sherwin-Williams en Valspar – hiervoor respectievelijk nummer drie en vier – vormen samen een nieuw bedrijf dat qua omzet in één klap de nieuwe mondiale nummer één wordt. Het neemt die positie over van het Amerikaanse PPG Industries.

De overname betekent dat AkzoNobel van plek twee naar drie daalt op de wereldranglijst van verfproducenten. Naast verf vervaardigt AkzoNobel ook industriële chemicaliën en strooizout. Van de totale jaaromzet van 14,9 miljard euro bestond in 2015 zo’n 10 miljard euro aan verfproducten en coatings. Valspar en Sherwin-Willliams behaalden samen een omzet van 13,9 miljard euro.

Sherwin-Williams is al de Amerikaanse marktleider voor consumentenverf en toont alleen al met het bedrijfslogo – een wereldbol die overgoten wordt met verf – wat de ambities zijn. Het bedrijf neemt concurrent Valspar over voor omgerekend bijna 8 miljard euro; de overnameprijs van 113 dollar per aandeel ligt 35 procent hoger dan de laatste slotkoers. Inclusief schulden komt de totale prijs op ruim 10 miljard euro. Bij het nieuw te vormen bedrijf komen 58.000 medewerkers in dienst.

Met de overname wil Sherwin-Williams verder flink bezuinigen op kosten en de inkoop van grondstoffen. De nieuwe topspeler verwacht door de overname tot 2018 jaarlijks tussen de 249 en 284 miljoen euro op de kosten te kunnen besparen. De deal moet nog worden goedgekeurd door de Amerikaanse mededingingsautoriteiten. Naar verwachting is de overname aan het einde van het eerste kwartaal van 2017 afgerond.

Volgens Bloomberg krijgt Sherwin-Williams met de overname 84 procent van de Amerikaanse verfmarkt in handen. Door Valspars sterkere vertegenwoordiging in Australië en Azië wordt de overname gezien als een strategische zet van Sherwin-Williams om ook overzees uit te breiden. In 2015 verkocht Sherwin-Williams slechts 16 procent van zijn verf buiten de VS. Door de overname van Valspar zou dat percentage stijgen naar 24 procent, zegt het bedrijf.

Geen grote bedreiging

Voor de Europese activiteiten van AkzoNobel zal de overname voor alsnog waarschijnlijk geen grote bedreiging vormen, denkt analist Joost van Beek van Theodoor Gillissen. „Relatief gezien zijn de Amerikanen nog steeds stukken kleiner op de Europese markt dan AkzoNobel.” Ook op de Aziatische en Latijns-Amerikaanse markten zouden de gevolgen meevallen, omdat die in te grote mate versnipperd zijn.

Van Beek vermoedt wel dat de overname voor AkzoNobel gevolgen kan hebben op de Amerikaanse markt voor industriële coatings. „AkzoNobel is momenteel marktleider in dat segment, maar het krijgt er door deze overname wel een serieuze uitdager bij. Het zijn toch twee concurrerende partijen die samen een stuk sterker komen te staan. Vooral Valspar is sterk vertegenwoordigd op de coatingmarkt voor hout. Voordat we er echt iets over kunnen zeggen, is het eerst afwachten hoe Sherwin-Williams de nieuwe positie gaat benutten en in welke mate ze op schaalgrootte gaan inzetten.” Vorig jaar was de verkoop van industriële coatingproducten goed voor 40 procent van de jaaromzet van AkzoNobel.

Analist Philip Scholte van Kempen & Co stelt zich bij de overname vooral de vraag wat die betekent voor de verhoudingen tussen de drie grote spelers op de wereldwijde verfmarkt. „We zien dat PPG Industries en Sherwin-Williams de laatste tijd zeer actief zijn met overnames. AkzoNobel blijft daarin nog wel wat achter, waardoor de ogen nu op hen gericht zijn. Ze zijn nu ook in omzet de kleinste van de drie geworden, dus de vraag rijst wat hun reactie op deze overname zal worden.” AkzoNobel kon niet meteen commentaar geven.

    • Sjoerd Klumpenaar