Opinie

    • Hans Beerekamp

Nederland in de jaren 60 is nu al een heerlijke serie

Midas Dekkers in 'Ondersteboven: Nederland in de jaren 60’ (NTR/VPRO).

Met vertederend archiefmateriaal uit de jaren zestig moet je altijd een beetje uitkijken. Je scoort er makkelijk mee, want al die Indiajurken en vetkuiven zijn weer in de mode, net als Armand, the Beatles en het bezetten van het Maagdenhuis. Maar voor je het weet dicteert de nostalgie dat toen alles beter was.

Valkuilen genoeg dus voor de nieuwe serie Ondersteboven, Nederland in de jaren 60 (NTR/VPRO), een reeks verkenningen met Kees van Kooten als inleider en beschouwer. De eerste aflevering heette Geld, Alles Kun Je Kopen Voor Geld en dan hoort de liefhebber natuurlijk in gedachten al de stem van Dick Swidde als Boze Buurman Boordevol in Ja Zuster, Nee Zuster, die deze opvatting sarcastisch bezong.

Van Kooten begint met de collectie zakagenda’s van zijn vader (1948-79) en constateert dat in 1966 eensklaps de centen werden weggelaten in de bestedingsoverzichten. Plotseling was er geld, door het loslaten van de geleide loonpolitiek en het exploderen van de economie.

En dan zien we een van de schitterende reclamefilmpjes die beeldresearcher Gerard Nijssen wist op te sporen, voor brommers met een hoog stuur. Vervolgens bezoeken we in het heden de Puch-Tomos Club Tegelen, die oude exemplaren van de armeluis-Harley opknapt. Een paar nozems van weleer herinneren zich hun onverwachte rijkdom van toen.

Eindredacteur Marja Ros en regisseur Marcel Goedhart rijgen niet zomaar wat leuke beelden aan elkaar, maar componeren bijna een essay over vrijheid en welvaart, en de eerste wolken in het paradijs. Terugkerende thema’s zijn de merken Puch en Tomado (‘Van der Togts Massa-artikelen Dordrecht’, de makers van het afdruiprek en de flessenlikker) en de mensen voor wie Woodstock en zelfs het Lieverdje in Amsterdam op een andere planeet lagen. Maar ze luisterden wel in de fabriek naar de Arbeidsvitaminen en controller Joke, de mooiste van alle meiden in de Tomadofabriek van Etten-Leur, werd uitverkoren door de knapste van de Spaanse gastarbeiders. Ze leerde zelfs olijven eten.

Voortdurend slaat Ondersteboven bruggetjes naar het heden. Natuurlijk is het aardig dat we in de woordvoerder van de biologiestudenten die ageren tegen de milieuvervuiling een piepjonge Midas Dekkers herkennen. Maar belangrijker is de steeds weerkerende gedachte dat we wellicht aan het einde zijn gekomen van die inmiddels vanzelfsprekend geachte welvaart en vrijheid.

De buitenlanders die hier willen komen werken worden niet meer alleen door de Nederlandse casanova’s op de brommer gewantrouwd. De globalisering bedreigt onze economische hegemonie. Zelfs korte rokken en blote borsten zorgen weer voor aanstoot en discussie. Op een bepaalde manier is de cirkel rond.

Ik vind het nu al een heerlijke serie, die onthult dat de eerste kleurentelevisieontvangers het astronomische bedrag van 3.000 gulden kostten, waarmee je wel zes tot acht uur per week aan programma’s in kleur kon bekijken. Vooral die schaarste maakte de rijkdom zo heftig en hield het chagrijn buiten de deur. Behalve bij Boordevol, bijna een actueel personage.

    • Hans Beerekamp