Ard van der Steur is meer een mens dan een minister

Ard van der Steur Ard van der Steur is nu één jaar minister van Veiligheid en Justitie. Met zijn amicale stijl krijgt hij dingen voor elkaar. Maar die stijl brengt hem ook herhaaldelijk in problemen.

Koning Willem-Alexander beëdigt Ard van der Steur als minister, op 20 maart vorig jaar in De Eikenhorst.

Na tien weken was het gedaan met wethouder Henk Vergeer. De bestuurder van de lokale partij Warmond Anders was in 2002 nog maar net begonnen aan zijn klus, toen hij te maken kreeg met een nieuw gemeenteraadslid. Zijn naam: Ard van der Steur.

De VVD’er liet de wethouder geen moment met rust. Ieder voorstel greep hij aan om de wethouder op zijn fouten te wijzen. Hij bevroeg hem net zo lang totdat Vergeer niet meer uit zijn woorden kwam. „Ik werd als het ware gekleineerd”, zegt Henk Vergeer. „Hij zette mij neer als iemand die niet ter zake kundig is.” Na tien weken diende de wethouder zijn ontslag in. „Op doktersadvies.”

Ard van der Steur is een snel en fel debater. Het voormalig raadslid, advocaat en Tweede Kamerlid is sinds een jaar minister van Veiligheid en Justitie. Zijn start als minister was niet best. Hij moest al drie keer publiekelijk door het stof, onder meer wegens voorbarige uitlatingen. In de publieke opinie lijkt hij beschadigd. Toch heeft hij nog heel wat krediet in de Tweede Kamer. In vergelijking met zijn wollig formulerende voorganger Ivo Opstelten is Van der Steur een verademing, klinkt het nog steeds. Hij kent zijn dossiers en geeft tenminste antwoord op vragen, waar Opstelten eerder geneigd was om de hete brij heen te draaien.

Ard van der Steur (1969) was al jong oud. In Haarlem had vader Ab een maatpakkenwinkel die sinds 1789 in de familie zat. Hij bracht zijn zoon liefde bij voor boeken, handwerk, taal, kunst en eigenlijk alles wat met historie te maken heeft, vertelt Van der Steurs goede vriend Ingmar Wassenaar die hem al dik twintig jaar kent. Zijn moeder noemde Van der Steur vroeger ‘het grijze kind’. „Omdat het af en toe lijkt alsof Ard te laat is geboren”, zegt Wassenaar.

Ard nam een koffertje mee

Waar andere kinderen met een rugzak naar school kwamen, nam Ard een koffertje mee. Waar andere kinderen het liefst over voetbal praatten, discussieerde Ard met de meesters over historische feitjes – discussies die hij dikwijls won.

Het maakte hem niet bij alle kinderen populair. Rond zijn tiende werd hij achtervolgd door jongens die hem in elkaar wilden slaan. Ard kon niet ontsnappen. „Ik ben niet iemand die het moet hebben van hard rennen.” Dus hij ging het debat aan. „Ik legde die jongens uit dat ik alles aan de politie zou vertellen en dat zij daardoor allerlei narigheid zouden ondervinden.” Zijn belagers lieten zich overtuigen.

Bij de Leidse studentenvereniging Minerva kon Van der Steur zijn retorische gaven verder ontwikkelen. Buiten de colleges om hield hij zich bezig met feesten en debatteren. Bij zijn eerste optreden op de Leidse debatclub verliet zijn tegenstander naar verluidt huilend het pand. Later won Van der Steur het Nederlands debatkampioenschap.

Toen stopte de Audi voor de deur en kwam de minister eruit met tien pizza’s

Sanna Eichhorn voorzitter van politiebond VHMP

Zijn overredingskracht kwam van pas toen hij na zijn studie advocaat werd. Het gerenommeerde Nauta Dutilh in Rotterdam nam hem aan, al was zijn cijferlijst niet uitzonderlijk: een paar achten, maar ook een paar zessen. Collega’s herinneren dat Van der Steur opvallend goed was in het werven van cliënten. Hij ging met ze lunchen, maakte uitstapjes. „Veel cliënten raakten gesteld op Ard en wilden specifiek met hém zaken doen”, zegt toenmalig collega Sander Oorthuys.

Huys te Warmont, het monumentale zestiende-eeuwse kasteel waar Van der Steur een appartement huurt.

Het is iets wat meer mensen uit zijn omgeving zeggen: Van der Steur is een innemende man, oprecht geïnteresseerd, weet over alles iets leuks te vertellen, heeft veel humor. „Het is leuk om in zijn omgeving te zijn”, zegt studievriend Hans-Martijn Roos. Bij advocatenkantoor Nauta hield Van der Steur een jaarlijkse cabaretvoorstelling. „Dat was heel professioneel, à la Youp van ’t Hek”, zegt toenmalig Nauta-voorzitter Henri Ophof. „Iedereen binnen het kantoor maakte hij belachelijk. Als je niet door Ard op de hak werd genomen, telde je niet mee.”

In de gemeenteraad van Teylingen, waar Warmond in 2006 in opging, was Van der Steur ook de gangmaker. Met name tijdens borrels. Dan kwamen de bitterballen op tafel. Dan hingen de raadsleden aan zijn lippen. Dan riep Van der Steur: ‘Hé bode, waar blijven de berenlullen?’ – zo noemde hij frikandellen als hij in zijn element was. Lastige besprekingen hield hij in zijn kasteelappartement, met de beste wijnen. Lokale journalisten praatte hij vertrouwelijk bij.

Met zijn amicale stijl van opereren krijgt Van der Steur dingen voor elkaar. In Teylingen was het bijvoorbeeld meer aandacht in de krant. „Hoewel hij je niet probeerde te beïnvloeden, ging ik de onderwerpen waarover Ard mij bijpraatte toch iets beter volgen”, vertelt Piet van der Vooren, die de Teylingse politiek voor het lokale weekblad versloeg.

Sympathie in de Kamer

In zijn rol als minister kan hij dankzij zijn stijl op sympathie rekenen in de Kamer. SP’er Michiel van Nispen vond in januari dat Van der Steur een motie van wantrouwen verdiende, wegens voorbarige uitlatingen over MH17-onderzoeker George Maat. Maar het viel hem zwaar deze motie in te dienen. „Als ik hem minder aardig had gevonden, had ik daar vast minder moeite mee gehad.”

ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers, die eerder een motie van afkeuring indiende: „Dat vond ik ingewikkeld, omdat ik hem persoonlijk graag mag.”

Zelfs MH17-onderzoeker George Maat oordeelt mild over Van der Steur. Het duurde bijna een jaar voordat de minister hem excuses aanbod. Maar dat ‘excuusgesprek’ in januari was „zeker niet onaangenaam”, zegt Maat. De twee blikten „in een ontspannen sfeer” terug. „We komen beiden uit Leiden. Daar leer je met een glimlach stevige woorden uitspreken. Dat is goed, dat helpt, want daarna sluipt er een soort neutraliteit en mildheid binnen.”

Ook politiebonden maakten kennis met zijn manier van werken. De onderhandelingen over een nieuwe cao zaten vorig jaar muurvast. Het leidde tot diverse politiestakingen. Kort na zijn aantreden nodigde Van der Steur de vier grootste bonden uit in zijn appartement. „Ik was benieuwd wat we zouden eten”, zegt Sanna Eichhorn van politiebond VHMP. „Toen stopte de Audi met chauffeur voor de deur en kwam de minister eruit met tien dampende pizza’s.” Heerlijke pizza’s overigens. Door die setting verbeterden de verhoudingen, zegt ze. „Je zit in andere sfeer. Dat geeft kans tot andere oplossingen.”

Geert Priem van politiebond ANPV: „Het praat toch iets makkelijker als je goed met elkaar omgaat. Opstelten was veel strakker, meer uit de hoogte. Van der Steur zit er wat relaxter in. Hij is veel toegankelijker, een levensgenieter. Ik vind dat prettiger.”

Een joviale minister die politiek bedrijft met zijn charmes? „Het is geen trucje”, zegt studievriend Hans-Martijn Roos. „Ard is oprecht in zijn uitstraling. Sommige mensen worden een ander mens zodra zij zich in hun zakenpak steken, bij Ard is dat niet het geval. Hij beleeft er plezier aan om op een sociale manier met andere mensen om te gaan. Daardoor loopt de manier hoe Ard als persoon is, in zijn zakelijke leven door. Bij hem zit daar geen directe grens tussen.”

Een Candlelight-show

Ard van der Steur in de Tweede Kamer, tijdens het debat over de foto van Volkert van der G., op 1 oktober vorig jaar.Foto’s Phil Nijhuis/ANP, Bart Maat/ANP

Dat brengt hem óók in de problemen.

Het gebeurde al in Warmond. De raad vergaderde over een gemeentelijke samenvoeging met andere dorpen – een zeer gevoelig thema. Toen het college zich terugtrok voor beraad, pakte Van der Steur de microfoon om een Candlelight-achtige show op te voeren. De burgemeester sprak hem hier op aan, zegt journalist Van der Vooren. „Ze vond zijn gedrag niet gepast als raadslid.”

Van der Steur ging in 2006 lesgeven aan de Universiteit Leiden en vermengde ook hier werk en privé. Als docent burgerlijk recht liet hij Leidse studenten klussen in het kasteel waar hij een appartement huurt. Het was onderdeel van hun ontgroening voor studentenvereniging Minerva, waar hij als oud-lid nauw aan verbonden is. Onder hen waren rechtenstudenten die Van der Steur later in college zou krijgen.

In een eerste gesprek ontkent Van der Steur dit tegenover NRC. Hij liet voorheen inderdaad eerstejaars studenten naar zijn kasteel komen, zegt hij. „Maar ik ben ermee opgehouden toen ik docent was. Want ik vond dat dat niet meer paste in de onderlinge relatie.”

Veel cliënten raakten gesteld op Ard en wilden specifiek met hém zaken doen

Henri Ophof oud-voorzitter van advocatenkantoor Nauta Dutilh

Een paar dagen later confronteert deze krant hem met verklaringen van meerdere studenten die kwamen klussen toen Van der Steur al een paar jaar docent was. Hij denkt diep na en zegt dan: „Oh, dat kan ja.”

Moesten zij, zoals studenten zeggen, het grindpad harken, de monumentale kasteeltrap in de was zetten en een diner voorbereiden voor Van der Steur en zijn vrienden? „Dat hebben ze gedaan, ja”, zegt de minister. „En ze hebben ook nog wel eens met stukken hout gezeuld. En ze hebben ook nog geholpen om een van de kelders die was volgelopen met rotzooi op te ruimen.”

Volgens de gedragscode van de Universiteit Leiden moeten docenten hun betrekkingen met studenten „zakelijk” houden en mag er „geen vermenging van persoonlijke en zakelijke relaties” ontstaan. Onderwijsethici zeggen dat dat hier wel het geval is. Van der Steur ziet het probleem er niet van in. Het was „gewoon gezellig”, zegt hij. „Er was geen enkele wanklank of wat dan ook. En wie ik daar later over gesproken heb, bewaren daar zeer warme herinneringen aan.”

Als minister is het nóg riskanter als je vooral joviaal en los wilt zijn. Grapt hij tegen een Telegraaf-journalist over hoe slecht mensen zich tegenwoordig kleden, schrijft de krant vervolgens dat Van der Steur een „typische corpsbal” is die neerkijkt op ‘het volk’. Voert hij op een diner voor rechters een imitatie uit van Ivo Opstelten, dan leest hij in een juridisch vakblad terug dat rechters zijn speech „een minister onwaardig” vonden. En raakt George Maat in opspraak omdat hij uit de school zou hebben geklapt over het MH17-onderzoek, dan zegt Van der Steur wat iedereen denkt: schande! Maar als het nieuws achteraf anders blijkt te liggen, raakt hij zélf in opspraak door zijn voorbarige reactie. „Ik had meer als minister moeten reageren dan als mens”, zegt hij achteraf.

Beter op zijn woorden letten

„Zijn eigen aard is zijn struikelblok”, zegt Alexander Overdiep, die met hem in een wijnclub zit. „In die dichtgetimmerde omgeving van Veiligheid en Justitie kun je niet te openhartig zijn.”

Achter de schermen probeert de minister hieraan te werken door zich tijdig te laten inlichten door zijn voorlichters voordat hij publiekelijk uitspraken doet, zegt zijn vriend Ingmar Wassenaar. „Hij is zich bewust van het probleem, maar wil tegelijk zijn flair niet verliezen.”

Zelf noemt de minister het één van zijn „kernkwaliteiten” dat hij een „spontaan mens” is. Van der Steur: „Ik zou het zo jammer vinden als dat verdwijnt.”