De pizzabezorger hielp de politie in Molenbeek

Salah Abdeslam zat gewoon in Brussel. Hoe kon dat?

Foto ANP BAS CZERWINSKI

Hoe kon Salah Abdeslam, Europa’s meest gezochte terrorist, 126 dagen onder de radar blijven in Brussel? Na de arrestatie vrijdag van Abdeslam – sleutelfiguur tijdens de Parijs-aanslagen in november vorig jaar – nam een glunderende Belgische premier Charles Michel de felicitaties in ontvangst. Zelfs de Amerikaanse president Barack Obama wenste hem telefonisch proficiat.

België toch géén „failed state”? Een „mislukte staat”, klonk het internationaal toen bleek dat de meeste daders van de Parijs-terreur wortels hadden in de Brusselse gemeente Molenbeek. België had de terroristen „gekweekt en hun gang laten gaan”.

Goed werk

„De Belgische diensten hebben goed werk geleverd met de bescheiden middelen die ze hebben”, zegt criminoloog Brice De Ruyver van de Universiteit Gent in de Vlaamse krant De Standaard. Maar dat is te vroeg gejuicht, vindt de in Brussel gevestigde nieuwssite Politico.eu. „België liet vier maanden lang alle kansen liggen”, schrijft Politico. „De doorbraak in het onderzoek was een toevalstreffer.” De site citeert een bron ‘binnen een westerse geheime dienst’ volgens wie het bij internationale diensten „bekend was dat Abdeslam in België zat, maar jammer genoeg konden alleen de Belgen hem vatten”.

Met het bekend worden van de feiten, drie dagen na de arrestatie, is ‘toevalstreffer’ nog een milde kwalificatie, vindt Hans Bonte, burgemeester van de stad Vilvoorde. „Aantoonbaar onvermogen”, noemt hij het optreden van de Brusselse politie. Ex-Syriëgangers uit zijn stad, die met IS vochten, ziet hij na hun terugkeer in Vilvoorde steeds vaker „meteen naar Brussel verhuizen omdat ze daar niet in de gaten worden gehouden.” De arrestatie van Abdeslam in Molenbeek levert volgens Bonte de „pijnlijke illustratie” dat Brussel „de ideale schuilplaats” is.

Misrekening

Aan de arrestatie vrijdag ging een huiszoeking vooraf – dinsdag, in de Brusselse gemeente Vorst – die gericht was op sporen van de productie van valse paspoorten. Dat bleek een misrekening. Abdeslam en twee handlangers bleken zich er schuil te houden en openden het vuur op de agenten. Eén terreurverdachte werd gedood, vier agenten raakten gewond. Abdeslam ontsnapte.

Pas drie dagen later kregen agenten Abdeslam weer in het vizier. Ze volgden de man in Molenbeek bij wie ‘een grote partij pizza’s’ was gebracht die hij ging afleveren in de Vierwindenstraat. Het bleek het onderduikadres te zijn van Abdeslam, op nog geen 500 meter van zijn ouderlijk huis. Bij de politieactie in het huis werd Abdeslam in zijn knie geschoten en gearresteerd.

„Hallucinant en beschamend”, zegt Hans Bonte over de ontknoping, „dat Abdeslam na zijn vlucht uit Vorst ongezien kon verder huppelen naar een andere Brusselse gemeente”. 126 dagen kon Abdeslam rekenen op de steun van vrienden en familie. „Hier heeft iedereen altijd geweten dat Salah er nog was”, zeiden buurtbewoners in Molenbeek tegen de krant De Morgen.

Optreden van Brusselse politie is aantoonbaar onvermogen

Hans Bonte, burgemeester Vilvoorde

Abdeslam en Mohamed Abrini – zijn handlanger die nog voortvluchtig is – liepen met mutsen op over straat. Een maand geleden wandelden ze, volgens een getuige in De Morgen, „puur voor de lol voorbij het politiecommissariaat in Molenbeek”.

Het is ‘hun’ Molenbeek. De familie Abdeslam bewoont er een sociale woning, die door de gemeente wordt verhuurd. „Wij kunnen onmogelijk controleren wie er allemaal over de vloer komt bij bewoners van die sociale woningen”, reageerde Molenbeeks burgemeester Françoise Schepmans.

Ook zijn laatste schuilplaats in de Vierwindenstraat is een sociale woning, gehuurd door de familie Aberkan. De bijnaam van Fatima Aberkan, wier drie zonen met IS in Syrië vechten, is ‘moeder jihad’. Molenbeek was voor Abdeslam een veilig nest. Toen hij er vrijdag na de antiterreuractie gewond werd afgevoerd, werd de colonne van politie- en ziekenwagens door symphatiserende jongeren uit Molenbeek bekogeld met stenen en projectielen.

Bonte hoopt „dat er een les wordt geleerd”. Zijn grootste zorg betreft de opdeling van het Brusselse gewest in verschillende politiezones. „Die moeten integreren, zodat er een einde komt aan informatiebreuken.”

    • Tijn Sadée