Zijn dit de eerste tekenen van een olielente?

De eerste tekenen zijn er: de olieprijs stijgt en de markt wint voorzichtig vertrouwen terug. Maar robuust is het herstel nog allerminst.

Een olieplatform in de Schotse highlands. De olieprijs is sinds vijf weken voorzichtig aan het stijgen. Foto Andrew Milligan/AP

Wie goed oplet aan de pomp kan het met eigen ogen zien gebeuren: de olieprijs kruipt weer langzaam omhoog.

Begin dit jaar leek er nog geen einde te komen aan de daling van de olieprijs. Die was in de zomer van 2014 was ingezet toen een vat Noordzee-olie (Brent) op 115 dollar stond. Eind januari van dit jaar was de prijs weggezakt naar 27 dollar en volgens analisten was de bodem nog niet in zicht. Sommigen voorzagen een prijs van 20 dollar per vat, anderen hielden zelfs een prijs van 10 dollar voor mogelijk.

De ommekeer

Maar juist op het moment dat de dramatische gevolgen van de neergang voor de oliemaatschappijen zichtbaar begonnen te worden – met de publicatie van de jaarcijfers – begon het tij te keren. Vrijdag tikte de prijs voor het eerst in vier maanden weer een niveau aan van 42 dollar per vat, het gevolg van vijf weken voorzichtige, maar gestage groei.

Het Internationale Energie Agentschap (IEA) dat kort daarvoor nog gesomberd had dat de logica van de oliemarkt definitief was veranderd, kwam een week geleden met de voorzichtige boodschap dat „het dieptepunt wel eens bereikt zou kunnen zijn”.

Het IEA had berekend dat de vraag naar olie iets sneller groeit dan het aanbod, en dat het surplus daardoor iets sneller terugloopt dan gedacht. In plaats van een groei van het productieoverschot met 300.000 vaten per dag, in de tweede helft van dit jaar, wordt nu gerekend op 200.000 vaten. Dat is natuurlijk nog steeds veel te veel, maar wel een derde minder.

Productiebeperking

Is dit de markt die zijn werkt doet, of zijn het de geruchten over een op handen zijnde afspraak over productiebeperking die de prijs omhoog duwt? Feit is dat Saoedi-Arabië en Rusland, lees OPEC en niet-OPEC, een maand geleden afspraken maakten om hun olieproductie niet verder op te jagen maar te „bevriezen”.

Hoewel er weinig te bevriezen was, omdat beide blokken op volle kracht produceren, werd dit toch opgevat als belangrijk signaal: kennelijk hangt er een productiebeperking in de lucht.

Volgende maand – op 17 april – komen OPEC en niet-OPEC opnieuw bij elkaar in Doha, de hoofdstad van Qatar, om nadere afspraken te maken. Volgens de Russische minister van Energie, Aleksandr Novak, is er een formule gevonden die voor alle partijen aanvaardbaar zou zijn. Zij het niet van harte.

Iran, dat sinds begin dit jaar weer vrij olie kan exporteren nu de sancties zijn opgeheven, zou niet mee hoeven te doen aan de productiebeperking. De olieproducenten zouden bereid zijn om toe te geven aan de Iraanse eis dat het eerst zijn verloren marktaandeel wil terugwinnen, voordat gesproken kan worden van productiebeperking. De stelligheid waarmee de bijeenkomst van 17 april in Doha is aangekondigd, heeft de verwachtingen versterkt.

De Amerikaanse olie

Daarmee is de olieprijs nog niet terug op een niveau waarmee oliemaatschappijen en -landen weer geld kunnen verdienen. En het is nog maar de vraag hoever de prijzen verder zullen stijgen. De belangrijkste factor is immers de Amerikaanse (schalie)olie die de markt op zijn kop heeft gezet. Niet in de laatste plaats van de frackers zelf: door de kelderende olieprijs hebben veel ondernemers hun putten tijdelijk dicht moeten gooien. Volgens onderzoeksbureau Rystad Energy worden die weer rendabel zodra een vat 45 dollar opbrengt. Honderden putten zouden in een handomdraai in productie kunnen worden gebracht. Met een nieuw overaanbod als gevolg.

Daarmee zou de prijs meteen tegen een nieuw plafond aanbotsen. Voor het uitbreken van een nieuwe olielente is, ondanks de eerste tekenen, misschien meer nodig.