Ze maakte een diepe plié op hoge hakken

Foto Jorge Fatauros

Een indrukwekkende vrouw. Zo wordt de op 9 maart 2016 overleden Maria (Ria) Koning steevast genoemd. Streng was ze, autoritair, strikt, gedisciplineerd. Geen overbodige eigenschappen voor de vrouw die van 1970 tot 1987 leiding gaf aan de Nel Roos Academie voor Ballet in Amsterdam, de voorloper van de huidige Nationale Balletacademie.

„Als zij de studio inliep, kwam er echt iemand binnen. Goed gekleed, opgemaakt, keurig opgestoken haar, áltijd op hoge hakken”, niet zoals nu op platte schoenen”, herinnert voormalig danseres van Het Nationale Ballet Louise Vine zich. „En ze was nooit tevreden over onze plié’s. „Kijk hoe diep ik het doe!”, riep ze dan, op haar hakken. Pas veel later begreep ik dat iederéén zo een goede plié kan maken.”

Koning werd opgeleid door twee wegbereidsters van de Nederlandse academische dans: Yvonne Georgi en Darja Collin. Zij danste in de jaren veertig en vijftig bij het Ballet van de Nederlandse Opera en het operaballet van Düsseldorf. Ook trad zij op in de befaamde Bouwmeester Revue, bij Toon Hermans en in programma’s uit de beginjaren van de Nederlandse televisie. Daarna ging zij lesgeven op de balletschool van Nel Roos. Toen Roos in 1970 overleed, nam zij de leiding over.

Koning loodste de school door een lastige periode, waarin geleidelijk naar een fusie met de Scapino Dansacademie werd gewerkt.

In de jaren zeventig en tachtig botsten de twee bloedgroepen binnen de Amsterdamse Theaterschool regelmatig. „Wij waren de tuttenschool”, aldus Fred Berlips. Hij kwam als dertienjarige binnen op de opleiding en groeide uit tot eerste solist van Het Nationale Ballet. „Scapino was veel vrijer. Ik denk dat ze aan die periode niet veel vrienden heeft overgehouden.”

Zelf heeft Berlips voornamelijk goede herinneringen aan zijn tijd bij ‘moe Koning’, zoals tegenstanders haar schamper noemden. „Iedereen was bang voor haar, maar ik was een strenge moeder gewend. Maria – het heeft lang geduurd voor ik haar zo durfde te noemen – had ook warme kanten.

Zij vond het bijvoorbeeld belangrijk met de studenten kerstfeest te vieren. Dat was altijd heel bijzonder. Bij mijn aantreden als docent op de academie heb ik meteen gevraagd of dat in ere hersteld kon worden.”