Vuile lucht en schone idealen

Formule 1 Nieuwe kleuren, snufjes, hoop op razende rondetijden. Het nieuwe seizoen begint zondag in Melbourne met een dilemma. „De Formule 1 moet bloedstollend zijn, maar ook groen.’’

Artistimpression Andries van Overbeeke

De voorjaarslucht kleurt hard blauw, hoog boven het circuit tekenen vliegtuigen een strepenpatroon van bevroren waterdamp. De tribunes zijn leeg, op een paar honderd fervente petrolheads na. Zij zijn naar Barcelona gekomen om de opwinding te voelen van een nakend raceseizoen. Liefhebbers zijn het die aan de boorden van het asfalt op hun idolen wachten. In de verte zwelt hese herrie aan, ja dat is Daniel Ricciardo van Red Bull. Niet in de glimmende lak, die de wereld van Formule 1 al decennia domineert, maar in ‘agressief’ mat. Nieuwe kleuren, nieuwe snufjes, nieuwe hoop op razende rondetijden en podiumsucces.

Hun idolen rijden hun rondjes, soms heel veel. Max Verstappen maakt er zelfs 159. Zijn nieuwe Ferrari-motor houdt het lekker lang vol. Na een seizoen met motorpech een hele opluchting voor de achttienjarige Limburger. Maar ook Max scheurt nu even rond in zijn eigen tredmolen. Het gaat er nu vooral om zoveel mogelijk ‘data’ te verzamelen. Voer voor de technici en de engineer die de bolide voor het grote werk moeten prepareren. Want data zijn cruciaal in de microkosmos van een Formule 1-coureur. Een paar honderd sensoren in de auto meten alles wat er te meten valt: energiehuishouding, rembalans, bochtensnelheid, bandenslijtage.

Elk detail telt, een paar honderdsten van seconden kunnen het verschil maken. In de wedloop om de snelste tijden, gaat het er tijdens deze testdagen op het circuit de Barcelona-Catalunya vooral ook geheimzinnig aan toe. Als Kimi Räikkönen strandt, wordt zijn Ferrari met een takelwagen naar de pitbox gesleept. Helemaal omhuld met rood zeil. Voordat het rode vehikel wordt opgetild, plaatsen monteurs er grote schermen eromheen. De concurrentie zou toch maar eens een glimp kunnen opvangen van de onderkant van de auto en nieuwigheidjes kunnen ontdekken. Hoe iedereen er voor staat? Max Verstappen: „Dat gaan we in Melbourne zien.”

Eerste geheimen

Zondag worden de eerste geheimen van het nieuwe seizoen ontsloten met de Grand Prix van Australië. Is Mercedes met wereldkampioen Lewis Hamilton opnieuw dominant? Hoe zal Verstappen het doen in zijn tweede jaar, lastig vanwege de torenhoge verwachtingen van de fans. Iedereen hoopt op verrassing en spanning, maar daar zit precies het probleem van de sport die graag wil doorgaan als het summum van technologie en menselijke lef. Veel races zijn door alle technische hoogstandjes voorspelbaar geworden. Of zoals race-expert Mark Koense zegt: „De verrassingsfactor is onvermijdelijk kapot geëngineerd. Toeval is bijna tot nul gereduceerd. Hamilton weet op vrijdag welke rondetijden hij op zondag moet rijden om de grand prix te winnen.”

De koningsklasse moet volgens Koense aan te veel, vaak tegenstrijdige ambities voldoen: bloedstollend zijn, maar ook groen. Hybride, maar ook snel. En in die mêlee van eisen bouwde Mercedes ook nog een Formule 1-bolide die in het nieuwe V6-tijdperk tot nu toe onverslaanbaar is.

Het was debutant Max Verstappen die vorig jaar met verbluffende inhaalacties een heel seizoen redde. Aan hem heeft het niet gelegen dat de sport, die jaarlijks nog altijd wordt bekeken door vierhonderd miljoen tv-kijkers, aan attractiviteit heeft ingeboet. Zonder iets af te willen doen aan het uitzonderlijke talent van Verstappen, is het volgens Koense veelzeggend dat een bij zijn debuut zeventienjarige jongen zo snel doorstroomt. „Max is exceptioneel goed. Neemt niet weg dat qua fysieke belasting alles een fractie is van twintig jaar geleden. De sport wordt niet meer als buitenaards ervaren. In de tijd van Senna en Lauda had je een ander menstype. Coureurs die zich ‘s morgens afvroegen of ze ‘s avonds nog zouden leven.” Maar vroeger is vroeger, zegt Jos Verstappen, de vader van Max, in de marge van ‘Barcelona’. De technologische ontwikkelingen laten zich niet stoppen. „Ik had nog niet eens stuurbekrachtiging, kon alleen schakelen, de radio gebruiken, drinken”, schetst de meest succesvolle Nederlandse coureur tot toe. „De laatste twee jaren was het inderdaad niet spannend genoeg. Ferrari is met Vettel ook een tijdje dominant geweest, maar niet zo extreem als nu. Het is dat Max meerijdt, die laat tenminste mooie acties zien.”

Snelheid is relatief, maar tien jaar geleden ging het harder met de sterkere V10-motoren. Op de meeste circuits zijn in die tijd de meeste ronderecords gevestigd. Het baanrecord in Melbourne is nog altijd in handen van Michael Schumacher in een Ferrari. Het verschil met Mercedes-coureur Rosberg was in 2014, bij de introductie van de nieuwe ‘groene’ V6-motoren, meer dan twintig kilometer per uur. Stel je voor, zeggen critici, dat je straks in Rio naar een 100 meter gaat kijken, die in 11,3 seconden wordt gelopen terwijl de winnaar ook al van tevoren bekend is. Saai?

Inhalen was door de verfijnde aerodynamica en vleugeltechnologie al een hele klus geworden. Vlak achter elkaar rijden en vanuit de slipstream aanvallen is door luchtwerveling vrijwel onmogelijk. Vuile lucht, noemen ze dat in de Formule 1. En aan inhalen ontleent de sport zijn bestaansrecht.

Om inhalen te bevorderen is vijf jaar geleden het Drag Reduction System (DRS) ingevoerd. Een coureur die binnen een seconde achter een concurrent zit, kan binnen bepaalde zones op het circuit zijn achtervleugel openklappen. Daardoor heeft hij minder luchtweerstand en krijgt hij een hogere topsnelheid. Racepuristen doen de vinding af als ‘silliconenborsten’, als een surrogaat voor echte strijd. Maar Jos Verstappen is vijf jaar na de invoering positief. „Anders wordt er helemaal niet ingehaald. Die auto’s genereren zoveel downforce. Met DRS ga je twaalf tot veertien kilometer harder op het rechte stuk. Dat maakt net het verschil.”

De kunst van het inhalen, zegt Verstappen, is in essentie simpel: „Zo laat mogelijk remmen, zo hard mogelijk door de bocht gaan en zo vroeg mogelijk op het gas gaan.” Maar los van de vuile lucht komt daar tegenwoordig veel meer bij kijken, vertelde zoon Max in een college voor een sponsor. Hoe hij in China na een recht stuk de Sauber van Marcus Ericsson had uitgeremd? „Van tevoren had ik mijn rembalans iets naar achteren gezet zodat ik harder kon remmen. Ondertussen moest ik ook mijn batterijen gebruiken want we kwamen topsnelheid tekort. Dus dan ben je met één hand de knop van de rembalans aan het verzetten en na de inhaalactie de instelling van de batterij weer aan het veranderen om energie te besparen. Dan rijd je dus met één hand door de bocht, maar ook daar wen je aan.” En zo knalt Max al bliepend en flipperend met zijn stuur, waarin wel meer dan honderd functies verstopt zitten, langs zijn tegenstanders. „Maar uiteindelijk gaat het toch om instinct”, relativeert Max.

Maar welke liefhebber begrijpt het nog. En waar is het amusement in races waar auto’s van elkaar verwijderd raken door constant verschil in rondetijden?

De engineers hebben verheven technologie gecreëerd. Maar de charme van sport zit ook in het onvoorspelbare. Vlak voor het begin van het seizoen hebben de Formule 1-autoriteiten een nieuw kwalificatiesysteem ingevoerd. Er kan ook meer worden gegokt met de banden. Misschien dat daardoor de eentonige dominantie van Mercedes doorbroken kan worden. Volgens Mark Koense zijn het pogingen om „het toeval te regisseren. Dat is de paradox waarin de Formule 1 gevangenzit”.

Ontzagwekkend spektakel

De racewereld kijkt nu al uit naar 2017 met misschien sterkere motoren, bredere banden en agressiever ogende auto’s. Zij moeten van de koningsklasse weer een ontzagwekkend spektakel maken, maar de besluitvorming verloopt moeizaam. En zo slaat de pendule heen en weer tussen de technologische perfectie waar de automerken naar streven, en de behoefte de sport zo eerlijk en aantrekkelijk mogelijk te maken.

Maar wat is eerlijkheid in een gemotoriseerde sport. Mercedes had zich gewoon het beste voorbereid op het nieuwe turbotijdperk. Jos Verstappen: „Ze hebben er hard aan gewerkt, veel in geïnvesteerd om zo competitief mogelijk te zijn, ze verdienen het wél. Ze hebben de beste bolides, de beste rijders, de beste mensen op de juiste plek. Ook dat is autosport.”

Zoon Max begint zondag aan zijn tweede jaar in de Formule 1. Met een Ferrari-motor, editie 2015. Natuurlijk geven de Italianen niet hun beste motor aan de concurrentie. Oud-coureur Jan Lammers waarschuwt Max in De Telegraaf niet te hard van stapel te gaan, want in dat geval zouden de Italianen met de software het vermogen van diens Toro Rosso wel eens kunnen terugschroeven.

Software en opklappende achtervleugels - Juan Manuel Fangio zou zich in zijn graf omdraaien. De beeltenis van de vijfvoudig wereldkampioen in het midden van de vorige eeuw staat vlak bij het circuit de Catalunya onder een erehaag van cipressen. Heroïek in brons gegoten die oplost in schemering.

    • Harry Meijer