Turkije is nog lang niet Europees

Het land waarmee de EU een akkoord sloot, is allesbehalve stabiel. Het heeft meer weg van een Midden-Oosterse autoritaire staat dan van een Europese democratie. Met wat voor regering hebben we eigenlijk te maken?

Op het station van het Griekse Idomeni, bij de grens met Macedonië, is een geïmproviseerd vluchtelingenkamp ontstaan. Het akkoord van vrijdag moet een oplossing bieden voor de bewoners ervan. foto Vadim Ghirda / AFP

Terwijl premier Ahmet Davutoglu in Brussel aanschuift voor een ontbijt met Europese leiders, oreert president Recep Tayyip Erdogan op de Turkse televisie. Europeanen die Turkije bekritiseren, moeten eerst eens in de spiegel kijken en zien hoe ze zelf omgaan met vluchtelingen en terroristen, zegt hij in een integraal uitgezonden toespraak.

Het geeft goed weer met wie de Europese leiders proberen een akkoord te sluiten over het hanteerbaar maken van de vluchtelingenstromen. Davutoglu vertegenwoordigt de Turkse uitgestoken hand. Erdogan de boze en bange Turkse onderbuik. Die twee spreken elkaar niet tegen. Samen vormen ze de boodschap dat Turkije graag een nauwe relatie met de Europese Unie wil, maar wel op basis van respect voor Turkije. En dat ligt moeilijk in de Europese hoofdsteden, waar kritiek uiten op Turkije haast een tweede natuur is. En waar grote zorgen zijn over de binnenlandse ontwikkelingen in het land, dat al sinds 2005 kandidaat is om EU-lid te worden.

Een greep uit de ontwikkelingen deze week, die begon met een bomaanslag in Ankara door een Koerdische terreurgroep waarbij 37 mensen omkwamen. Na de aanslag lanceerde het Turkse leger nieuwe offensieven tegen Koerdische militanten in Diyarbakir, Nusaybin, Yuksekova en Sirnak, dorpen en steden in het Koerdische zuidoosten van Turkije.

Later in de week werden academici opgepakt op verdenking van steun voor terreur. Een wetenschapper is na vijfentwintig jaar het land uitgezet omdat hij een folder voor de viering van het Koerdisch nieuwjaar verspreidde.

Het Duitse weekblad Der Spiegel zag zich gedwongen een correspondent terug te trekken omdat Turkije hem een perskaart weigert. Negen advocaten en lokale Koerdische politici zijn in hechtenis genomen. De Duitse ambassade in Ankara, het consulaat en de Duitse school in Istanbul zijn gesloten wegens een acute dreiging van een aanslag door de terreurgroep Islamitische Staat (IS).

Intussen stelt Erdogan dat de definitie van terreur niet beperkt kan blijven tot mensen die een geweer vasthouden, maar ook hen moet omvatten die een pen vasthouden en bepaalde opvattingen verspreiden. Critici die zich zorgen maken over uitholling van de rechtsstaat kregen van Erdogan te horen dat „democratie, vrijheid en de rechtsstaat voor ons geen waarde meer hebben”.

Hij zei dat twee weken nadat het grootste dagblad van het land Zaman onder curatele is geplaatst van een door de regering benoemde bewindsvoerder. Van de ene op de andere dag veranderde de berichtgeving over de regering van kritisch naar lovend.

Vriend of terrorist

In Turkije bestaan amper grijstinten meer. Je bent vriend of terrorist. Die toon wordt gezet door de president die overal vijanden ziet. ‘Terroristen’ kunnen IS-strijders zijn, maar net zo goed aanhangers van de beweging van imam Fethullah Gülen, gewapende Koerdische opstandelingen, politici van de pro-Koerdische partij HDP, of academici met kritiek op het buitensporige geweld waarmee in het zuidoosten wordt geprobeerd PKK’ers uit te roken.

Erdogan vergroot met polariseren zijn populariteit. Hij gedraagt zich als een leider in oorlogstijd die tijdens de chaos probeert zijn macht te vergroten. Turkije dreigt onder hem weg te zakken in een geweldsspiraal en critici worden weggezet als vijanden.

Het zijn ontwikkelingen die in Europa het beeld bevestigen dat we Turkije er niet ‘bij moeten hebben’, omdat het land meer weg heeft van een autoritaire Midden-Oosterse staat dan van een Europese democratie.

Geschrokken van Erdogan

De autoritaire neigingen van de president baren ook veel Turken zorgen. Dat gaat breder dan alleen de politieke oppositie. Ook leden van de regeringspartij AKP van Erdogan en Davutoglu zijn ervan geschrokken dat het vredesproces met de Koerden is ontspoord en vrezen de machtshonger van de president. Binnen de partij, die een meerderheid heeft in het parlement, speelt zich een richtingenstrijd af. Er is een vleugel van gematigde en op Europa gerichte conservatieven. Die botst met de volgers van Erdogans autoritaire koers.

Openlijke tegenspraak wordt afgestraft. Aan de oppervlakte geldt daarom loyaliteit. Maar binnen de partij wordt geprobeerd tegenwicht te bieden aan Erdogan. Davutoglu geldt als een van de gematigden. Hij probeert het schip terug op koers te zetten richting Europa. Inhoudelijk zijn de verschillen met ‘sultan’ Erdogan beperkt. Maar door zijn bedachtzame stijl geldt Davutoglu als iemand waarmee Europa zaken kan doen. Een akkoord met Europa zou grotendeels zijn verdienste zijn en zou zijn positie tegenover Erdogan versterken.

De laatste jaren was de verhouding tussen de EU en Turkije bekoeld. De EU had weinig invloed op de Turkse politiek. Het akkoord maakt dat de EU weer meepraat in Turkije. Een voorbeeld daarvan is het toewerken naar afschaffing van de visumplicht, een van de punten waaraan Davutoglu tijdens de onderhandelingen zoveel mogelijk vasthoudt. De visumplicht is duur en onhandig voor Turken die in Europa op vakantie of familiebezoek willen. Maar meer nog vinden ze de visumplicht vernederend. Hij staat voor veel Turken symbool voor een Europa dat op hen neerkijkt. Die plicht schrappen lijkt vooral punten scoren voor Erdogan.

Maar om aan de eisen voor visumvrij reizen te voldoen, moet Turkije aan een reeks Europese standaarden voldoen. In de lange lijst eisen staat onder meer dat Turkije zijn terrorismewetgeving aanpast aan de Europese. Ook staan er eisen over de bescherming van persoonlijke data en het uitwisselen van gegevens met Europese inlichtingendiensten.

Als dat gebeurt zou niet alleen Europa profiteren, maar vooral ook de op Europa gerichte Turken.