Schepper van de Tweelingaarde

Filosoof Hilary Putnam verzon een Tweelingaarde, zette de taalfilosofie op zijn kop en inspireerde de makers van de film ‘The Matrix’.

Foto ANP/NASA

De Amerikaanse filosoof Hilary Putnam, die op 13 maart jongsleden is overleden, was regelmatig in Nederland. In museum Kröller-Muller bleef hij eens een half uur voor een schilderij van Van Gogh staan om ieder detail in zich op te nemen. In Friesland raakte zijn auto vast in het weiland, omdat hij aan de oever van het meer wilde staan.

Putnam had altijd een goed humeur en hij was altijd serieus. Hij genoot zichtbaar van de eer die hem terecht ten deel viel. In 2011 kreeg hij de Rolf Schock prijs van de Zweedse Academie van wetenschappen, de Nobelprijs voor de filosofie.

De waardering voor Putnam was niet altijd zo groot. Toen hij in 1965 hoogleraar werd aan de Harvard-universiteit, sprak men daar in Europa schande van. ‘Typerend, benoemen ze een wiskundige tot hoogleraar in de filosofie.’ Dat verwijt was deels terecht: Hilary Putnam was een wiskundige en een logicus van de eerste orde. Zoals hij trots vermeldt in zijn autobiografie had hij zelfs een vaste baan aan het wiskunde instituut van Princeton. Maar daar staat tegenover dat Putnam zou uitgroeien tot één van de creatiefste filosofen van de twintigste eeuw – en de laatste universele filosoof.

Putnam werd geboren in 1926 in Chicago. Zijn vader, Samuel Putnam, was literator, wiens vertaling van Don Quichotte zelfs door Nabokov werd geprezen. Zijn moeder was joods, maar Hilary werd niet godsdienstig opgevoed. Het gezin emigreerde een half jaar na zijn geboorte naar Frankrijk, waar hij opgroeide en Frans zijn eerste taal werd. In 1934 keerde het gezin terug naar Philadelphia, waar hij naar de middelbare school ging en vervolgens naar de Universiteit van Pennsylvania, met een korte onderbreking door een lidmaatschap van een Trotskistische groepering.

Putnam studeerde in 1948 af in de filosofie, maar hij had ook aan de vereisten voor een diploma in het Duits en in de linguïstiek voldaan. Toch koos hij voor een promotie in de filosofie. Eerst aan Harvard en vervolgens aan UCLA, bij de logisch empirist Hans Reichenbach, die uit Berlijn was gevlucht voor de nazi’s. Binnen twee jaar had hij zijn proefschrift over waarschijnlijkheid voltooid.

Lichaam en geest

In Princeton ontwikkelde hij zich vervolgens tot een vooraanstaande wiskundige. Samen met de bekende mathematicus Martin Davis bewees hij dat het tiende probleem van Hilbert niet kon worden opgelost. In diezelfde tijd groeide hij uit tot een groot filosoof, dankzij de invloed van de logisch positivist Rudolf Carnap, eveneens uit Europa gevlucht. Carnap maakte wekelijks tijd voor hem vrij en stimuleerde hem zijn gedachten te publiceren. Carnap introduceerde hem ook bij Einstein en Gödel.

Putnams grote doorbraak kwam door zijn oplossing voor één van de grootste problemen in de filosofie: de relatie tussen lichaam en geest. In de jaren 50 waren hier twee dominante opvattingen over. Behavioristen meenden dat woorden als ‘geest’ en ‘denken’ niet verwijzen naar een mysterieus mentaal rijk in ons hoofd, maar staan voor publiekelijk waarneembaar gedrag. Volgens materialisten was de geest niets anders dan een verzameling hersenprocessen.

Putnam vond beide posities onbevredigend. Behavioristen miskennen dat de geest ons gedrag veroorzaakt. Materialisten moeten volhouden dat de menselijke hersenen essentieel zijn voor de geest. Als pijn niets anders is dan het vuren van C-vezels, dan kunnen wezens zonder C-vezels geen pijn lijden. Putnam wees dat af, omdat gedachten en pijn, op meerdere manieren kunnen worden gerealiseerd. Het gaat er niet om hoe een gedachte bestaat, maar welke functie die vervult.

Putnam vergeleek mentale toestanden met machine-toestanden, zoals die waren beschreven door Alan Turing. De computermetafoor voor de geest was geboren: de menselijke geest is de software die draait op de hardware, de hersenen.

Tweeling-Aarde

Terwijl filosofen over de hele wereld deze theorie bespraken, wijdde Putnam zich aan de oorlog in Vietnam. Zijn politieke hartstocht laaide op. Hij werd lid van de Progressieve Arbeiderspartij, stond op Harvard Square folders uit te delen en adviseerde zijn studenten Mao’s rode boekje te lezen, tot wanhoop van zijn collega’s en gêne van zijn studenten.

In 1972 zei hij zijn lidmaatschap op. Hij stortte zich op de taalfilosofie. In De betekenis van betekenis introduceerde hij het Tweeling-aarde gedachtenexperiment. Een gangbare opvatting was dat de betekenis van een woord bepaalt waar dat woord naar verwijst in de werkelijkheid. Aangezien het begrijpen van betekenis in ons hoofd plaatsvindt, bepaalt dus ons begrip waar dat woord voor staat.

Op Aarde verwijst Oscar met het woord ‘water’ naar H2O. Stel nu dat er ergens in het heelal een Tweelingaarde bestaat waar alles molecuul voor molecuul identiek is aan aarde, behalve dat water geen H2O is, maar XYZ. Oscar heeft een tweelingbroer op Tweelingaarde. Wanneer deze Twoscar het woord ‘water’ gebruikt, verwijst hij niet naar H2O, maar naar XYZ, ofschoon zijn begrip van dat woord identiek is aan dat van Oscar. Dus betekenis zit niet in je hoofd; betekenis wordt bepaald door de omgeving waarin je leeft en spreekt. Dit zogenaamde externalisme heeft voor een revolutie in de taalfilosofie gezorgd en ook de filosofie van de geest diepgaand veranderd.

In 1975 kondigde Putnams oudste zoon aan dat hij bar mitswa wilde worden, ofwel een volwassene in het jodendom. Met een rabbi maakte hij de afspraak dat zijn gezin een jaar lang de dienst in de synagoge zou bijwonen. Al snel vormden de joodse rituelen ook een essentieel deel van Putnams leven, zozeer dat hijzelf in 1994 alsnog bar mitswa werd.

Reason, Truth and History uit 1981 vormde de inspiratiebron voor de film The Matrix: wat zeggen we tegen een scepticus die beweert dat wij hersenen op sterk water zijn? Onze zintuigen worden geprikkeld door een computer, die ons een werkelijkheid voortovert die er helemaal niet is. Putnams weerlegging is gebaseerd op zijn taalfilosofie. Als we hersenen op sterk water zijn, kunnen we helemaal niet denken dat we hersenen op sterk water zijn, omdat de woorden ‘hersenen op sterk water’ in de taal van die hersenen nergens naar verwijzen.