Royaal belegd genadebrood

De Mégane is als een Hollandse middenpartij, vindt Bas van Putten. Alles binnen de grenzen van het haalbare.

Vraag van het thuisfront, die hem vanuit de kamer op de rug ziet: maar die had je toch al? Nee jongens, dat was de Renault Talisman. Dit is de nieuwe Renault Mégane. Ik begrijp de verwarring. De brede achterlichten zijn identiek. Ook het front is met die kokette lichtangels aan de in led-ringen gevatte koplampen nogal lookalike. Er zit alleen minder blik tussen. De Talisman is een grote middenklasser, de Mégane een kleinere. Na de nieuwe Peugeot 308 en de nog versere Opel Astra is dit de volgende compacte hatchback die het opneemt tegen de Alom Gevreesde Golf.

Dat is de ondankbaarste klus die een Frans merk kan krijgen. In het C-segment, zijn klasse, mag een auto niks. Hij mag niet te veel kosten, niet te groot zijn, en hij mag er niet te raar uitzien. Mensen die 25.000 euro uitgeven aan een compacte middenklasser zijn zelf bescheiden middenklassers, als de dood uit de toon te vallen. Ten slotte, voor Fransen geen tweede natuur, moet hij goed zijn. Niet speciaal zo feilloos als de Golf – manco’s laten zich wegmasseren met een lagere prijs en toffe gadgets – maar ook niet zoveel slechter dat iedereen meteen over de Franse slag begint te mekkeren.

Het zijn stekelige randvoorwaarden als je uit wilt pakken, de logische ambitie van een merk dat na een periode stijlloos dralen weer in vorm begint te raken. Wat juist nu echt moet, schitteren, kan met deze auto net niet. Aan het eindproduct zie je het af; een binnen de grenzen van het haalbare geslaagd compromis waarin de dealmakers zich na rijp beraad verplicht blijmoedig schikten. De Mégane is als een moderne, Hollandse middenpartij die volgens het partijprogramma middenin het leven staat en in de cultuurparagraaf zelfs durft te beginnen over kleur bekennen. De folder liegt wanhopig met de schijn mee. „Volbloed karakter, compromisloos.” Ik citeer de componist Arnold Schönberg: „De middenweg is de enige die niet naar Rome leidt.” Bak ze bruin, reclameboys!

De Mégane mist de sprankeling van de eerdere, succesvolle nieuwkomers die onder regie van ontwerpchef Laurens van den Acker ontstonden. De kleine Clio en Captur zijn vrolijke, plastische karakters, met brutale design cues die als beoogde familietrekjes met de jongste worp moesten meegroeien, maar op grotere schaal een hangerige puberteit doormaken. De Mégane-neus met het grote Renault-logo houdt aangenaam speels het midden tussen de roekeloosheid van de kleintjes en de breedte van de Talisman, maar en profil dooft het vuur dat Van den Acker met beweeglijke contouren hoopte op te stoken. De hockeystick-achtige lijn op dorpelhoogte, Renault-dna met het trampoline-effect dat de auto’s quasi op laat veren, rust bij de Benjamins van de familie op een joyeus grotesk paneel van chroom en kunststof. Die frivoliteit was de Mégane kennelijk niet vergund, waardoor zowel het dynamiserende effect als de contrastwerking verwaaien. De in elkaar hakende bijna-kruising van neerwaartse en opwaartse lijnen bij de C-stijl zie je ook bij de Astra en de Ford Focus. Het moet voor ontwerpers frustrerend zijn dat alleen die saaie Golf dankzij zijn onaantastbare positie is gevrijwaard van de moed der wanhoop.

Wat doe je met zo’n homp genadebrood? Royaal beleggen dan maar. Mijn testauto draagt zijn winning mood uit met de GT Line, een pretpakket met sportstoelen, 17 inch lichtmetalen velgen, macho GT-badges en donker glas achter. In combinatie met het wakkere turbo-viercilindertje, 130 pk, ontstaat wat je met gepaste terughoudendheid een sportieve kar mag noemen. Hoewel deze Mégane niet is voorzien van de meesturende achterwielen die de grotere modellen hebben – het systeem is alleen leverbaar op de snelste Mégane, de TCe 205 EDC – stuurt hij met dat excellente onderstel voortreffelijk. De diepe kuipstoelen zijn voor een auto met vrij gemiddelde prestaties overdressed, maar je moet als Franse autobouwer wat om associaties met een Astra of de brave 308 uit de lucht te halen. En voor duizend euro extra bestel je het fantastische R-Link multimediasysteem dat de modale droom een toefje glam geeft.

Heer, laat dat beetje meer de doorslag geven. Ik gun Renault de omzet, waarmee het buiten dit morsdode segment meer excentrieke auto’s kan ontwikkelen die niemand koopt, maar laf worden begeerd door de Mégane-jongens voor wie de grenzen van het haalbare altijd die blinde muur blijven. Arme zielen.