Column

Nieuws in beeld

In het lokaal waar ik het Aap Noot Mies heb geleerd en de avonturen van Ot en Sien heb gevolgd hing een schoolplaat van J.H. Isings, De Noormannen voor Dorestad. Rechts op de voorgrond staat een niet meer zo jonge stoere zeerover, met grijs baardje, helm, maliënkolder, speer en schild. Hij kijkt schuin omhoog naar de donkere wolken van het brandende stadje. Uiterst links aan het dek staat er nog een, even vervaarlijk. Aan boord is het een geweldige rommel. Schilden, wapens, kisten, touwen, alles ligt door elkaar. Voor een kleine jongen in alle opzichten een meeslepende voorstelling.

Ik dacht er weer eens aan toen ik in de Volkskrant van 15 maart een artikel van de historici Cees van der Kooij en Ton van der Schans las. Schoolvak geschiedenis moet zelfstandig blijven. Ja, allicht. Was er sprake van een verandering, de annexatie door een ander vak? Je weet het in deze tijd van ontembare vernieuwing niet meer. Het stuk was geïllustreerd met een andere plaat van Isings, Willibrord, de apostel der Friezen.

Zo ben ik ertoe gekomen mijn eigen Isingsboek weer eens te bekijken. Het vooroudergevoel. De vaderlandse geschiedenis. Met schoolplaten van J.H. Isings. Door Jan Blokker, Jan Blokker jr. en Bas Blokker. Verschenen in 2005. Het werd toen meteen een bestseller, vijf drukken in twee jaar.

Het boek begint met een plaat van Isings, De Hunebedbouwers. Hebt u wel eens een hunebed gezien, zo’n constructie van enorme keien die als graf diende? Hebt u een zondag niets te doen, stap met de kinderen in de auto en ga naar Drenthe. In de buurt van Rolde staat een mooi exemplaar. Isings heeft dat van hem op de achtergrond neergezet, niet zo duidelijk. Op de voorgrond staan twee Batavieren ruzie te maken waarbij ze een houding hebben aangenomen als boze voetbalsupporters. Links zijn twee vrouwen braaf aan het handwerken. Is het een van de geheimen van Isings dat onze eigentijdsheid vaak zo herkenbaar in zijn voorstellingen ligt?

De laatste plaat heet Naar het concentratiekamp, januari 1945. Een groep gevangenen in burgerkleren wordt over een besneeuwde weg met kale bomen door een groep Duitse soldaten naar het uitzichtloze onheil geleid. Ook die onverbiddelijke grauwheid is door Isings vastgelegd. Het laatste hoofdstuk, geschreven door Bas Blokker, heet ‘2000. De verzadiging’. Er staan geen platen bij. Isings is in 1977 gestorven. Maar wel is er sprake van Pim Fortuyn, Theo van Gogh en Geert Wilders. Radicaal nieuwe tijden zijn aangebroken.

Het geheim van Isings is dat hij van de geschiedenis historisch nieuws maakte. De eigenschap van nieuws is dat het de regelmaat van de verwachtingen onderbreekt. Het verbaast, verbluft, tot in de details, en zo wekt het ook een onbedaarlijke nieuwsgierigheid naar het vervolg. Ik herinner me de onversneden aandacht waarmee ik als kind naar de Noormannen bij Dorestad heb gekeken, telkens weer. Die voorstelling was mijn nieuws, tot in de details. Zo is het met alle platen van Isings: hij onthult, tot in de kleinste kleinigheden.

In deze tijd hebben we geen Isings meer. Misschien niet meer nodig. De hele dag en nacht worden we door steeds meer media met het laatste nieuws bediend, tot in de details. Het gruwelijkste, het meest betoverende, niets blijft ons bespaard. En door deze eindeloze stroom van beelden wordt de eigentijdse geschiedenis geschreven. Maar hebben we in deze dagelijkse toevloed nog aandacht voor de onthullende details? Kunnen we nog beseffen dat deze massale toevloed tot onze eigentijdse geschiedenis hoort?

Ik dacht aan die kleine vluchteling, het verdronken Syrische jongetje op het Turkse strand. Dat was wereldnieuws, in alle opzichten. Aan de beelden van de duizenden die dagelijks modder en prikkeldraad trotseren om veiliger oorden te bereiken zijn we gewend geraakt. Het nieuws blijft komen maar het ontsnapt aan onze aandacht. Misschien hebben we een nieuwe Isings nodig om alles weer goed te kunnen zien.