Met vele korrels zout

Gewoon zout bestaat uit natriumchloride en dat verhoogt de bloeddruk. Daarentegen is kaliumchloride een zout dat de bloeddruk verlaagt. Sommige mensen vinden kalium bitter smaken maar de meesten proeven in geblindeerde smaaktests weinig verschil met gewoon zout. Hoge bloeddruk veroorzaakt beroertes en hartinfarcten; vervangen van gewoon zout door kaliumzout verkleint dat risico. Waarom gebruiken dan niet meer mensen kaliumzout?

Allereerst is het juiste zout niet gemakkelijk te vinden. Er moet 65 of meer gram kaliumchloride per 100 gram in zitten en liefst ook 2 tot 5 milligram jodium, want dat is nodig voor het goed functioneren van de schildklier; uit gewoon eten krijgen sommige mensen te weinig jodium binnen.

Met deze cijfers in het achterhoofd strekte ik mij bij Albert Heijn languit in het gangpad uit om de etiketten op de zoutpotjes te bestuderen; die staan namelijk op grondhoogte. Er waren zestien soorten. Op de meesten stond ‘zeezout’ plus zoiets als ‘rijk aan mineralen en sporenelementen’. Dat is onjuist, zeezout is grotendeels hetzelfde als gewoon zout en het levert vrijwel geen mineralen en sporenelementen. De naam ‘Jozo’ zegt ook niets, de meeste soorten Jozo bevatten geen kalium en vaak ook geen jodium. Dr Vogel, van de homeopathie, levert zout met bijna 100% kalium – prachtig! – plus als jodiumbron een snufje zeewier. Dat zou 0,24 milligram jodium leveren; te weinig en te onzeker, want het jodiumgehalte in zeewier is erg variabel.

Tenslotte stond er LoSalt, dat bevatte het juiste gehalte aan kalium plus 4 milligram jodium. ‘Jozo Bewust’ bevat ook de goede hoeveelheden kalium en jodium, alleen had mijn Albert Heijn dat niet. Ik noem die merknamen omdat u er zelf zonder grondige chemische en voedingskundige kennis plus een vergrootglas nooit uitkomt.

Hoe kun je als leek überhaupt weten wat gezond is? De feiten over voeding worden overspoeld door berichten dat er nieuwe wonderen zijn ontdekt en dat de oude voedingsadviezen hebben afgedaan. Ik werd me daarvan bewust tijdens het schrijven van mijn nieuwe boek over voedingsmythes, dat binnenkort verschijnt. Hoe komen die mythes in de wereld? Vaak ligt de oorsprong bij wetenschappelijk onderzoekers. Universiteiten concurreren om studenten, ze besteden miljoenen aan reclame en schakelen hun onderzoekers in voor de pr.

Onderzoeksresultaten zijn altijd voorlopig en worden geregeld achterhaald maar daar kan de schoorsteen niet van roken, dus produceren universiteiten een stroom van persberichten over de zoveelste ‘doorbraak’. De media publiceren die graag, voedingsnieuws gaat er altijd in. Journalisten krijgen de tijd niet om uit te zoeken of het klopt, want de concurrentie is moordend en de kosten moeten omlaag. Die ‘doorbraken’ worden opgepikt door aspirant-goeroes die met elkaar concurreren bij de verkoop van dieetboeken, voedingssupplementen, cursussen en optredens.

De mythevorming wordt ook bevorderd door levensmiddelenproducenten. Consumenten betalen graag meer voor ‘gezonde’ etenswaren, dus proberen fabrikanten hun producten gezonder voor te stellen dan ze zijn. Voedingswetenschappers zouden dat moeten ontmaskeren, maar de samenleving wil dat zij samenwerken met bedrijven en marktwaarde genereren in plaats van onverkoopbare kennis. Zo worden sommige voedingsdeskundigen afhankelijk van de industrie en niemand bijt graag de hand die hem voedt. Daarom pakt gesponsord onderzoek haast altijd gunstig uit voor de fabrikant.

Voedingsnieuws is handelswaar

Zo wordt u op het verkeerde been gezet. Voedingswetenschap en voedingsnieuws zijn handelswaar geworden, net als zoutpotten. Het zou beter zijn als de overheid betaalde voor onafhankelijk onderzoek en op grond daarvan zou vaststellen wat er in zoutpotten moet zitten en wat er op het etiket staat.

Het zou ook helpen als wetenschappers alleen in het Latijn publiceerden en eens in de tien jaar een Nederlandse samenvatting gaven van het echte nieuws, dan bleven veel voedingsmythes ons bespaard.

Dat gaat echter niet gebeuren, publiciteit is onmisbaar bij de strijd om onderzoeksgeld en studenten en de productie van nieuwe supplementen, nieuwsberichten, dieetboeken en heilzame yoghurtjes.

Is marktwerking puur slecht? Helemaal niet; het levert ons een overvloed aan spullen en diensten tegen een redelijke prijs. Maar voor voeding en gezondheid werkt de markt niet. Kon een industrie maar patent krijgen op gezond zout! Dan was het overal verkrijgbaar, met een duidelijke benaming, goede informatie en de bijbehorende hogere prijs. Maar dat gaat niet gebeuren: jodium en kalium zijn van ons allemaal, ze zijn er altijd geweest en daarom niet patenteerbaar. Als een producent zich toch in de kosten steekt om een gezonder product te maken lift de concurrent mee en duikt vervolgens onder de prijs. Gezonde voedingsstoffen zijn van iedereen en niemand.

Daar kan ik allemaal weinig aan doen. Maar in elk geval weet u nu welk zout u moet hebben.