China produceert gewoon veel te veel staal

Tangshan is China’s staalhart, en dat hart begeeft het langzaam. Fabrieken sluiten er, 270.000 mensen kregen al ontslag. De sociale onrust neemt toe.

Een gesloten staalfabriek in Tangshan. Foto Reuters / Kim Kyung-Hoon

In staalhoofdstad Tangshan, doorgaans de smerigste stad van China, is het lang geleden dat de lucht zo blauw was als een lotusbloem op een Qing-schilderij. Mondkapjes tegen fijnstof zijn overbodig op een ijskoude maartse tocht over het kerkhof van de Chinese staalindustrie. Uit het woud van schoorstenen stijgt slechts hier en daar asgrijze, bitter smakende rook. Schone lucht is de bijvangst van de diepe crisis in de Chinese zware industrie.

„Ja, we zijn van de luchtvervuiling af, maar ik ben ook mijn werk en mijn land kwijt”, snuift Yang Xinjiang (56) in het Fengnan-district van Tangshan (7,7 miljoen inwoners), het epicentrum van de mondiale staalproductie.

Net als duizenden andere smelters, chauffeurs en onderhoudstechnici is Yang onlangs zijn werk verloren. Eerder op de zonovergoten dag stond hij nog met enkele tientallen ex-collega’s te posten voor de dichtgemetselde poort van het hoogoven- en walserij-complex van Tangshan Qingchun, wat ‘Schone Lente’ betekent.

Hij en zijn 3.000 vorige maand ontslagen collega’s hebben nog acht maanden achterstallig loon tegoed. Elke dag staan zij voor de poort in de hoop dat er toch nog wat geld komt. De aanblik van de norse, brede Noord-Chinese koppen doet vermoeden dat het óók om een stil protest gaat.

Fabriek in Tangshan, de staalhoofdstad van China, die is gesloten wegens de enorme overcapaciteit in de Chinese staalindustrie. Foto Kim Kyung-Hoon

Fabriek in Tangshan, de staalhoofdstad van China, die is gesloten wegens de enorme overcapaciteit in de Chinese staalindustrie. Foto Kim Kyung-Hoon

„Hé, buitenlander, rot op in je auto”, roept een van de bewakers vanuit zijn verwarmde hok en grijpt naar de telefoon om de politie te bellen. Van Tangshan, op 200 kilometer van Beijing, tot aan de bijna duizend kilometer noordelijker gelegen grenzen met Siberië en Noord-Korea zijn de veiligheidsdiensten in staat van paraatheid gebracht. Arbeidsonrust wordt meteen hard onderdrukt, zoals maandag bleek in de mijnstreken.

Alleen al dit jaar botsten ontslagen arbeiders en mobiele eenheden vijfhonderd keer. In heel 2015 was dat 2.700 keer, twee maal zo vaak als in 2014. En de grote sanering van de Chinese staal- en steenkolenindustrieën, die kampen met hoge schulden, dalende prijzen en vooral overcapaciteit, is nog maar nauwelijks begonnen.

Statistieken vormen in China geen exacte wetenschap en hoeveel werknemers al hun baan zijn kwijtgeraakt, is onduidelijk. Alleen al in Tangshan zijn de afgelopen maanden 270.000 werknemers naar huis gestuurd, meestal zonder vergoeding of verrekening van achterstallige lonen, een veel voorkomend fenomeen in China. Er zullen nog miljoenen volgen, hoewel premier Li Keqiang woensdag aan het slot van het Nationale Volkscongres massaontslagen uitsloot. De schattingen lopen daarom uiteen van 1,8 miljoen (dixit de autoriteiten) tot acht miljoen.

Hoe dan ook, Yang Xinjiang is niet de enige die de crisis vergelijkt met de zwaarste aardbeving van de 20ste eeuw die zich hier voordeed in Mao’s sterfjaar, 1976. Op het grote herdenkingsmonument zijn de namen van de 250.000 doden geëtst.

„Wat er nu gebeurt valt daarmee niet te vergelijken, maar een grote schok is het wel”, zegt Yang, die zich die rampnacht goed herinnert. Praten met een buitenlandse journalist is riskant voor ontslagen werknemers – velen aan de poort van Schone Lente draaien zich om uit vrees dat zij hun aanspraken verliezen.

Sommigen willen wel praten, maar alleen anoniem. Yang is een uitzondering, want erg pissig over het feit dat hij bijna een jaar voor niets heeft gewerkt. „Ze zijn bang dat we weer gaan protesteren, zoals een paar maanden geleden”, legt hij uit tijdens een onbespiede, avondlijke rit in de „zwarte” taxi van een dorpsgenoot.

Het is een tocht door de moderne spookwijken van Tangshan met eindeloze rijen leegstaande flats en ommuurde villawijken waar geen mens, behalve de bewakers, woont. ‘Green Villa Lake Mansions’, ‘Garden Bay’ en ‘South Lake View’ zijn de Engelstalige namen van deze architectonische prestigeprojecten. Protserige hotels contrasteren met het mistroostige kerkhof van staalbedrijven en halflege dorpen waar alleen ouderen en kleine kinderen zijn achtergebleven.

Toen een paar jaar geleden de staal- en steenkolencrisis zich aandiende in de vorm van stagnerende vraag en dalende prijzen, reageerden de plaatselijke autoriteiten op typisch Chinese wijze: bouwen zo veel en zo snel als zij konden. Nu zit Tangshan diep in de schulden en dalen de prijzen van de tienduizenden appartementen en villa’s. De werkverschaffingsprojecten, waaronder een groot pretpark en enkele wildwaterzwembaden, zijn zelfs nog nooit gebruikt.

Misschien nog het meest bizar is de World Horticultural Expo die uitgerekend hier eind april geopend wordt. Tegen een skyline van rookloze schoorstenen en staketsels van verroeste fabrieken worden parken aangelegd, bomen geplant en grasvelden uitgerold.

Kansloos in de hightecheconomie

Staalarbeider Yang: „Gelukkig heb ik nooit zo’n appartement gekocht, zoals veel van mijn collega’s, want van onverhuurbare stenen kan ik geen brood kopen. We leven nu van mijn spaargeld.”

Wat hem het meest dwarszit is dat de fabriek in 2000 is gebouwd op het collectieve land van zijn dorp. Bouwer en eigenaar was een ondernemende dorpsgenoot. En zolang dat monster van verroeste pijpen, door onkruid overwoekerde terreinen, loshangende elektriciteitskabels en geplunderde gebouwen niet is gesloopt, kunnen dorpelingen als hij dat land niet gebruiken.

„De fabriek is failliet, we vangen niet alleen geen loon meer maar ook geen verhuuropbrengsten.”

Ook de gratis warmwatervoorziening van de fabriek is afgesloten en de markten en scholen gaan dicht.

Gelukkig zijn zijn twee dochters pas getrouwd („daar ben ik vanaf”) en is zijn huisje van hemzelf. Maar toch, na jaren van werken in de fabriek onder de leuze ‘Staal is de toekomst, staal maakt ons rijk’) eten hij en zijn vrouw weer bitterheid.

De meeste jongeren vertrekken naar de grote ‘eersterangssteden’ of naar de maakfabrieken in het zuiden. Maar 50-plussers zoals hij – veelal boeren en ongeschoolde arbeiders - blijven achter omdat zij kansloos zijn in de nieuwe hightech- en it-economie. Dat typeert de twee snelheden van de Chinese economie. Oud industrieel China sterft een langzame dood, de nieuwe economie in Beijing, Shanghai, Hangzhou en zuidelijk China is ongekend vitaal.

Yangs werkgever Schone Lente bloeide op de vleugels van de Chinese bouwwoede van de afgelopen vijftien jaar. In die periode ontwikkelde China zich ook tot de grootste staalproducent van de wereld, inmiddels goed voor meer dan de helft van de wereldproductie. Deze, particuliere, middelgrote bedrijven met tussen de drie- en tienduizend werknemers storten nu als eersten terug op aarde.

Hard en snel saneren is uitgesloten

Van de veertig bedrijven in Tangshan is 70 procent gesloten of leidt een zombieachtig bestaan. De overblijvers zijn overwegend staatsbedrijven. Dat ook deze ondernemingen, waaronder de twee grootste staalbedrijven ter wereld, diep in de schulden zitten wordt door de autoriteiten vooralsnog voor lief genomen.

Hard en snel saneren werd woensdag door premier Li uitgesloten. Hij zei het niet met zoveel woorden, maar de autoriteiten willen liever doormodderen op rekening van de staatsbanken dan „het mes diep in eigen vlees zetten”, zoals Li vorig jaar nog zei.

Foto Reuters / Kim Kyung-Hoon

Foto Reuters / Kim Kyung-Hoon

„In de goede tijd van 2000 tot 2011 werd hier goud verdiend, je kon van de winst op een ton staal de duurste iPhone aanschaffen, nu kan je van de winst op een ton staal niet eens een flesje water krijgen. Hervormen is noodzakelijk, het gaat om het tempo”, schetst Liu Klimming, woordvoerder van de Tangshan IJzer en Staal Associatie, de oorzaak van de problemen.

Drie jaar geleden zei president en partijleider Xi Jinping nog dat „de markt een beslissende rol moet spelen”, maar daar lijkt hij op te zijn teruggekomen. Nu gaat het vooral over solidariteit met het noordoosten en over het enorme belang van de in totaal 150.000 staatsbedrijven.

Een grote, snelle sanering om de economie te bevrijden van de last van inefficiënte, verlieslijdende staatsbedrijven zoals in de jaren 90 van de vorige eeuw zal dus uitblijven. Hoe krachtig de economische argumenten ook zijn om dat wel te doen, de vrees voor sociale onrust en ondermijning van het gezag van Communistische Partij is groter.

Zombiefabrieken en lege vliegvelden, bekijk de beelden:

Staalproducenten moeten wel fuseren, maar in kalm tempo. De overcapaciteit kan volgens partijleider Xi worden opgelost door de vele „prachtige producten te exporteren”. Dat gebeurt ook op energieke wijze, getuige de oplopende handelspolitieke spanningen met de VS en de EU over Chinese dumppraktijken.

Voor staalarbeiders als Yang Xinjiang is dat geen oplossing. Als zij geluk hebben krijgen zij wat geld uit de pot van 15 miljard dollar die premier Li Keqiang beschikbaar heeft om sociaal leed te bestrijden.

„Ze zeggen nu dat we een vergoeding krijgen, maar ik heb nog niets gezien.”

En daarom staat hij morgen gewoon weer voor de dichte poort van Schone Lente.

    • Oscar Garschagen