Laatste hoofdverdachte ‘Parijs’ gepakt

België haalt opgelucht adem. Salah Abdeslam, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen in Parijs, is gearresteerd.

De politie met een van de opgepakte verdachten, vrijdag in Molenbeek bij Brussel. Beeld VTM/AP

Na een vlucht van vier maanden is Salah Abdeslam (26), de meest gezochte terreurverdachte van Europa, levend gepakt. De man die een sleutelrol zou hebben gespeeld bij de aanslagen in Parijs november vorig jaar, werd vrijdag gearresteerd in het Belgische Molenbeek.

België kreeg internationale kritiek vanwege het onderzoek dat voortsleepte en maar geen zichtbare resultaten opleverden. Maar vrijdag lukte het dan toch. Internationale media verdringen zich bij het begin van een nauw straatje in Molenbeek om een glimp op te vangen van de politieacties verderop. Een helikopter cirkelt boven de wijk, mogelijk op zoek naar nog andere handlangers.

De vangst van Abdeslam is het resultaat van acties die afgelopen dinsdag begonnen bij een huiszoeking elders in Brussel. Bij een routinecontrole zochten Belgische en Franse agenten – samenwerkend in een Joint Investigation Team – naar sporen van de productie van valse paspoorten. Na het forceren van de deur van het pand werden de agenten beschoten met riot-guns en kalasjnikovs. Eén verdachte werd gedood, twee sloegen op de vlucht. De identiteit van de doden werd een dag later bekendgemaakt: de 35-jarige illegaal Mohammed Belcaïd uit Algerije. Vrijdagochtend vond de politie in het pand in Vorst aanwijzingen die leidden naar Abdeslam: zijn vingerafdrukken waren op een drinkglas gevonden. De afdrukken dateerden van na de aanslagen in Parijs.

Besloten werd dat het Joint Investigation Team zaterdag pas tot verdere acties over zou gaan, maar een Franse journalist lekte het nieuws over de vondst van de vingerafdrukken op het glas. Daarna was er geen tijd meer te verliezen. Vrijdagmiddag werd een grootschalige actie opgezet in Molenbeek en daarna ging het snel. Een pand werd binnengedrongen en een uur later vertellen getuigen dat Abdeslam bij de actie in zijn been geschoten is.

Vier maanden gebeurde er ogenschijnlijk niets. Frankrijk en België sloegen tijdens een anti-terreurtop op 1 februari de handen ineen, om samen het onderzoek efficiënter te gaan opzetten. Was dat de sleutel tot het succes van vrijdag?

Opluchting is er vooral in België, omdat het land na de aanslagen in Parijs internationaal te kijk werd gezet. Terreur was made in Belgium, was de toon: „Hier in Brussel werden terroristen gekweekt en liet men ze gewoon hun gang gaan.” Die kritiek sloeg diepe wonden. Dat België nu in samenwerking met Franse agenten resultaat boekt, zal voelen als een bevrijding. Helemaal vlekkeloos liep de Frans-Belgische samenwerking overigens niet. Toen dinsdag bij de eerste huiszoeking de acties nog gaande waren, haastte de Franse minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve zich in Parijs om een persverklaring te geven. Rondom het team van de Belgische premier Charles Michel zorgde dit voor enorme irritatie. In Brussel waren ze nog bezig met een risicovolle operatie.

Alle politieke gevoeligheden ten spijt voerde vrijdagavond een gevoel van triomf de boventoon. „De minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon had beloofd Molenbeek op te kuisen. Hij heeft woord gehouden”, zei Bart de Wever, voorzitter van regeringspartij N-VA. Frankrijk zal België nu vragen om de uitlevering van Abdeslam, zei Hollande tijdens een persconferentie met de Belgische premier Michel. De in België geboren Fransman Abdeslam was volgens de president „direct betrokken” bij de aanslagen in Parijs en moet daarom op Franse bodem worden berecht. Michel noemde de anti-terreuracties van vrijdag een groot succes in de strijd tegen terrorisme, waarop Hollande zei dat de strijd nog niet afgelopen is: „We hebben nog niet iedereen.”