Kampioen met corazón

De eredivisie nadert zijn ontknoping als PSV en Ajax zondag om de koppositie spelen. Wat de doorslag geeft? De latino’s van PSV. „Onder de Moerdijk is het warmer.”

Ronaldo

Op weg naar de andere kant van de wereld vult hij de helft van zijn koffer met medicijnen. Kreeg hij eerder al vijf bypasses, nu is het kanker. Alweer. Maar ondanks zijn 81 jaar en zijn broze gezondheid verblijft hij nog altijd de helft van het jaar in het buitenland om jonge voetballers te aanschouwen. Veelal in Zuid-Amerika. Argentinië, Brazilië, Colombia, Ecuador en Uruguay. Laatst had hij pech. In Brazilië zette de politie traangas in om een supportersoproer in te dammen; belandt het spul uitgerekend in zijn ogen. Is hij weer dagen ziek.

Maar in zijn huiskamer in Oisterwijk maakt Piet de Visser deze middag een frisse indruk. Achter hem op de salontafel liggen stapels scoutingrapporten. Voor hem een pistoletje rosbief dat hij na een half uur nog niet heeft aangeraakt.

Enthousiast: „Ik heb mijn eigen scoutingsysteem ontwikkeld. Ik let op techniek, het vrijmaken van de bal, koppen, trappen, snelheid, loopvermogen. En heel belangrijk: de mentaliteit van een speler. Om die te beoordelen ga ik bij jeugdkampioenschappen in het hotel van de spelers zitten. Ik wil ze in de ogen kijken. Dan zie je veel meer dan op de tribune.”

De Visser geldt als een kenner van de Zuid-Amerikaanse voetbalcultuur. Nadat hij 36 jaar trainer was geweest, groeide hij uit tot een gewaardeerde scout, die zijn werkgevers – eerst PSV, nu Chelsea – de voorbije 25 jaar op het spoor zette van beeldbepalende spelers. Voor PSV ontdekte hij bijvoorbeeld verdediger Alex en doelman Heurelho Gomez, voor Chelsea scoutte hij David Luiz, Oscar en Petr Cech. Voormalig superspits Ronaldo? Die kon hem op 17-jarige leeftijd meteen bekoren op een jeugdtoernooi in het Franse Saint-Brieuc. Zelfs al viel Ronaldo die dagen vijf kilo af door diarree. Maar De Visser was toen nog een scout zonder club. En zonder club geen transfer.

Romario, groot succes

In 1994 arriveerde Ronaldo toch in Nederland waar hij bij PSV in het spoor trad van zijn beroemde landgenoot Romario. Een groot succes. Na hen kocht de Eindhovense club meer dan 25 andere Zuid-Amerikanen van wie Alex en Gomes de bekendste zijn. En nu, bijna acht jaar na hun vertrek, is er opnieuw een Zuid-Amerikaanse connectie die bewondering oogst met sterk spel. De Colombiaan Santiago Arias is een snelle back, de Uruguayaan Gastón Pereiro een geslepen aanvaller, terwijl middenvelder Andrés Guardado en centrale verdediger Héctor Moreno ervaring brengen met respectievelijk 63 en 122 interlands voor Mexico.

De Visser zegt het ook zonder twijfel aan de vooravond van de topwedstrijd tussen PSV en Ajax: „Zij maken PSV kampioen. Absoluut. Als Ajax in de top wil spelen, moet de club minimaal één of twee spelers uit Zuid-Amerika halen.”

Of de Amsterdammers naar Piet de Visser willen luisteren is de vraag. Vorig jaar gaf technisch directeur Marc Overmars nog te kennen dat Ajax niks te zoeken had in Zuid-Amerika. Volgens hem is PSV daar groter. Daar zou Ajax niet makkelijk tussenkomen. Maar door het succes van PSV heeft Overmars zijn mening bijgesteld. Met het aantrekken van Henk Veldmate van FC Groningen als hoofd scouting, de man die wereldster Luis Suárez (FC Barcelona) als talent naar Groningen haalde, lijkt ook Ajax op de Latino-toer te gaan. „Ik denk dat hij voor ons bijvoorbeeld ook veel kan gaan betekenen in Zuid-Amerika”, aldus Overmars bij de bekendmaking van de benoeming van Veldmate in januari.

Waarom had PSV wel succes met Zuid-Amerikanen, terwijl Ajax het continent de rug toekeerde? Toeval? Een beter netwerk van scouts? Of iets anders?

Aad de Mos, oud-trainer van zowel Ajax als PSV, weet wel waar het aan ligt. „Een Zuid-Amerikaan doet alles met zijn hart.” De Mos slaat op zijn borst. „Corazón noemen ze dat. Ze hebben warmte nodig en vinden die bij PSV. In Amsterdam heb je een harde kleedkamer. Het is ieder voor zich en God voor ons allen.”

Een ander bioritme

Op De Herdgang lijkt het makkelijker aarden. De Mos noemt de familiaire sfeer. „Als ik vanuit Den Haag over de Moerdijkbrug rij, kom ik in een andere wereld. Hier is het zacht. Romario en Ronaldo kwamen hier in een warm bad. Het zijn trotse mensen die je in het hart moet raken om ze voor je te winnen.”

Dat vergt een andere aanpak. Volgens oud-trainer was eten het grootste probleem voor de twee sterren. Ook hun bioritme was anders. „Ze beginnen om twaalf uur ’s nachts pas te leven. Je kunt geen Nederlander van ze maken en dat willen ze ook niet. Phillip Cocu zal de huidige lichting weten te raken. Hij spreekt Spaans en weet wat er op Guardado afkomt, die op dezelfde plek speelt als hijzelf voorheen. Hiddink kon dat ook. Armpje om ze heen. Doe maar rustig aan, sla maar een training over.”

Waarom Ajax niet ver over de grens keek? De Mos: „Ajax had een goed elftal, succes op succes. En de grootste arrogantie van Ajax was dat Van Gaal zei: ik heb al een topspits in de A1: Kluivert.”

Bij PSV kwamen Zuid-Amerikaanse spelers zelden alleen. Bewust beleid, aldus Rob Westerhof, tussen 2004 en 2006 voorzitter bij PSV. „ Guus Hiddink bedacht toen dat het beter was als spelers uit andere continenten minstens met zijn tweeën kwamen. Dus Alex en Gomes, maar bijvoorbeeld ook Lee en Park uit Zuid-Korea. Zo passen zij zich makkelijker aan. Met de huidige lichting Zuid-Amerikanen lijkt dat ook zo te werken.”

Voetbalbolwerk

„Zuid-Amerika is een enorm voetbalbolwerk’’, zegt Hans Nijland, directeur van FC Groningen die met zijn scouts het continent vaak heeft bezocht. Met opmerkelijk succes: Luis Suárez, inmiddels uitgegroeid tot een van de gevaarlijkste spitsen ter wereld. Een voltreffer, al kwam die per toeval tot stand. Hij en Veldmate bezochten Zuid-Amerika voor een andere speler, maar raakten ter plekke gecharmeerd van Suárez.

Inmiddels is het voor Nederlandse clubs steeds lastiger om een nieuwe Suárez aan te trekken. De spelers zijn relatief duur geworden. Aan spelers onder de 20 jaar betalen clubs een jaarsalaris van zo’n 3.5 ton. Erboven circa een half miljoen euro – dat zijn de regels voor spelers afkomstig van buiten de Europese Unie. „Ze hebben een geweldige profmentaliteit, maar je krijgt er geen garantiebewijs bij”, zegt Nijland. Op de golven van het succes van Suárez kocht Groningen de spits David Texeira, die na een hoopvol begin mislukte.

Ook PSV had zijn miskopen. Zo werd Piet de Visser bij zijn vertrek in 2007 verweten dat hij ook veel spelers had aangebracht die mislukten en de club handenvol geld kostten. Hij veert op uit zijn stoel, en noemt die balans een gemene streek van toenmalig technisch directeur Jan Reker, die De Visser verweet onder een hoedje te spelen met de omstreden spelersmakelaar Vlado Lemic.

Ja, zegt De Visser: hij heeft enkele spelers gescout die het niet hebben gered. „Die Marquinho was een fenomeen, maar hij kon de situatie niet aan. Die was loco. Leandro? Een wereldtalent van 17 jaar. Maar hij kon niet aarden en heeft in drie jaar tijd ook niet één keer achter de bal als spelmaker kunnen spelen.”

Meteen plaatst De Visser een kanttekening. Want hoe groot is nou de schade van een mislukking als je bij deelname aan de Champions League sowieso bijna 20 miljoen euro ophaalt? Niet groot, vindt hij. Zolang er af en toe spelers als Ronaldo, Alex en Guardado tussen zitten, kan de schade per saldo nooit heel groot zijn. De kosten van scouting? „Ach, ik koop al een ticket naar Colombia voor 800 euro.” En de transfersom? „We hebben Jefferson Farfán gehaald voor nog geen 2 miljoen euro. Dat is minder dan een gemiddelde eredivisietopper.”

Zuid-Amerika biedt kansen, maar ook risico’s voor wie de markt niet goed kent. Veel spelers zijn in handen van ondoorzichtige investeringsfondsen, terwijl lang niet alle tussenpersonen bonafide zijn. Bovendien is de concurrentie groot. In zijn beginjaren zat De Visser nog weleens alleen op de tribune bij jeugdtoernooien in Zuid-Amerika, nu zitten er soms wel tweehonderd scouts.

Luie paarden

Volgens De Mos zijn er genoeg clubs in mooie verhalen getrapt. „Ik denk dat er meer luie paarden zijn gekocht dan pareltjes. Als je nieuw bent, dan komen ze naar je toe in hotel Maksoud in São Paulo. Dan willen ze honderd kilometer naar het zuiden of noorden omdat ze daar de nieuwe Romario, Pelé of Rivaldo voor je hebben. Ze proberen je alles te verkopen. Elke schoenpoetser in Brazilië zegt dat hij een vriend van Pelé of Zico is.”

Waar het om gaat, zijn goede ogen, zegt De Mos. Bij zijn trips naar Zuid-Amerika schakelde hij een Israëlische kennis is. Een autohandelaar met een grote voetbalintuïtie. Toen De Mos trainer was van KV Mechelen stond de man aan zijn deur met een video van een speler uit Israël. De Mos nam het aan uit beleefdheid, maar uit nieuwsgierigheid bekeek hij de band toch. De speler bleek zeer interessant en De Mos wist meteen dat hij op de Israëliër kon bouwen.

De autodealer bracht hem op het spoor van Ronaldo bij Cruzeiro, Roberto Carlos bij União São João en Rivaldo, die ieder voor 3 miljoen dollar te koop waren. Achteraf een koopje, maar toen De Mos het drietal opperde bij PSV, kreeg hij nul op het rekest. Hijzelf was nieuw en had geen status. En de PSV-directie wilde weten hoeveel interlands de drie hadden gespeeld. „Ik zei nul, maar dat gaan ze wel doen. Toen bleek dat Ajax in Zuid-Amerika was voor een topspits kwam Philips alsnog in actie om Ronaldo te halen. Maar nu voor het dubbele.”

De Visser is er altijd vroeg bij. Hij scout jongeren op hun vijftiende, gaat terug als ze op een internationaal toernooi onder 17 jaar spelen en blijft sommigen volgen tot hun twintigste. Geen talent ontgaat hem. „Ronaldo noemt mij nog altijd meu segundo pai – mijn tweede vader”, zegt De Visser. „Als er morgen een talent opstaat, weet iedereen: Piet bellen.”

Overal heeft hij zijn netwerk, zes maanden per jaar is hij op reis. In november het WK onder 17 in Chili, met een uitstapje naar Ecuador. In januari een groot toernooi in São Paulo. Nu is hij razend enthousiast over Ecuador, dat in het Zuid-Amerikaanse kwalificatietoernooi voor het WK bovenaan staat en uit van Argentinië heeft gewonnen. Vertel hem niks over de kwaliteiten van de Zuid-Amerikanen. „Ze brengen power en beleving.”

Guardado scoutte hij toen hij nog bij PSV werkte. De Visser verhoogt zijn stem. „Ik keek hem in zijn ogen. Het vuur spoot eruit. Die wilde wel.” Hij kan morgen een belangrijke rol vervullen tegen Ajax, Guardado. De Mos: „PSV wordt kampioen.”