Kabinet moet voluit campagne voeren voor het referendum

Op zes april, over krap drie weken, gaan de stembussen open. De stempassen dwarrelen nu ongeveer binnen. Maar het is niet uitgesloten dat ook voor geïnformeerde burgers de oproep nog als een verrassing zal komen. Nee, het kabinet is niet gevallen, de Kamer niet ontbonden. Ook voor de waterschappen, gemeenten, provincies of het Europese parlement hoeft geen kruisje te worden gezet bij de gewenste partij.

Dit is het aanstaande raadplegend Oekraïnereferendum van zes april, de burger cadeau gedaan door de initiatiefgroep GeenPeil die er de benodigde 300.000 handtekeningen voor ophaalde. Zij grepen dit volstrekt reguliere, in Nederland nagenoeg onomstreden, routineuze, en hoofdzakelijk handel betreffende verdrag aan om de kiezer voor een geheel andere agenda te mobiliseren. Weerzin tegen de Europese Unie, tegen migratie, tegen Oost-Europa, tegen onveiligheid, tegen instabiliteit, tegen rare landen met vreemde opvattingen en (vooral) tegen het tekort aan directe inspraak bij politieke beslissingen. Maar dus ook tegen iedere vorm van toenadering tot Oekraïne, een veraf gelegen land dat gewantrouwd wordt. En, toegegeven, daar is ook veel te verbeteren.

Dit is dus in hoge mate een symbolisch referendum dat over alles tegelijk gaat en een zo breed mogelijk reservoir aan vooral binnenlandse onvrede wil aftappen. Het is het klassieke gevaar dat ieder referendum bedreigt – het gaat niet waar het over gaat. Maar het functioneert als bliksemafleider en stoorzender.

Dit referendum is ook bepaald niet kostenloos, in politieke zin. Weliswaar is het een raadgevend referendum, dus niet bindend, maar het kabinet is tenminste verplicht het associatieverdrag straks opnieuw politiek te beoordelen. Zeker als de opkomstdrempel van 30% wordt gehaald. Nederland zou het associatieverdrag met Oekraïne, waar Tweede Kamer en kabinet al mee akkoord waren, in het uiterste geval alsnog moeten opzeggen of proberen open te breken. Dat heeft consequenties die verder reiken dan dít verdrag. Het gaat dan ook over de politieke betrouwbaarheid van lidstaat Nederland om verdragen die het tekent en die het parlement goedkeurt, ook uit te voeren.

De politieke inzet voor het komende referendum is dus hoog. Dit gaat over meer dan zomaar een associatieverdrag met een land dat aan de EU grenst, moeilijke tijden doormaakt en grote structurele problemen kent. Dat overigens in ieder opzicht bij dit verdrag gebaat zou zijn.

Dit gaat ook over de geloofwaardigheid van de Nederlandse regering, internationaal maar ook nationaal. Het kabinet tekende dit verdrag, de Tweede Kamer keurde het goed. Als dan uit de peilingen blijkt dat het wantrouwen ertegen groot is, er breed foute conclusies aan worden verbonden – over een toekomstig EU-lidmaatschap – dan zou je zeggen dat het kabinet alles uit de kast haalt om in een heldere campagne iedere burger uit te leggen waar het hier precies om gaat. En vooral, waar het allemaal níet om gaat. Maar dat gebeurt dus niet.

Dat dit referendum politiek ongelegen komt, het zal best. Anderzijds, democratie is niet voor bange bestuurders. Als de burger een referendum uitlokt dan moet het gekozen bestuur die handschoen opnemen. En voluit verdedigen waarom het verdrag is gesloten, getekend en goedgekeurd. Waarom Oekraïne dit vrijhandelsperspectief geboden moet worden – en waarom dit behalve een Europees ook een Nederlands belang is.