Zo pak je een interne sollicitatie goed aan

Wie in een bedrijf verder wil komen, moet intern solliciteren. Lastig, want de concurrenten zijn collega’s.

Foto iStock

Je had het al opgevangen: voor die nieuwe vacature op je werk wordt eerst intern iemand gezocht. En de baan geeft meer verantwoordelijkheid, leukere taken, een mooier kantoor en een beter salaris. Je ziet jezelf al helemaal zitten.

Hoe zorg je dat ze jou aannemen en niet die vervelend ambitieuze collega? En schrijf je eigenlijk een formele sollicitatiebrief of loop je even langs personeelszaken om te melden dat je geïnteresseerd bent?

Een interne sollicitatie is voor veel mensen nog spannender dan een externe. Je moet het opnemen tegen collega’s, je praat met de bazen en de kans bestaat dat je niet wordt aangenomen. En dan moet je natuurlijk gewoon weer terug naar je afdeling.

Bovendien loop je tegen problemen aan waar externe kandidaten niet zoveel last van hebben. Je kan je wel voordoen als de perfecte kandidaat, maar de organisatie weet ook van dat mislukte project van vorige maand. Of van het conflict met die collega een half jaar geleden. Op je cv een beetje opscheppen over je kwaliteiten of je huidige verantwoordelijkheden overdrijven is niet aan de orde. Je bent met al je fouten en zwakke plekken al (min of meer) bekend.

Er zijn zat redenen om het er toch maar op te wagen. Als je binnen een bedrijf verder wilt komen. Of als er extern weinig leuke banen te vinden zijn. Hoe pak je het aan? Recruiter Jolanda Salari van adviesbureau GITP en Hans Tönjann, directeur van HRM profs, geven advies.

Bereid je goed voor

Als belangrijkste tip geldt: neem de sollicitatie serieus en onderschat de procedure niet. Tönjann:

„Een bedrijf wil de beste mensen op de juiste plaats, of dat nou een interne of externe kandidaat is. Verwacht geen voorkeursbehandeling omdat je toevallig al in het bedrijf werkt.”

Bereid je sollicitatie dus goed voor. Het grootste voordeel dat je daarbij als interne kandidaat hebt, is de informatievoorsprong. Je hoort vaak eerder over de vacature dan externe kandidaten. Je kent het bedrijf al en weet wie er op de afdeling werken waar een vacature is. Maak daar gebruik van.

Tönjann: „Vraag collega’s van de betreffende afdeling wat de functie precies inhoudt, hoe hun werkdagen eruitzien en welke vaardigheden absoluut essentieel zijn. Dat kun je weer gebruiken in je brief.”
Een brief ja, want ook als interne kandidaat kun je het beste gewoon een formele brief schrijven waarin je uitlegt waarom jij geschikt bent voor de functie. De toon hangt een beetje af van het bedrijf waar je werkt. In een kleine organisatie waarin je iedereen goed kent, is het misschien een beetje gek de ontvanger aan te spreken met ‘geachte’ en ‘u’. „Dat kun je zelf het beste inschatten”, zegt Salari.

Benadruk in je brief en tijdens het sollicitatiegesprek goed dat jij de kwalificaties hebt die voor de baan gevraagd worden, zegt Salari. „Interne kandidaten worden vaak beoordeeld op basis van hun huidige functie. Binnen de organisatie bestaat nou eenmaal een beeld van iemand waar mensen graag aan hechten en waar soms moeilijk van af te komen is.”

Dat kan lastig zijn, want wie bekendstaat als dienstbaar wordt misschien niet snel als nieuwe directeur gezien. Salari: „Laat zien dat je begrijpt dat er in de nieuwe functie een andere rol of opstelling van je verwacht wordt en probeer met voorbeelden te komen waaruit blijkt dat je daar klaar voor bent.”

Vertel je het aan je huidige baas?

En dan, als je eenmaal besloten hebt te solliciteren, vertel je dat dan wel of niet aan je huidige leidinggevende? Die zou - al dan niet terecht- wel eens kunnen denken dat je het niet meer naar je zin hebt. Maar een manager moet ook tijd hebben eventueel een vervanger te zoeken. Dus wachten tot het laatste moment is ook niet echt sympathiek.

Het is een cliché, zegt Tönjann, maar eerlijk duurt toch echt het langst. Je leidinggevende komt er uiteindelijk toch wel achter: grote kans dat hij of zij gevraagd wordt als referentie. Dan kan je het maar beter vast zelf verteld hebben. Je baas kan bovendien een goed woordje voor je doen en zo als kruiwagen dienen. „Een goede manager is begaan en zal je ambitie juist waarderen”, aldus Tönjann.

Met collega’s is een beetje voorzichtigheid wel gewenst. Om je sollicitatie over de afdeling te schreeuwen is misschien niet zo verstandig, maar het kan best fijn zijn een paar collega’s in vertrouwen te nemen.

Goede collega’s kennen je op een andere manier dan vrienden of partner en kunnen helpen met het voorbereiden van de sollicitatie. „Zij weten waar je zwakke en sterke kanten liggen en wat voor soort collega je bent.” Bovendien is het fijn bij collega’s te kunnen uithuilen als je de baan niet krijgt.

Als je het niet wordt

Bij elke sollicitatie is het afwachten of je wordt aangenomen, maar bij een interne sollicitatie is een afwijzing misschien nog wel vervelender. Je moet je de volgende dag immers gewoon weer op je oude plek melden.

Als je niet al van de manager feedback krijgt -wellicht zien ze je zeker doorgroeien naar een andere positie, maar was je er nu nog niet klaar voor- vraag dan zelf heldere feedback, zegt Tönjann: „Waarom ben je afgewezen? En hoe kun je jezelf ontwikkelen om de volgende keer wel kans te maken?”

Probeer niet beledigd te zijn. Je bent niet afgewezen voor je huidige functie – ook dan is het fijn als niet de hele afdeling op de hoogte was van je sollicitatie. Voel je je echt ongemakkelijk, bijvoorbeeld omdat een directe collega de baan heeft gekregen, praat daar dan over met je manager.

Dat geldt overigens ook als je weet dat je juist ‘gewonnen’ hebt van een collega, zegt Salari. Helemaal als je daarna nog samen moet werken. „Als dat vervelend is voor iemand, heb het daar dan over.”

Je kunt het risico op afwijzing vooraf al wat beperken. Een beetje realiteitszin is bijvoorbeeld belangrijk, zegt Salari.

„Solliciteer niet op functies waarvan je al weet dat je het toch niet wordt -alleen maar om je ambitie laten zien.”