Column

De reacties zijn voortaan het nieuws. De feiten niet meer

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Buma, Segers, Pechtold en de restanten van religie in de politiek. Ofwel: waar God verdwijnt, vullen populisten en uitvergrote ego’s het gat.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Nederland: het duurt altijd even voordat taboes hier doorbroken worden, maar daarna gaan de remmen los ook. Het bepaalt de toon en het ritme van het debat, in Den Haag en daarbuiten: naoorlogs verzet tegen groepen die toch allang in de verdrukking zitten.

Zo gebeurde het deze week dat een folder van de Hema, ‘Vrolijk voorjaar’ op de voorpagina, als knieval voor de islam geïdentificeerd werd. De afwezigheid van ‘vrolijk Pasen’ op dat omslag kon namelijk geen toeval zijn. Angst voor moslims natuurlijk.

De winkelketen zelf zei dat het anders zat, het voorjaar duurt nu eenmaal langer dan Pasen, maar dat moest wel een smoesje zijn. De Hema was „helemaal van het padje”, dacht Zijlstra (VVD). „Culturele zelfhaat”, oordeelde Segers (CU).

Huh? Bijna geen Hollander gaat nog naar de kerk. Neerkijken en afgeven op gelovigen, alsmede het opeisen van de openbare ruimte in ruil voor de zondagsrust, zijn standaard onderdeel van de populaire én politieke cultuur geworden.

En toch slagen Nederlanders erin, samen met hun politici, moslims als bedreiging van het christelijke Pasen te identificeren. Je had mensen die dit vloekend vaststelden, en zelfs toen de ironie nog niet zagen.

Religie was überhaupt erg aanwezig op het Binnenhof deze week, en dat was om meer redenen ontregelend. We hadden natuurlijk het Wildersproces: de vervolging van de man die van zijn strijd tegen één religie zijn politieke identiteit maakte, en nu terechtstaat omdat hij niet de islam maar een bevolkingsgroep zou hebben gediscrimineerd. Ik vrees voor een langgerekt spektakelstuk met één constante: de verdachte als slachtoffer.

Tegelijk spookt religie momenteel door de hoofden van Haagse kopstukken. Zij laten merken erg bevreesd te zijn voor een binnenlandse aanslag door IS.

In de islamdiscussie hanteren de meeste partijen al langer de standaardformule dat zij ‘de joods-christelijke cultuur’ hoger achten dan de islamitische of Arabische cultuur. Zelfverheerlijking die het bij de kiezer niet slecht doet.

Punt is alleen dat ook die joods-christelijke cultuur op zijn retour is. En wat dan?

Onderzoek (God in Nederland, Radboud Universiteit) liet maandag zien dat nog maar een kwart van de burgers zich kerklid noemt, en dat de groep buitenkerkelijken in vijftig jaar is verdubbeld tot bijna zeventig procent. Nogal een omslag – ook voor de politiek.

En ik begrijp best dat de christelijke cultuur niet meteen ook wankelt, maar je hoeft geen wiskundige te zijn om te voorzien dat de voortgaande ontkerkelijking ook die cultuur zal aantasten.

Intussen zweven nieuwe taboes boven dit debat: dat niet zozeer de islam het gat vult dat het christendom laat vallen, maar westerse waarden die wij hier zo graag bewieroken – het kapitalisme en het individualisme. Die Hemafolder leek me er een schitterende illustratie van.

Het herinnerde me aan keuzes die Amerikaanse winkelketens in de jaren negentig grootschalig maakten. Zij gingen tijdens kerstvakanties van Merry Christmas over op Happy Holidays.

Uit marktonderzoek wisten ze dat hun verwijzing naar Kerstmis potentiële klanten (boeddhisten, moslims, sikhs, sommige mormonen, etc.) afstootten. In een poging ook die groepen hun winkels in te krijgen, en dus omzet te vergroten, vervingen ze ‘Gelukkig Kerstmis’ voor ‘Prettige Feestdagen’. Geen knieval voor andere religies, maar een poging meer geld te verdienen.

Er kraaide geen haan naar, totdat conservatieve media rond 2005 een War on Christmas construeerden: dit zou een knieval voor de seculiere cultuur zijn. Zo werd de puur commerciële keuze van de winkelketens ineens cultureel geïnterpreteerd, een misverstand dat sindsdien moedwillig in stand wordt gehouden.

Zodoende kunnen Amerikaanse christenen elk jaar rond de Kerstdagen dankzij conservatieve media doen alsof hun christelijke identiteit onder vuur ligt. Dit hoewel christenen in de VS ruim in de meerderheid zijn: je hebt daar net zoveel kerkleden als niet-kerkleden hier.

Het onthullende van die Pasendiscussie deze week, vond ik dat hier hetzelfde slachtofferschap de kop opsteekt. Niet-christenen die de commerciële stap van een winkelketen als culturele keuze vertalen, en doen alsof ook zij, als ruime meerderheid, de wil van de moslimminderheid opgelegd krijgen.

Zo is in de post-christelijke natie nu iedereen slachtoffer. Uit een interview met Trouw vertelde Gert-Jan Segers (ChristenUnie) deze week hoe niet-christelijke politici steeds intoleranter worden voor hun christelijke collega’s. De CU-leider signaleerde verblindheid. „Als je onderdeel bent van een riante meerderheid, kun je nauwelijks meer voorstellen dat mensen anders zijn dan jij”, zei de CU-leider.

Hij noemde een reeks voorbeelden waaruit volgens hem blijkt dat vooral liberalen, VVD en D66, geen oog voor de christelijke minderheid meer hebben. Steun van de VVD om de bescherming van kerkgenootschappen op te heffen, de discussie over de zondagsrust, het D66-plan ‘bij de gratie Gods’ uit wetgeving te schrappen. Hij voelde wraakzucht, zei hij. „Alsof het payback time is.”

Ik denk dat hij een punt heeft. Evengoed heeft de ideologische verwarring ook onder christenen toegeslagen: Halbe Zijlstra wees er in het Nederlands Dagblad fijntjes op dat de VVD nu de partij met de meeste christelijke kiezers is.

Intussen spreekt ook Buma zijn zorgen uit over de zondagsrust, maar kiest hij vol overtuiging voor een oppositiekoers, en niet langer voor de middenpositie die christelijke kiezers traditioneel hoog waardeerden.

Nog gekker: het was deze week de liberaal Pechtold die, met zijn idee voor een nationale aanpak van het vluchtelingenvraagstuk, nog het meest zinspeelde op de klassieke christelijke naastenliefde: de ander iets gunnen.

Nu weet Pechtold onderwerpen feilloos te politiseren als zijn electorale concurrenten zwak staan, dus de scepsis van de anderen was te begrijpen. Aan de andere kant: uitgerekend dat vluchtelingenprobleem koopt niets voor de polarisatie waarmee het tot nu toe besproken wordt.

Wat al deze onderwerpen voor politici gemeen hebben, is dat ze worden gelanceerd en besproken in een steeds grilliger opinieklimaat. Die Hemafolder stond ook wat dit betreft niet op zichzelf.

En dit komt, denk ik, omdat we in een overgangsfase zitten. We veranderen van een rationele maatschappij in een reactiemaatschappij: niet de feiten zijn nog bepalend voor een discussie, maar de snelheid, inhoud en intensiteit van de eerste reacties. De feiten zijn het nieuws niet meer: de reacties op de feiten zijn nu het nieuws.

Dit verschijnsel is niet ontstaan door de verdwijnende God, maar wordt er wel door gestimuleerd: het creëert een voortdurende voedingsbodem voor populisme.

Het is, denk ik, ook een voorname verklaring voor het succes van het populisme in heel Europa: de verdwijnende God en de snelheid van nieuwe media, die publieksreacties boven feiten plaatsen, zijn voor mensen met uitvergrote ego’s een verrukkelijke mix en een permanente beloning.

Kijk maar om je heen. Te brede fietssturen in de fietsenstallingen. Te grote SUV’s op de parkeerplaatsen. Te veel grote tattoos. Te veel mensen die andermans Pasen niet tolereren. Te weinig inwoners die ruimte voor vluchtelingen kunnen maken. Nederland in 2016: zoveel uitvergrote ego’s dat er voor de anderen steeds minder plaats is.

Dus ik geloof niet dat de islam of een andere religie het christendom en de joods-christelijke cultuur in onze politiek zal vervangen. De nieuwe Goden van de politiek zijn het kapitalisme, het individualisme en het populisme. De drie-eenheid die elke burger in staat stelt hoogst tevreden te zijn met het eigen ego, en alle problemen buiten zichzelf te zoeken.

Het kwam, helaas, nogal goed in beeld in die filmpjes waarop PSV-supporters, deze week op een plein in Madrid, blijk van hun naastenliefde gaven: muntjes naar bedelaars gooien, de bedelaars laten rapen, en ze dan onder elkaar lekker uitlachen.