Bohémiens van Berlijn tot Suriname

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

De van geschiedenis doordrenkte Duitse hoofdstad is het decor van dertig verhalen waarin journalist Hans Olink de sporen nagaat die talrijke – veelal Nederlandse – kunstenaars in de stad hebben getrokken. Berlijn, Berlin [1] is een liefdesverklaring. Waar volgens schilder-schrijver Armando het boeiende van de stad vooral wordt bepaald door de soms ondraaglijke spanning tussen een schijnbaar onbekommerd heden en een beklemmend verleden, daar ziet Olink een stad die ‘smaakt naar de toekomst’, een stad om naar te verlangen. Hij haalt beelden terug uit de Gründerzeit vóór de Eerste Wereldoorlog, roept herinneringen op aan het ongebreidelde kunstenaarsleven in de jaren twintig, roept getuigen op van de concurrentie tussen Oost en West in het verdeelde Berlijn van de Koude Oorlog. Het zwaartepunt van de bundel wordt gevormd door anekdotes uit de wilde jaren twintig, toen talrijke Nederlandse kunstenaars, van Theo van Doesburg tot Hendrik Marsman, van Paul van Ostaijen tot Herman Heijermans, zich in Berlijn ophielden. Ook de jaren dertig leveren mooie verhalen op van liefde, verval en dreiging. Een geschiedenis van Berlijn of zelfs maar een historische reisgids is deze bundel niet. Wel toont Olink aan dat de stad een onuitputtelijke bron is van scheppingsdrang, vertellingen en legendes.

In contrast daarmee staat het in zakelijke stijl gestelde beknopte overzicht van de jongste Duitse geschiedenis door Willem Melching: Waarom Duitsland? [2]. Dat lijkt een zinloze vraag, waarmee dan ook iets anders wordt bedoeld. De eigenlijke vraag die historicus Melching wil stellen luidt: waarom heeft Europa Duitsland nodig en waarom heeft Duitsland Europa nodig? Het boekje levert geopolitieke, historische en morele argumenten voor Duits leiderschap in Europa en tegen een Duitse Alleingang. Als de Duitsers hun verantwoordelijkheid niet nemen zal er weinig van het verenigde Europa overblijven, betoogt Melching, en omgekeerd heeft Duitsland de steun van Europa nodig. Melching kwalificeert Duitsland als een ‘kwetsbare hegemonist’ die vanwege het verleden zijn wil nooit zonder overleg zal willen en kunnen opleggen. Melching prijst het Duitse politieke systeem als een modelvoorbeeld van een geslaagde democratisering. Het overzichtelijke partijenlandschap vormt het fundament onder de Duitse stabiliteit. Maar de opkomst van de rechts-populistische Alternative für Deutschland toont dat ook in Duitsland het politieke landschap in beweging is. Toch is er alle reden vertrouwen te hebben in de Duitse democratie, al is ook daar permanente waakzaamheid geboden.

Dat een ABCDarium van Annie M.G. Schmidt begint met de A van Abeltje en eindigt met de Z van Ziezo ligt voor de hand. Maar wat te doen met de immer problematische Q, X en Y? Joke Linders, die in 1999 promoveerde op het schrijverschap van Annie M.G. Schmidt en nu Het ABC van Annie MG [3] samenstelde, draaide er haar hand niet voor om. Ze zette een keur van prominente medewerkers, onder wie Wim Brands, Maartje den Breejen, Jacques Klöters, Wilfred Takken en Ivo de Wijs aan het werk om fraaie essays te verzorgen over onder meer de D van Doorsnee, de J van Ja zuster, nee zuster en de L van Liedjes. De Q van Quatre-mains werd verzorgd door cabaretrecensent en kleinkunstenaarsbiograaf Henk van Gelder en gaat over de componisten met wie Schmidt samenwerkte in ‘een quatre-mains van teksten en muziek’. Voor de X van X-factor tekent de Vlaamse schrijfster/illustrator Gerda Dendooven, die in talrijke woorden met een x een sfinxachtig portret schildert van het complexe burgermeisje dat uitgroeide tot een excentrieke bohémienne die niet aan safe sex deed. De Y van Wei ysen eis (aldus Floddertje) , waarin het accent ligt op Schmidt-illustrator Fiep Westendorp, is met zichtbaar plezier geschreven door literair recensent en redacteur van NRC Handelsblad Thomas de Veen. Linders schreef de meeste lemmata en verdient ook een compliment voor de schitterende uitvoering van dit verrukkelijke boek.

Op 19 mei krijgt Astrid Roemer (Paramaribo, 1947) de P.C. Hooftprijs 2016 uitgereikt. Wie voor die tijd kennis wil nemen van haar magnum opus moet nu beginnen en flink aanpoten. Haar belangrijkste romans Gewaagd leven, Lijken op liefde en Was getekend, alle drie uit de jaren negentig, zijn ter gelegenheid van de hoogste literaire onderscheiding die een Nederlandse auteur kan worden toegekend in één band uitgebracht onder de titel Onmogelijk Moederland [4]. Het boek is dikker dan een baksteen, maar voelt verrassend licht aan en heeft als groot voordeel boven de oorspronkelijk uitgaven dat je niet hoeft te wachten tot er een volgend deel van de trilogie verschijnt. Vanaf de eerste zin ‘Ik zit op de betonnen dijk van de Surinamerivier aan de Waterkant in Paramaribo’, wil je namelijk maar één ding: doorlezen. En dat kan nu.