Baas in het ragwerk op de borstelbaan

Alberto Tomba (driemaal slalomgoud op de Olympische Spelen) kwam uit de Povlakte. Daarmee vergeleken is Weesp, met zijn ligging in de schaduw van de Muiderbrug, al bijna een bergdorp. Het had dus best gekund, voor de Weespse Marit Pronker (25). Bergengebrek was het probleem niet, wel de geringe belastbaarheid van haar enkel, waaraan ze drie jaar geleden ernstig geblesseerd raakte. Dus zijn de sneeuwsporen van haar oude idolen Lindsay Vonn en Bode Miller inmiddels uit zicht.

„In de sneeuw gaat het niet meer, maar het korte ragwerk op de baan ligt me gelukkig nog goed,” zei Pronker. Ze is een baas op de borstelbaan. Raggen is daarbij het understatement van de week: op de borstelbaan heb je zo weinig grip dat je bij het kleinste technische foutje al verloren bent. Het is of je je over een gekantelde ijsbaan moet bewegen.

Pronker, in het dagelijks leven als fysiotherapeut en bewegingswetenschapper verbonden aan hockeyclub Laren, werd al vier keer Nederlands kampioen. Zondag staat ze als titelverdediger bovenaan de Schans van Uden. Nu ja, voor zover een mens bovenaan kan staan in de Lage Landen: voor je het weet ben je naar beneden geroetsjt. Daar moeten we daar beneden voor Pronker maar een confettikanon neerzetten: zodat ze na haar vijfde titel toch nog in iets stuivends belandt.