Botten in Spaanse ‘knekelput’ blijken van neanderthalers

Opgravingen in de Spaanse grot Sima de los Huesos Foto Javier Trueba

Duizenden botten lagen 430.000 jaar lang onaangeroerd in Sima de los Huesos, de Knekelput. Inmiddels hebben Spaanse archeologen deze grotkamer onder de heuvels van Atapuerca in noord-Spanje volledig binnenstebuiten gekeerd. Bij elkaar vonden ze 6.700 menselijke botten en tanden, waaronder twee prachtige schedels.

De botten zijn van vroege neanderthalers. Dat bleek deze week uit een analyse van DNA dat genetici uit een kies, snijtand en heupbot wisten te peuteren (Nature, 14 maart). De conclusie is opvallend: hetzelfde team concludeerde 3 jaar geleden nog dat de mensen uit Atapuerca denisoviërs waren.

Denisoviërs vormen een mysterieuze menssoort. Ze zijn alleen bekend van een teenbotje en een paar tanden uit Zuid-Siberië waaruit genetici DNA hebben geïsoleerd. Verder weten we vrijwel niets over hen.

In 2013 kreeg de mysterieuze denisova-mens een verrassend gezicht: het mitochondriële DNA van de botten uit Atapuerca kwam overeen met het DNA van denisoviërs uit Siberië. Waren de denisoviërs eindelijk gevonden? Nee. Het mitochondriaal DNA is klein en geeft maar een beperkte blik op de afkomst van een populatie. Dezelfde genetici hebben nu langere DNA-ketens uit de celkern weten te reconstrueren. Daaruit staat vast dat de mensen uit Atapuerca nauwer verwant zijn aan neanderthalers dan aan denisoviërs.

Deze week werd wél een ander denisova-inzicht bevestigd: moderne Melanesiërs stammen voor een deel van denisoviërs af. DNA-onderzoek bij 35 Melanesiërs uit Papoea Nieuw Guinea toonde aan dat tussen 1,9 procent en 3,4 procent van hun DNA uit denisova-DNA bestaat (Science, 17 maart).