‘Alle grote uitvindingen zijn inmiddels wel gedaan’

Volgens de Amerikaanse econoom zitten we niet in een technologische revolutie en hebben we juist een gebrek aan grote vernieuwingen.

„Door de stagnatie heb je heel veel woede en vijandigheid tegen de heersende politici. Daardoor maakt Donald Trump een reële kans op het presidentschap; hij is een zeer sterke kandidaat.” Foto Taylor Glascock

Hoezo ‘we zitten middenin een technologische revolutie’? En hoezo ‘het gaat sneller dan ooit’? Deze slogans uit Silicon Valley die de laatste jaren vaak te horen zijn, stroken niet met de economische werkelijkheid. Sterker nog, we zitten juist in een periode van stagnatie, de economie groeit al tien jaar nauwelijks en het gebrek aan grote uitvindingen zorgt ervoor dat dat nog decennia zo zal blijven.

Het is een stelling waarmee de Amerikaanse econoom Robert Gordon dwars ingaat tegen de tijdsgeest. Zijn in januari verschenen boek, The Rise and Fall of American Growth gaat de wereld over op een manier die vergelijkbaar is met hoe Kapitaal in de 21e eeuw van Thomas Piketty twee jaar geleden furore maakte. Dat boek zette definitief het thema economische ongelijkheid op de agenda. Gordons werk geeft een draai aan de discussie over de relatie tussen innovatie en economische groei.

.„Ik had ook niet verwacht dat het zo internationaal opgepikt zou worden”, zegt Gordon aan de telefoon vanuit Chicago – een interview via Skype wees hij af omdat hij dat programma niet goed genoeg beheerst.

Met alle aandacht voor zijn boek komt ook de kritiek. „Ik weet in elk geval dat Bill Gates [de oprichter van Microsoft] mijn boek niet goed vindt. Dat ik nu voorspel dat innovatie vertraagt, vindt hij net zoiets is als iemand die in 1940 voorspelt dat de vrede op uitbreken staat. Volgens hem zit ik er totaal naast, en staan we op het punt van een geweldige technologische revolutie, die morgen begint.”

Robots kunnen geen was opvouwen

Gordon verbergt zijn cynisme niet. „Gates voorspelt ook dat robots binnenkort het werk gaan overnemen van onder anderen bewakers en kamermeisjes. Hij lijkt zich niet te realiseren dat robots tot nu toe geen trappen kunnen lopen, toch iets wat tot de standaardtaken van de bewaker hoort. En hij vergeet even dat robots nu onmogelijk iets kunnen doen als de was opvouwen, toch handig voor een kamermeisje om te kunnen.”

Gordon benadrukt dat hij niet zegt dat innovatie dood is, dat de vooruitgang in robots, internet, 3D-printers en zelfrijdende auto’s er wel degelijk toe doet. „Maar de ontwikkeling is evolutionair, niet revolutionair.” Hij somt in zijn boek een indrukwekkende hoeveelheid data op over de enorme sprongen in welvaart tussen 1870 en 1970, in wat hij ‘de speciale eeuw’ noemt. Tóén ging vernieuwing pas snel, veel sneller dan nu, blijkt uit die gegevens.

In die eeuw plukten mensen de vruchten van de uitvinding en toepassing van elektriciteit, hygiëne in de gezondheidszorg, de telefoon, nieuwe landbouwtechnieken, vervoersmiddelen. In de tweede helft van die speciale eeuw, tussen 1920 en 1970, groeide de Amerikaanse economie gemeten naar productiviteit per persoon met gemiddeld 2,8 procent per jaar. Na 1970 is dat niveau nooit meer bereikt over langere periodes. Sterker: de laatste jaren groeide de Amerikaanse economie met gemiddeld slechts 0,6 procent per jaar.

„Veel grootse uitvindingen kunnen nou eenmaal maar één keer gedaan worden,” zegt Gordon. „Tussen 1870 en 1958 gingen we van de snelheid van het paard naar de snelheid van een jumbojet. Sindsdien is er weinig veranderd, sterker: de huidige verkeersvliegtuigen gaan zelfs iets langzamer dan die van toen.”

Vliegende auto’s

„Je kunt maar één keer voordeel behalen van de uitvinding van centrale verwarming en airconditioning waardoor je de binnentemperatuur constant kunt houden. Je kunt maar één keer profiteren van een overgang van een boeren- naar een stadssamenleving. Al dat soort uitvindingen is gedaan, de lijst is afgewerkt. Wat er overblijft is simpelweg veel minder belangrijk voor de kwaliteit van leven.”

In zijn boek citeert Gordon de Amerikaanse investeerder Peter Thiel over hoe vernieuwing sinds halverwege vorige eeuw is tegengevallen: „We hoopten op vliegende auto’s, alles wat we kregen was 140 letters”, verwijzend naar de limiet van Twitter-berichten.

Veel van Gordons critici wijzen erop dat juist de laatste paar jaren de ontwikkelingen in computers, kunstmatige intelligentie, internet of things, genetica, de cloud en 3D-printen in een versnelling zijn geraakt, onder meer aangejaagd door de Wet van Moore. Die beschrijft de verdubbeling van de capaciteit van computerchips, grofweg elke twee jaar. Is het niet raar om juist tijdens zo’n versnelling te stellen dat de grote vernieuwingen op zijn?

Gordon: „Technologie-optimisten letten niet op wat er gebeurt in de echte economie: de laatste jaren is de groei nog veel trager geweest dan wat ik voorspel voor de komende tijd. De rol van kunstmatige intelligentie en robots in ons dagelijks leven is nog heel klein. Vergeet niet dat we al decennia robots gebruiken in fabrieken. Dat heeft wel gezorgd voor enige groei in productiviteit, maar niets spectaculairs. En computers hebben het kantoor tussen 1970 en 2005 behoorlijk veranderd, maar een kantoor ziet er nu nog bijna precies hetzelfde uit als in 2005. Er is weinig reden om aan te nemen dat dat ineens verandert.”

De mensen die de Wet van Moore aanhalen om te bewijzen dat vernieuwing juist nu enorm versnelt, lopen volgens hem achter de feiten aan. „De Wet van Moore is dood.” Hij wijst op het omslagartikel van weekblad The Economist van vorige week, waarin wordt geconcludeerd dat de Wet van Moore op zijn einde loopt door de technologische obstakels om computerchips in het zelfde tempo te verbeteren als de laatste decennia. Een stijgend aantal wetenschappers en technologiebedrijven onderschrijft dat.

Voordelen niet goed gemeten

Een ander belangrijk punt van zijn tegenstanders is dat productiviteitsgroei een wel erg schrale manier is om vooruitgang te meten.

Kijk naar een uitvinding als Wikipedia. Door die online-encyclopedie zijn allerlei uitgevers van papieren encyclopedieën failliet gegaan, waardoor de meetbare productiviteit waarschijnlijk eerder is gedaald dan gestegen als gevolg van Wikipedia. De immateriële voordelen zijn veel groter dan de materiële, waardoor dit soort innovaties niet goed wordt meegeteld in groeicijfers. Gebruikt Gordon wel de goede maatstaf?

„Het klopt dat gratis informatie een enorm voordeel is dat niet in economische groei wordt opgenomen”, zegt hij. „Maar dat gold ook voor de voordelen van vroegere uitvindingen. Het uitroeien van ziektes, geen paardenpoep meer op straat door de komst van de auto, de komst van huishoudelijke apparatuur die urenlang schrobben op een wasbord overbodig maakte: al deze dingen hadden ook voordelen die niet gemeten werden in de economische groeicijfers.”

Je voert een gesprek met Robert Gordon niet om eens even lekker opgevrolijkt te worden over de toekomst. In zijn boek voorspelt hij namelijk ook dat de lage groei en het gebrek aan grote vernieuwingen zeker nog de komende 25 jaar duren. Volgens hem zorgen onder meer stijgende inkomensongelijkheid en de vergrijzing in ontwikkelde economieën ervoor dat vooruitzichten eerder verslechteren dan verbeteren.

„Ik denk dat snelle groei voorbij is, ook omdat de algemene productiviteit wel groeit, maar het gemiddelde individu daar steeds minder van terugziet. Ongeveer de helft van de economische groei gaat de laatste decennia naar de 1 procent met de hoogste inkomens. De overige 99 procent van de bevolking moet het dus doen met de andere helft.”

Gordon voorspelt voor de komende paar decennia een gemiddelde economische groei van 1,2 procent per jaar in de Verenigde Staten. Maar door inkomensongelijkheid gaat de helft van de bevolking er hooguit 0,4 procent per jaar op vooruit, berekent hij. Gordon legt bovendien een verband tussen de stagnatie van de laatste decennia en de opkomst van populistische politici zoals de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump. „Lage groei van productiviteit zorgt voor lage groei van lonen, dat zorgt voor groeiende ongelijkheid.”

Dreigende instabiliteit

Die toenemende ongelijkheid wordt prangender naarmate de economische groei minder is en mensen niet langer het idee hebben dat hun kinderen het beter krijgen dan zij. „Er is heel veel woede en vijandigheid tegen de heersende politici, die er de schuld van krijgen. Daardoor maakt Donald Trump een reële kans op het presidentschap.”

Zou een golf van nieuwe grote vindingen de dreigende maatschappelijk instabiliteit kunnen voorkomen? Gordon benadrukt nogmaals dat niet duidelijk is uit welke hoek die uitvindingen dan zouden moeten komen. „En het hangt er nogal vanaf wat voor soort uitvindingen dat zouden zijn. Als het gaat om robots die arbeiders uit de middenklasse vervangen, en alleen robotmakers profiteren, kunnen uitvindingen het probleem ook versterken.”