brieven

Natuurlijk is pensioen een staatsaangelegenheid

Pensioen is geen staatszaak (16/3), commentarieert de krant.

Hoezo niet?

De Staat verplicht het overgrote deel van de mensen werkzaam in loondienst tot pensioenafspraken via de cao’s en de daaruit voortvloeiende collectieve verplichtingen.

De Staat bepaalt welk gedeelte van mijn inkomen ik als vrije beroepsbeoefenaar ten behoeve van mijn pensioen mag reserveren (ik behoor zelf nog tot de ‘gelukkigen’ die een tarief van 60+% IB hebben betaald, voordat pensioenreservering aan de orde kwam, waarover te zijner tijd nogmaals belasting moet worden betaald).

De Staat deed in het verleden een greep in de kas van de pensioenfondsen, als hij oordeelde dat dat best wel kon.

De Staat beïnvloedt door de directieven van de Nederlandse Bank in belangrijke mate het beleid van de pensioenfondsen en daarmee de hoogte van de premies en de uitkeringen.

Maar met de daardoor ontstane problematiek en negatieve gevolgen heeft de Staat naar uw inzicht kennelijk geen enkele bemoeienis?

Het komt door het kabinet

Natuurlijk is pensioen een zaak van werkgevers en werknemers.

Maar daarmee is toch niet gezegd dat het geen staatszaak is.

Het was bij mijn weten de staatssecretaris Klijnsma die enige tijd geleden eisen stelde aan de door de pensioenfondsen te hanteren rekenrente.

Daarbij kwamen werkgevers en werknemers dacht ik niet aan bod. Mijn pensioenfonds meldde toentertijd al dat het door deze opgelegde rekenrente in de problemen zou komen.

Dit bezwaar vond geen gehoor bij het kabinet.

De aanhoudende renteverlaging als gevolg van het beleid van de ECB kan men toch ook niet aanmerken als een ‘van buiten komend’ onheil.

Het is gewoon een rechtstreeks gevolg van het beleid van ons huidige kabinet en daarmee een staatszaak.

H.W.M. Oppenhuis de Jong

Haarlem

Discriminatie

Hou die lijst in Artikel 1

In onze Grondwet staat bescherming tegen discriminatie voorop. De Kamer spreekt op 23 maart over het discriminatiebeleid van de regering, en er worden voorstellen verwacht om verboden uit de Grondwet te schrappen. Wij roepen de Kamer op: doe dit niet! Artikel 1 luidt: „Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Schrappen van alle gronden is één van de opties die worden overwogen door de indieners. Groepsdiscriminatie, bijvoorbeeld op grond van godsdienst, dreigt dan uit de Grondwet te verdwijnen. Hiermee wordt de belangrijkste grondwettelijke waarborg ter bescherming van minderheidsgroepen tegen discriminatie uitgehold. CIDI vindt dit fundamenteel onjuist.

Groepen die al eeuwen worden gediscrimineerd, worden in Artikel 1 met naam en toenaam genoemd; zo beoogt de wetgever hen te beschermen. Dat is bittere noodzaak. Het aantal discriminerende incidenten, en de ernst ervan, stijgt. De polarisatie in de Nederlandse samenleving groeit. Groepen komen steeds vaker tegenover elkaar te staan. En uitgerekend in deze situatie spreekt de Tweede Kamer over het verzwakken van artikel 1 van de Grondwet. Schrap die lijst niet. Uitbreiden is meer op zijn plaats. Moskeeën krijgen dreigbrieven, azc’s worden beklad, Joden belaagd op straat, homoseksuelen worden aangevallen. Er wordt doelbewust beledigd, opgehitst, soms zelfs geweld gebruikt. Dit is geen moment om te tornen aan de bescherming van groepen. De maatschappelijke noodzaak om artikel 1 te wijzigen is er niet; integendeel, zo'n verzwakking zou eerder leiden tot maatschappelijke onrust.

Het onderscheid tussen het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel zal in dat geval feitelijk verdwijnen. Daarmee zal ook de expliciete bescherming van de vrijheid van godsdienst verdwijnen, een wezenlijk onderdeel van een fatsoenlijke constitutionele democratie.

Artikel 1 zorgt voor drie vormen van rechtsbescherming: rechtsbescherming door de rechter, maatschappelijke rechtsbescherming en bescherming van individuen en groepen tegen de grillen van de wetgever. Ook de komende eeuwen moet voor wetgever, maatschappij en rechter - evenals voor alle burgers - volstrekt helder zijn dat discriminatie niet mag en niet wordt getolereerd.

Hanna Luden directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI).

    • J.M. Coenegracht Maastricht
    • H.W.M. Oppenhuis de Jong
    • Documentatie Israel (CIDI)