Zwerfafval freaks

afval De Zwerfilosoof, de Zwerfinator en de troeptrimmer zijn afvalpakkers. In plaats van te klagen over troep op straat maken ze er iets leuks van.

Foto Walter Herfst

Wie niet beter weet, zou denken dat Peter Smith een sneeuwstorm verwacht. In zijn auto heeft hij een dik vest en sneeuwlaarzen, op de achterbank ligt een sneeuwschep. Maar aan de hemel is geen sneeuwvlok te bekennen.

Op het terrein van afvalverwerker Van der Elst in Diemen staat een witte bestelbus. Vier mensen vormen een doorgeefsysteem, grote zakken verdwijnen in de laadruimte. Als de bestelbus vol is, komt een vrachtwagen van het recyclingbedrijf voorgereden. Zelfde systeem, meer zakken. Piep-piep-piep. Klep dicht, de wagen vertrekt. De bestemming: een leegstaande kerk in Amsterdam-Oost. De vracht: zo’n 30.000 plastic flesjes.

„Zo.” Peter Smith kruipt achter het stuur van zijn donkerrode Ford Fiësta. Buiten adem. „Dit werk is eigenlijk niet goed voor mij. Ik ben onlangs geopereerd.” Twee maanden geleden kreeg hij een nier van zijn zus. Zijn eigen nieren konden zijn lichaam niet meer schoonhouden, een jaar lang kreeg hij daarom een paar keer per week dialyse. Smith is even stil en zegt dan: „Eigenlijk is het een metafoor. Ik weet nu hoe het is als je je afvalstoffen niet kwijt kunt. Ik heb geluk gehad, maar de aarde heeft geen dialyseapparaat.”

Smith is 52 jaar en fotograaf van beroep. Maar hij is „uit koers geraakt”. Sinds een jaar of vijf strijdt hij tegen de plasticsoep en in het bijzonder tegen diens hofleverancier: zwerfvuil. In 2012 maakte hij van zwerfafval een wereldbol die de hele zomer in Amsterdam in het IJ dreef. Nu is hij met een nog groter project bezig: de Plastic Madonna. Van het plastic van 100.000 ingezamelde flesjes – volgens Smith het equivalent van de 2.000 kilo plastic die elke tien seconden in de oceanen terechtkomt – wil hij een 3D-geprint Mariabeeld maken. Hij schetst haar met zijn handen in de lucht. „Een liggende madonna. Van 12 meter lang.”

Smith heeft een bijnaam: Zwerfilosoof. Hij heeft ook een missie, waar hij lang en vaak over kan vertellen. En dat doet hij dan ook: op congressen, scholen, universiteiten, op radio en televisie. De korte versie: hij wil Nederlanders zo gek krijgen dat ze „gewoon” gaan doen. Gewoon is: elke dag één stuk zwerfvuil opruimen. „Als een kwart van de mensen dat doet, zou Nederland binnen een week zwerfvuilvrij zijn.” Hij is initiatiefnemer van stichting KLEAN, een afkorting van Klagen Loont Echt Absoluut Niet. „Iets doen, hoe klein ook, brengt je dichter bij de oplossing.”

Vijftig miljoen kilo rotzooi

In de Christuskerk in Amsterdam-Oost hebben zwerfvuilverzamelaars 100.000 plastic flesjes samengebracht om een ‘Plastic Madonna’te maken: een 12 meter lang, liggend Mariabeeld, onder aanvoering van Peter Smith, oprichter van stichting Klean. Het beeld is vanaf juni te zien.

De Zwerfilosoof heeft de cijfers aan zijn kant. Zelfs in een ‘net’ land als Nederland is zwerfvuil een hardnekkig probleem: uit onderzoek blijkt dat bijna 95 procent van de Nederlanders zich eraan ergert, zegt adviesorganisatie Milieu Centraal. Toch laat bijna een op de vier mensen zelf wel eens wat slingeren. Jaarlijks belandt hierdoor naar schatting zo’n 50 miljoen kilo rotzooi op straat of in de natuur.

Het opruimen van de openbare ruimte is de taak van gemeenten, die hier jaarlijks zo’n 200 miljoen euro aan uitgeven. Of Nederland de laatste jaren schoner is geworden, is lastig te zeggen. Uit een meting gehouden tussen 2008 en 2012 op 1.060 locaties blijkt dat er in 2012 minder grof zwerfafval (groter dan 10 centimeter) was dan in 2008, maar méér fijn zwerfafval zoals kauwgom en peuken. Staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu kondigde in juni aan dat er ‘landelijke aanpak’ komt.

Maar sommige burgers hebben geen landelijke aanpak nodig om te worden aangespoord. Zij gaan nu al de straat op. Spontaan of planmatig, alleen of samen. Er is een ‘Vuilraaptroep’ die iedere maand het Haagse groen onder handen neemt, en in de gemeente Waalwijk staan negentig ‘Zwerf Afval Pakkers’ geregistreerd. Op een woensdagochtend in Krommenie kun je zomaar de ‘Zaanse Schonen’ tegenkomen.

Het zijn de mensen die #zwerfies delen op Facebook en Twitter. En een van hen zal dit weekend misschien wel de ‘Gouden Zwerfie’ winnen, de prijs voor degene die is opgevallen in de strijd tegen zwerfafval en die de stichting van Peter Smith voor de tweede keer gaat uitreiken.

Op YouTube kun je de troeptrimmer al joggend zijn plastic tassen zien vullen

Maar eerst moet er nog iets gebeuren met 100.000 plastic flesjes.

Bij de Christus Koningkerk in Amsterdam-Oost staat een groepje klaar om de zakken uit de vrachtwagen te laden en ze te legen op de betonnen kerkvloer. Een van hen is de 67-jarige ondernemer Nico Schoen, die mensen en organisaties „verbindt” en in zijn vrije tijd aan troeptrimmen doet: zwerfvuil rapen tijdens het hardlopen. Op YouTube-filmpjes kun je hem al joggend zijn plastic tassen zien vullen. Maar genoeg over hem. „Heb je ons boegbeeld al ontmoet?”

Voordat de flesjes naar de kerk werden gebracht, lagen ze opgeslagen in een loods in Diemen. Peter Smith is kunstenaar en initiatiefnemer van de ‘Plastic Madonna’.

Wat Angelina Jolie is voor borstkanker, Bono voor aids en Leonardo DiCaprio voor het klimaat, is Dirk Groot, alias de Zwerfinator, voor zwerfafvalrapers. Met Dirk, zegt Peter Smith, heeft de stichting „een soort Johan Cruijff gevonden”. „Ik probeer al sinds 2010 mensen enthousiast te krijgen voor zwerfie. Niemand is zo enthousiast als hij.”

Voordat hij Zwerfinator werd, was Groot (46) projectmanager bij een IT-bedrijf. Hij had nooit echt stilgestaan bij zwerfvuil, laat staan dat hij zelf afval raapte. Dat veranderde toen hij vader werd, nu bijna drie jaar geleden. „Als je buiten loopt met de kinderwagen, zie je de wereld ineens van een heel andere kant.” Wat Groot zag beviel hem niet: overal afval. Onder bruggen, in bermpjes, in de goot. Toen hij zijn ergernis hierover uitte op Facebook, kreeg hij meteen vele reacties. ‘Waarom doe je er zelf niets aan?’

Purmerenders kwamen grijpers vragen

Andermans afval oprapen, hij vond het eerst nog een onzalig idee. Hij betaalde toch belasting? Maar toen hij hoorde over een zwerfiedag bij hem in de buurt, overwon hij zijn weerstand en ging hij toch de straat op. Tot zijn eigen verbazing werd hij er een blij mens van. Groot zag zijn buurt schoner worden en steeds vaker kwamen Purmerenders een grijper bij hem halen om zelf te rapen. „Bij de gemeente keken ze de eerste keer raar op toen ik om grijpers kwam vragen. Op een gegeven moment kwam ik zo vaak, dat ze mijn huis tot grijperuitgiftepunt van de gemeente hebben gemaakt.”

Nog steeds gaat hij regelmatig op pad om rondslingerend afval op te rapen. In de winter iets minder vaak dan ’s zomers, maar toch zeker twee, drie keer per week. Zijn vuilniszak verruilde hij voor een Ikea-wasmand want „die is inklapbaar, maar ook heel licht en er gaat veel meer in”.

Op Twitter en Facebook plaatst hij foto’s van zichzelf terwijl hij aan het opruimen is. Hij bedacht een spel, zwerfiebingo, en organiseert zwerfieflashmobs. „Ik geloof in the power of fun. Als je het toch doet, kan het maar beter leuk zijn.”

Tijdens zijn tochten leerde Groot veel over de samenleving. „Aan de hand van zwerfafval kun je demografische studies doen. Ik kan je precies vertellen wat voor mensen er in een bepaalde wijk wonen, of wanneer het schoolvakantie is. Je merkt het meteen: het vuil verplaatst zich.” In wijken met veel sociale woningbouw, vindt hij B-merken bier en goedkope energydrankjes. In de upperclass wijken: Heineken en Redbull.

Soms vindt hij dingen die per ongeluk zijn gaan zwerven. Haarelastiekjes, bijvoorbeeld. „Die ben ik voor de grap gaan verzamelen.” Hij heeft er inmiddels honderden van. Maar ook: een portemonnee met geld, een telefoon die nog helemaal functioneerde – en overigens weer netjes werd terugbezorgd bij de eigenaar. En o ja: zijn zoon loopt al een half jaar op gevonden schoenen. „Gloednieuw dus hè.”

Maar dat is natuurlijk niet waar het om gaat, zeggen zwerfafvalpakkers. Peter Smith ziet zwerfvuil als „het gebroken ruitje van de duurzaamheid”. Als je het niet snel maakt, vervalt het hele gebouw en daarna de buurt. „Als we toestaan dat onze omgeving als vuilnisbak wordt gebruikt, hoe kunnen we dan de echte grote problemen aanpakken, problemen zoals de opwarming van de aarde?”

Als de laatste vrachtwagen leeg is en de kerk vol, haalt Smith zijn schep tevoorschijn. Om de flesjes mooi te verspreiden, waadt hij met zijn sneeuwlaarzen door de plasticzee. Op de plek waar ooit een altaar stond, staat nu een banner met een citaat van ruimtevaarder en natuurkundige Wubbo Ockels. Smith blijft stilstaan en zegt plechtig: „Kennen jullie Wubbo Ockels? Hij keek vanuit de ruimte naar onze planeet en besefte toen hoe kwetsbaar die is. Dit waren zijn laatste woorden: ‘Wij zijn zo talrijk en daardoor zo sterk dat we bijna niets hoeven te doen om de wereld te redden.’”