Opgejaagd? De Zweedse vrouw kan het wel allemaal tegelijk

Zweedse crèchepeuters zijn vaak buiten en ze leren veel. Dus gaan hun moeders met een gerust hart werken, schrijft Jennifer Pettersson. De aanname dat het in Nederland ook goed is geregeld klopt niet.

Foto Melanie Stetson Freeman/The Christian Science Monitor via Getty Images

Sinds het onderzoek ‘Lekker Vrij!?’, over het opgejaagde gevoel van vrouwen, loop ik rond met een boos en opgejaagd gevoel. Over de studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau is in zo ongeveer alle Nederlandse media bericht, maar ik heb het idee dat er iets wezenlijks over het hoofd wordt gezien.

Het spijt me dat ik hier zo laat mee kom, ruim een week nadat het onderzoek is gepubliceerd. Ik had dit stuk eerder willen schrijven maar helaas had ik het te druk. Met mijn twee kinderen, het huishouden en mijn parttime baan. Ik ben dus een van die vrouwen waar het onderzoek over gaat. Een van die hoog opgeleide vrouwen die te weinig werkt en te weinig kan genieten van haar vrije tijd. Ik ben ook Zweeds en wordt dagelijks met de verschillen geconfronteerd tussen Zweden en Nederland.

Maar eerst het onderzoek. We hebben gezorgd voor goede en betaalbare kinderopvang en verlofregelingen, zo staat er te lezen, dus wat houdt de Nederlandse vrouw tegen om de arbeidsmarkt te bestormen? Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen minder ontspannen in hun vrije tijd dan mannen, ook al hebben ze evenveel uren vrij, als je betaald en onbetaald werk bij elkaar optelt. Dat komt doordat vrouwen veel meer verantwoordelijkheid dragen voor de kinderen en het huishouden waardoor hun tijd versnipperd raakt.

De logische conclusie is dat de taken in huis beter verdeeld moeten worden. Maar is dat de oplossing? Dat de fulltime werkende vader, die nu al veel meer zorg voor de kinderen en het huishouden draagt dan zijn eigen vader ooit heeft gedaan, nog meer op zijn bord krijgt? En dat hij dus straks ook met een opgejaagd gevoel rondloopt?

Zweden: 480 dagen betaald ouderschapsverlof, tot het twaalfde jaar
Dit is volgens mij de crux: de aanname dat kinderopvang en verlof goed geregeld zijn, klopt niet. In Zweden, waar vrouwen massaal voltijd werken, is het pas echt goed geregeld. Ik ben ervan overtuigd dat als we hier de verlofregelingen, kinderopvang en scholen verbeteren, dat Nederlandse vrouwen vanzelf ook meer zouden gaan werken.

Laten we bij het begin beginnen. Je wordt zwanger. Toen ik zwanger werd, werkte ik voltijd door tot op de dag van de bevalling, zo leuk vond ik mijn werk. Zelf bleef ik een half jaar thuis met mijn kinderen, maar de schrale 16 weken zwangerschapsverlof dwingt de meeste vrouwen om hun kind naar de crèche te brengen als het pas drie maanden oud is; voordat het kind kan zitten en voordat het van de borst is. Voor de vrouwen die ik ken is dat een dramatische scheiding. Op de crèche moet je je verse baby achterlaten bij twee leidsters en acht hongerige, huilende soortgenoten. De praktische taken laten weinig tijd over voor spelen, zingen, knuffelen of naar buiten gaan. Voor basale dingen is soms geen tijd, ontdekte ik toen de leidsters op een drukke dag vergeten waren om mijn dochtertje te voeden.

Hoe het er tijdens die eerste maanden aan toe gaat op een Zweedse crèche, kan ik niet vertellen aangezien je je kind pas naar de crèche mag brengen als het een jaar oud is. In Zweden hebben mannen en vrouwen samen recht op 480 dagen ouderschapsverlof, die ze kunnen gebruiken tot het kind 12 jaar oud is. Betaald ouderschapsverlof. Gelukkig gaat het in Nederland ook de goede kant op: vanaf volgend jaar krijgen de mannen niet langer twee, maar vijf hele dagen vrij na de bevalling.

Leidsters met een universitaire opleiding
Overigens is de Zweedse crèche geen echte crèche. Het heet ‘voorschool’ en er wordt dan ook veel meer met de kinderen gedaan dan op Nederlandse kinderdagverblijven. In Zweden wordt ook voor de peuters met een educatief programma gewerkt. Vandaar dat de Zweedse leidsters, anders dan hier, een universitaire opleiding hebben. Vergelijk dat met Nederland, waar het peuterleven bijna elke dag hetzelfde is: een paar liedjes en boekjes, een stukje klei en een betegeld stukje buiten met – als het meezit – een paar fietsjes en een schommel.

In Zweden is het normaal om vijf dagen per week naar de ‘Förskola’ te gaan. Dat zou ik hier niet kunnen doen zonder te voelen dat ik mijn kind te kort doe.

Dan de scholen. Mijn oudste dochter is vijf en gaat al een tijdje naar school, in een klas van 28 kinderen met één juf. Eind vorig jaar had mijn dochter geen zin om naar school te gaan. De verklaring volgens de juf: er waren veel spanningen in de klas, omdat de kinderen letterlijk van de bankjes vielen. Er was te weinig ruimte om ze goed te laten zitten. Van de 60 minuten lange lunchpauze moeten de kleuters 50 minuten binnen blijven omdat het schoolplein te druk bezet is. In Zweden hebben vijfjarigen drie juffen op een groep van 15 kinderen. Die verhouding is normaal tot je kind zes is en met school begint. De vijfjarige zoon van mijn zus is een dag in de week de hele dag buiten.

Ouder ingezet als gratis arbeidskracht
In Nederland doen scholen een enorm beroep op de ouders. Elke week krijgen we wel een e-mail met de vraag of we kunnen komen helpen. Kort geleden heb ik bijvoorbeeld geholpen om de klas te soppen, want daar heeft de school geen geld voor.

Natuurlijk is het leuk om betrokken te zijn bij de school van je kind, en ook Zweedse ouders bakken graag koekjes voor het kerstfeest. Maar als je je gedwongen voelt om te helpen, als structurele oplossing voor het schrijnende tekort aan mensen en middelen, ben je eigenlijk niet meer dan een gratis arbeidskracht van de overheid. En wie komt er eigenlijk opdraven voor deze klusjes? Bij ons op school zijn dat vooral de hoogopgeleide moeders; die voelen zich het meest verantwoordelijk. Precies het soort vrouwen dat de overheid graag aan het werk wil zien.

Wij zouden dat zelf ook graag willen, maar niet ten koste van onze kinderen. En hoe meer kinderen je hebt, hoe meer werk je hebt op en door school. Mijn Nederlandse schoonzus heeft er drie. Zij is niet alleen druk met helpen op school, maar moet ook vele uren per week het rekenen en lezen met haar kinderen oefenen, zodat ze voldoende scoren voor de Cito en zo de targets van de school halen. Zelf heeft de juf daar begrijpelijkerwijs geen tijd voor.

Als ik dit schrijf, hoor ik al mensen roepen en twitteren: „Ga terug naar je eigen land als het daar zo perfect is!” Maar je kunt het ook omdraaien: door een beetje Zweden naar Nederland te halen, kunnen we voorkomen dat de werkende vrouw via een omweg de kinderen toch weer teruggeworpen krijgt op schoot. Dat is beter voor de positie van de vrouw én voor onze kinderen.