Column

Verliefd – of niet

Voor verliefden soms een lastige vraag: wordt hun verliefdheid wel in dezelfde mate beantwoord of worden ze gemanipuleerd en uitgespeeld tegen een of misschien zelfs meer concurrenten? Daar gaat Daisy Miller onder meer over, een boeiende novelle van de Amerikaanse schrijver Henry James (1843-1916), die in een piekfijne – zowel vertaling als omslagontwerp – uitgave bij de Wereldbibliotheek is uitgekomen.

Het is een dun boekje, maar het geeft veel stof tot nadenken. Wat moeten we van de flamboyante Daisy Miller vinden? Zij is een jonge Amerikaanse, kind van een rijke vader – wispelturig, eigenzinnig, onbevangen. Met haar moeder en broertje komt zij op doorreis naar Italië in Zwitserland terecht, waar ze de 27-jarige Amerikaanse expat Frederick Winterbourne ontmoet. Hij is gecharmeerd van haar, en zij vermoedelijk – daar beginnen de twijfels – ook van hem. Daisy is een flirt, ze wil ‘heisa’ en houdt van mannelijke aandacht.

Ze vertrekt met haar familie naar Rome en vraagt Winterbourne haar achterna te reizen. Daar treft hij haar aan te midden van nogal wat mooie Italiaanse heren, onder wie een mogelijke verloofde, Giovanelli. Daisy’s wufte gedrag wordt sterk afgekeurd in de conservatieve kringen van rijke Amerikaanse expats aldaar; ze wordt min of meer uitgestoten. Winterbourne ziet het aan, kan of wil er weinig tegen doen.

Hij aarzelt, hij weet niet wat hij aan Daisy heeft. Is ze een doortrapte verleidster of een spontaan, onschuldig Amerikaans meisje dat botst met de traditionele mores in het formele Europa, waarvan hij als langjarige expat de gewoonten heeft overgenomen?

Als lezer bleef ik, net als Winterbourne, lang twijfelen. Dat is juist het knappe van dit boekje: je weet niet goed wat je van Daisy moet denken. Ik begon pas geleidelijk een bepaalde kijk op haar te krijgen. Ik vermoedde dat ze wel verliefd was op Winterbourne, maar ‘hard to get’ speelde – vandaar haar flirt met Giovanelli.

Daisy kwam me ook opeens bekend voor: was ik haar niet eerder tegengekomen in de gedaante van de losse, spontane, maar ook zo ongrijpbare Holly Golightly uit Breakfast at Tiffany’s van Truman Capote? Capote was een groot liefhebber van het werk van James, hij moet Daisy Miller gelezen hebben. Ook bij Holly was de vraag: was ze echt of onecht? Iemand zegt over haar: „Ze is niet onecht omdat ze écht onecht is.”

De vertaler Frank Lekens merkt in zijn nawoord bij Daisy Miller op dat de lezers in Engeland en Amerika destijds niet uitgepraat raakten over het raadsel van Daisy: was ze naïef of deed ze maar alsof? Ik koos ten slotte voor de laatste optie.

Fout!

Op internet vond ik een brief uit 1880 van Henry James aan een zekere Eliza Lynn Linton. „De arme kleine Daisy Miller was, zoals ik haar begrijp, boven alles onschuldig”, schrijft hij haar. Ze wilde geen schandalen verwekken, daarvoor was ze te onwetend en te onnadenkend. Ze was wel een flirt, maar „een volmaakt oppervlakkige en niet kwaadaardige”. Ze voelde wel wat ( ‘a little sentiment’) voor Winterbourne, aldus James, maar ze smoorde dat gevoel omdat ze dacht dat hij hoger mikte.

James noemt zijn boekje ‘een kleine tragedie’ over iemand die slachtoffer werd van de maatschappelijke beroering die ze ongewild veroorzaakte. Wie wil weten hoe het met Daisy afliep: koop dat mooie boekje.