Stoïcijnse ‘Mahler 3’ bij Dudamel

Aan sterdirigent Gustavo Dudamel (35) kleeft nog altijd het imago van sensationele, extatische krullenbol. Maar ook gisteren ontkrachtte de Venezolaan dit beeld, met een ruim anderhalf uur durende Derde symfonie van Mahler vol beheersing en zelfs understatement.

Het was een sensatie om het Los Angeles Philharmonic terug te zien in het Concertgebouw, waar het 21 jaar geleden voor het laatst te gast was. Hoewel niet tot de klassieke ‘Big Five’ gerekend, heeft het orkest een hoger speelniveau dan de New York Philharmonic.

Dat bleek al vanaf maat één: blinkende hoorngroep, trefzekere trompetten en rauwe noten uit de diepste regionen van het klankspectrum. Flitsende effecten zoemden door de ranke strijkers, gasttrombonist Jörgen van Rijen ontroerde met diep doorleefde soli.

Toch hield Dudamel, Music Director sinds 2009, het hoofd koel. Waar collega Daniele Gatti recent Mahlers partituur gevaarlijk manipulatief maar ook loeispannend uitrekte, hield Dudamel het bij een meer constant tempo zonder apocalyptische explosies. Waar hij wél expliciet ingreep, was het resultaat wisselend: een waanzinnig decrescendo aan het slot van het eerste deel werkte beter dan de uit de lucht vallende climax van het Scherzando.

Aandachtig begeleidde hij de lucide mezzosopraan Tamara Mumford in ‘O Mensch! Gib Acht!’. Maar de stoïcijnse ondertoon liet Dudamel pas in het stromende slot-Adagio varen: van gedistantieerd naar de hele wereld omarmend. Op het slotakkoord volgde lange stilte; bij het applaus bleef ‘the Dude’ bescheiden maar beslist tussen zijn orkestleden staan.