Slappe lach met Pechtold en Rutte

Femke Halsema legt getuigenis af van ruim twaalf jaar in de politiek. Pluche biedt bij vlagen hilarische anekdotes en fascinerende vertellingen.

Iedereen kent ze: mensen die gul zijn met zelfkritiek, maar het niet kunnen hebben als die kritiek van anderen komt. Femke Halsema is zo iemand. Dat blijkt niet alleen uit haar herinneringen, ze vertelt het zelf, in de scherpe zelfanalyse waarmee ze haar ‘politieke memoires’ in Pluche doorspekt. De oorzaak zoekt ze in het verlangen aardig gevonden te worden, opgedaan in haar jeugd, en in de politiek, een bedrijfstak waarin al je daden onder een vergrootglas liggen.

De tijd zal leren of de politiek inderdaad schuldig is. Want zoals Halsema schrijft: ze kan de politiek hebben verlaten, de politiek heeft haar nog niet verlaten. Ondertussen is de zelfbespiegeling in haar schrijfstijl geslopen. Zo beginnen haar memoires met de zin: ‘Als een passant in de politiek, zo heb ik me vaak gepresenteerd in interviews’, gevolgd door: ‘zelfs na twaalf-en-een-half jaar [...] noem ik mezelf een passant die behoorlijk lang is blijven hangen.’ En daarop: ‘Het tekent de ambivalente verhouding tot mijn politieke werk.’

Die reflexieve woordkeuze roept de vraag op of niet een van Halsema’s meelezers heeft gezegd dat het directer kan. Bijvoorbeeld met: ‘Ik heb altijd een ambivalente relatie met de politiek gehad.’ Alleen een psychiater zal zeggen dat het zo omslachtig mag. Zulke zinnen tonen immers Halsema’s persoonlijkheid en dat is nooit weg in memoires, al heten die politiek te zijn.

Tegelijk valt op dat de beste passages het zonder Halsema’s zelfbewustzijn doen. Dan vertelt ze gewoon hoe zij denkt dat iets gegaan is. Zo zien we haar zitten in het torentje, naast premier Balkenende, niet tegenover hem. Terwijl ze kijkt naar een verzameling speelgoedautootjes, stelt ze hem een politiek pact voor. Balkenende reageert afwijkend. Hij wil praten over het Nederlands elftal.

Met Wallage verliep het stroef

Fascinerend wordt het als Halsema vertelt over de mislukte formatie van Paars Plus. Met medeonderhandelaars Rutte en Pechtold verloopt de omgang soepel, met PvdA’ers Cohen en Wallage stroef. Vooral de toon van de PvdA-informateur staat Halsema niet aan. Hij denkt zich bovendien meer vrijheid tegenover haar te kunnen veroorloven. Als ze Wallage daarmee confronteert, geeft hij toe dat het hem parten speelt dat ze ooit zijn ondergeschikte is geweest bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Maar hij verwerpt de aantijging dat hij haar anders behandelt omdat ze vrouw is. Dan komt Rutte binnen. ‘Femke zegt dat mijn gedrag seksistisch is’, zegt Wallage, zoekend naar steun. ‘Natuurlijk’, zegt Rutte: ‘daarom doe je baziger tegen haar.’

Wallage verwijt Halsema dat ze te veel praat. Dat begrijpt ze wel, al wilde ze het destijds niet toegeven: ‘Ik heb de neiging nare spanningen weg te kletsen.’ Pechtold bevestigt het. Tijdens de onderhandelingen schuift hij haar een briefje toe met: ‘La Halsema leutert voort. Een puntje en nog een puntje.’

Dat is smullen voor de lezer, en zeker voor parlementaire historici, die in Nederland niet verwend worden met getuigenissen van politici. Het is te prijzen dat Halsema hen wel bedient en dan nog met memoires die aanzienlijk beter zijn dan die van voormalig VVD-leider Bolkestein of oud-minister Ben Bot. Die laatste denkt oprecht dat zijn lezers geïnteresseerd zijn in al zijn observaties, hoe futiel ook – van traag voortrollende verkeersstromen in Egypte tot de winning smile van zijn vrouwelijke collega in Macedonië.

Samen Job Cohen op de kast krijgen

Dan Halsema. Ze vertelt hoe Rutte, Pechtold en zij hun onderhandelingspartner Cohen op de kast jagen als ze tijdens een etentje nahikken van de slappe lach. Ze zijn net gedrieën even naar een aangrenzend terras geweest. Pechtold kijkt peinzend naar Halsema en merkt met een onschuldige blik op: ‘Wat zie je er goed uit vanavond, je lijkt nu echt op je poster.’ Eerst stupéfait, schiet Halsema daarna in de lach. En als ze Rutte aankijkt, overkomt hem hetzelfde. ‘Door de spanning van de onderhandelingen en de toenemende vermoeidheid kunnen we niet meer ophouden.’ Weer aan tafel ergert Cohen zich dood. Hij zegt geen zin meer te hebben ‘in zinloze etentjes’. De formatie belandt in een impasse.

In dergelijke passages maakt Halsema waar wat ze kort na haar vertrek uit de politiek aan Groningse studenten vertelde: ‘In de Nederlandse politiek zitten veel prachtige verhalen verborgen.’ Natuurlijk zal ze daarin haar eigen rol soms groter hebben gemaakt dan redelijk is. De permanente zorg over haar imago waarover ze vertelt, maakt bovendien dat je haar soms wantrouwt. Maar het is haar niet kwalijk te nemen. Daar zijn dit soort memoires voor: de reconstructie van gebeurtenissen door een enkele bron. Bovendien: dan moeten andere hoofdrolspelers maar over de brug komen met hun geboekstaafde herinneringen. Het liefst even onderhoudend als Halsema dat doet.