Schoolkeuze Amsterdam is studie op zich

Plekken op de populairste scholen zijn schaars in Amsterdam. Leerlingen geven voor de zekerheid wel tien voorkeuren op.

Vijf middelbare scholen bedenken die je leuk vindt, dat gaat nog. Maar tien? Of vijftien? Dat kun je toch geen voorkeur meer noemen, zeggen ouders van achtstegroepers die het liefst naar het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam-Zuid willen. Ze zitten hier om zich in te schrijven: vaders, moeders, en kinderen, de voorkeurslijsten in de hand.

Op de lijst van Jet Vaessen (12) staan elf scholen. Ze heeft er dertien bezocht, zodat ze zeker weet dat ze op een school van haar lijst terechtkomt. „Belachelijk, bij zo veel scholen raak je de draad kwijt”, zegt haar moeder. „Het kost veel tijd, en de onzekerheid geeft stress.” Sommige scholen waren niet leuk. „Daar liepen we dan sjokkend doorheen. Moesten we weer, na het werk, door de regen.”

Het jaarlijkse schoolkeuzecircus in Amsterdam is bijna ten einde. Deze vrijdag moeten alle achtstegroepers een lijst met scholen op volgorde van hun voorkeur hebben ingeleverd.

De plaatsing gaat dit schooljaar wéér volgens een andere methode, nadat het matchingsysteem vorig jaar tot tumult had geleid. Een groep ouders stapte naar de rechter en de Amsterdamse scholenkoepel Osvo moest na bedreigingen de helpdesk naar een geheime locatie verhuizen.

Pijn eerlijk verdeeld

Al die methoden zijn een antwoord op hetzelfde probleem: populaire scholen in Amsterdam hebben al jaren niet genoeg plek om aan de vraag te voldoen. Daarom worden de plaatsen verloot. Voorheen gebeurde dat op de klassieke manier: elke leerling gaf één school op. Uitloten was pech – dan moest je naar een van de minder geliefde scholen waar nog plek was. Dat overkwam jaarlijks zo’n zeshonderd van de 7.500 achtstegroepers.

Vorig jaar ging het loten anders. Er werd gematcht: alle kinderen vulden een voorkeurslijst in, de computer verdeelde hen over de scholen. Zo werd de pijn eerlijk verdeeld, was het idee: alle kinderen kwamen in elk geval op een school die ze leuk vonden.

Maar er ging van alles mis. Vooral waren ouders ontevreden over de resultaten. Ruim zeshonderd kinderen hadden, door onderling te ruilen, toch op de school van hun eerste keuze kunnen belanden. Althans: als dat had gemogen. De rechter oordeelde van niet. Los daarvan: bijna tweehonderd pechvogels kwamen niet terecht op een school binnen hun topvijf.

Als reactie op deze onvrede besloot scholenkoepel Osvo dit najaar terug te gaan naar het oude lotingsysteem. Maar toen stond weer een andere groep ouders op: de „zwijgende meerderheid van vorig jaar”, aldus een van hen. Zij pleitten voor een andere vorm van matching, die vrijwel geen aanleiding meer zou geven tot ruilen. Ze kregen hun zin.

Open dag na open dag

Leerlingen krijgen nu één lotnummer, in plaats van voor elke school een nieuw. Het resultaat is dat meer kinderen op de school van hun eerste keus belanden. Maar: er belanden ook meer kinderen op een school buiten hun topvijf.

Menno van de Koppel van scholenkoepel Osvo ziet twee worsten voor zich: het matchingsysteem van vorig jaar is een korte, dikke worst, waarbij het gros van de kinderen op een hoge plek van hun lijst terechtkomt; het systeem van dit jaar is een lange, dunne worst, waarbij meer kinderen buiten hun topvijf belanden. Dat zijn er vermoedelijk 315; honderd meer dan vorig jaar.

En dus gaan ouders met hun kinderen vele open dagen af, want als je een laag lotnummer hebt, kun je maar beter een lange lijst met scholen hebben ingeleverd. Dan kun je nog enigszins beïnvloeden waar je terechtkomt.

Maar zo’n lange lijst samenstellen is best moeilijk, vindt Olivier Bouw (11). Want wat zie je op een open dag nu echt van een school? „Er komt veel op zo’n kind af”, zegt zijn moeder.

Stan Huls (12) vindt het „zwaar” en „spannend”. „Dan kom je terug van school, ben je moe, en dan moet je nog naar een open dag.”

„We zijn er veel mee bezig”, zegt zijn vader. Drie jaar geleden ging zijn dochter naar de middelbare school, toen er nog centrale loting was. Ze werd ingeloot. Toch vindt hij dit systeem prettiger, omdat hij meer vertrouwen heeft dat zijn zoon op een goede school terechtkomt. Stan zelf: „De kans is groter dat het tegenvalt.”

De vader van Charlotte Ordelman (12), die een lijst met tien scholen gaat inleveren, heeft juist weinig vertrouwen in de procedure. „Er is loting, maar soms krijgen broertjes en zusjes voorrang. Ik vind dat heel onoverzichtelijk, je weet niet waar je aan toe bent. En dat zijn we vandaag de dag niet meer gewend, als consument.”