Roukens’ vioolconcert is vurig

In 2000 speelde Joey Roukens (33) nog als toetsenist in een bandje in cafeetjes in Vlaardingen. Tien jaar later schreef hij zijn eerste stuk voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Waar hij met zijn bandje klassieke muziek aan zijn nummers vastplakte, is zijn werk voor de klassieke concertzaal doordesemd van pop. Het mag pompen, en schmieren ook.

Roukens heeft succes: hij behoort tot de meest gevraagde Nederlandse componisten. Hij is dit jaar artist in residence bij het Nederlands Philharmonisch , donderdag klonk in het Muziekgebouw aan ’t IJ zijn nieuwe vioolconcert Roads to Everywhere, geschreven voor Joseph Puglia en ASKO|Schönberg. Het had ook door niemand anders geschreven kunnen zijn. Secties lopen organisch en dance-achtig manier in elkaar over. In het eerste deel zit een lijn die eerder aan een metal-riff doet denken, vet en met geaccentueerde triolen. Maar het zit ook vol sentimentaliteit: Roukens speelt met kitsch-elementen, en haalt ze in het slot door een filter – wat overblijft is pure schoonheid. Puglia speelde het vurig en effectvol.

Waar Roukens de blender op de hoogste stand heeft, behoudt de Amerikaanse componist Derek Bermel liever wat brokken in zijn muzikale shake. Ook hij mixt van alles – blues, klezmer, latin – maar zijn Canzonas Americanas (2010) zijn vooral lekkere, opzwepende pastiches. Die waren welkom na de Nederlandse première van Steve Reichs op Radiohead gebaseerde Radio Rewrite (2013). Alsof het weerbericht werd aangekondigd: tien dagen mist, zonder kans op verbetering. Een deprimerende onderbreking van een mooie avond.