Rokjesgate

In Nieuw-West stuurde een teamleider een mail: of baliemedewerkers geen korte rokken of knielaarzen meer willen dragen. De mail ging viraal op Twitter. Amsterdam is af, schrijft Auke Kok.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Voor wie deze week zonder internetverbinding aan het diepzeeduiken is geweest op de Seychellen: Amsterdam, en eigenlijk half Nederland, was drie dagen in de ban van rokjesgate. Aanleiding: in stadsdeel Nieuw-West heeft één teamleider één mail gestuurd naar de baliemedewerkers met het dringende verzoek geen korte rokken of knielaarzen meer te dragen. Eén van die baliemedewerkers had zich namelijk gestoord aan de, laten we zeggen, ietwat ordinaire kledij van sommige collega’s. Vandaar de mail.

Niks aan de hand, zou je zeggen. Maar het mailtje leidde tot enorme stukken in de krant en rokjesdag ging viraal op Twitter. Niemand die zich de kans liet ontzeggen om de geborneerdheid van deze ene teamleider te hekelen en zo de eigen ruimdenkendheid in het zonnetje te plaatsen. Een teamleider overigens die volgens heel de opgewonden gemeenschap op de sociale media in de categorie treurig-ouderwetse mannen werd gerangschikt, terwijl die een vrouw is en nog blond ook. Maar goed. Dankzij de hype maakten we kennis met de hevig geëmotioneerde stadsdeelparlementariër Jeroen Mirck. De wakkere held van D66 beloofde deze ‘absurde’ toestanden ogenblikkelijk te zullen aankaarten bij de bestuurscommissie. Wat een opluchting te weten dat Jeroen Mirck, onthoud die naam, pal staat voor onze vrijheden!

Een solidariteitsverklaring van de stadsdeelvoorzitter kon niet uitblijven. Achmed Baâdoud riep op tot een spontane rokjesdag: alle mannen en vrouwen in Nieuw-West moesten van de voorzitter in verzet komen door die dag in een rokje rond te lopen. Inclusief kennelijk de vele langgejurkte moslims in zijn stadsdeel.

Nog dezelfde woensdag promoveerde de halszaak van dat ene mailtje naar de gemeenteraad. „We gaan dit meteen uitzoeken”, trompetterde VVD-raadslid Dilan Yesilgöz op Twitter. „Bizar, en als het waar is; volledig onacceptabel.” Helemaal mee eens, roerde haar GroenLinks-collega Rutger Groot Wassink de trommel; hij kondigde raadsvragen aan. „Dat is bij ons hard binnengekomen”, depte Mario Soriano van de Centrale Ondernemingsraad zijn bezwete voorhoofd. Een andere topambtenaar, de gemeentelijke directeur Dienstverlening, stond intussen al met een vlag op de barricades: „Wij willen tot op de bodem uitzoeken hoe deze cultuur überhaupt heeft kunnen ontstaan bij het Stadsloket.”

We gaan dit meteen uitzoeken, trompetterde hij op Twitter

Zo is het!

De hysterie vloog vanuit het stadsdeel en Twitter via de gemeenteraad over naar de landelijke media. Logisch, Amsterdam als symbool van ruimdenkendheid was in het geding. Kamervragen lagen op de loer, wat heet, een onafhankelijke commissie leek in aantocht om dit gezwel in het ambtelijk apparaat haarfijn in kaart te brengen. Een commissie-Job Cohen zou die blonde teamleidster in Nieuw-West onder ede aan de tand voelen: waar ze in hemelsnaam het lef vandaan haalde om onze eeuwenoude tolerantie onderuit te halen.

De boel werd gesust, maar dan nog: blijkbaar hebben de (deelraad)parlementariërs van Amsterdam wel érg weinig omhanden. Kennelijk is er in deze welvarende stad, waar zelfs op het Rembrandtplein de misdaad zienderogen daalt, niets anders om je over op te winden dan over een interne kwestie aangaande de roklengte achter een loket.

Amsterdam is af. Wat een eigenzinnige teamleidster in Nieuw-West niet duidelijk kan maken met één zo’n mailtje.