Robert Kaplan wil ons Roemenië leren begrijpen

Niet dat Robert Kaplan de lezer niet waarschuwt. In de proloog van Duister Europa bekent de Amerikaanse publicist dat hij ‘veel te veel boeken heeft’. Maar hij wil ze niet wegdoen voordat hij ze nog eens door zijn handen heeft laten gaan en de aantekeningen die hij in in de loop van vier decennia in de kantlijn heeft gekrabbeld, nog eens tot zich neemt.

Duister Europa. Twee koude oorlogen en een reis door Groot-Roemenië. is de neerslag van al die grote gedachten. De plaats waar alles samenkomt is Roemenië, waar hij in 1981 min of meer per toeval terechtkwam. De Amerikaan heeft dan net zijn diensttijd afgerond in het Israëlische leger. Kennelijk was hij van plan zich in Israël te vestigen. Onmiddellijk vertrekt hij naar Roemenië, het enige land in Oost-Europa waar je toen direct vanuit Israël heen kon vliegen. Een hoekje van de wereld waar ‘niemand belangstelling voor heeft’.

De illustere carrière van Kaplan, die zelfs de Amerikaanse regering adviseert in geopolitieke zaken, begint in het Roemenië van Ceausescu, de dictator die acht jaar later samen met zijn vrouw zal worden geëxecuteerd. Hij voelt zich er de eerste buitenlandse journalist. Roemenië wordt ‘zijn’ land en de geografische verpersoonlijking van zijn geopolitieke denken. Kaplan is gefascineerd door de ligging van het land, op het kruispunt van het Byzantijnse– later het Ottomaanse – rijk, de Habsburgse monarchie, Rusland en de Sovjet-Unie. In de loop der eeuwen hebben al die culturen er hun sporen achtergelaten.

Liefhebbers van het gebied kennen Kaplan als schrijver van Balkan Schimmen, dat begin jaren negentig de inner works van de Balkan blootlegde. Het gaf antwoord op de vraag waar het geweld in voormalig Joegoslavië vandaan kwam. Iedere correspondent had het boek in die tijd in zijn tas. Maar die status zal Duister Europa niet bereiken. Hoewel het uitgangspunt een groot aantal reizen is, tot en met 2014, komt het boek nauwelijks tot leven, op een passage over Moldavië na.

Op zwaarmoedige toon doceert Kaplan hoe we over Roemenië moeten denken. Hij voert ministers, filosofen en historici op, trekt grote geopolitieke lijnen en waarschuwt voor het hernieuwde Russische gevaar: de Roemeense grens (waarbij hij het Roemeens sprekende Moldavië meetelt) met Oekraïne is langer dan de Poolse grens met Oekraïne. Dit alles doorspekt hij met uitspraken van onder anderen Thomas Mann, Voltaire, Musil, wat de indruk wekt van een omgevallen boekenkast. Kaplan is een autoriteit en dat wil hij laten merken. Daarbij maakt hij gedachtensprongen die vaak niet te volgen zijn en spreekt hij zichzelf herhaaldelijk tegen. Zoals over zwerfhonden die hij eerst afdoet als een ‘journalistiek cliché’, terwijl hij op de volgende pagina schrijft dat de stad er van vergeven is. In plaats van een fijn leesboek en een nuttige toevoeging, is Duister Europa zo een boek geworden waarin je op elke pagina wel over iets struikelt.