Naar de jihad? Ga je gang, zei Moskou

Rusland stimuleerde jihadisten naar Syrië te gaan om terreur in eigen land te verminderen. Maar wat als ze terugkeren?

Rusland heeft islamitische extremisten van de noordelijke Kaukasus geholpen om naar Syrië en Irak af te reizen. Dat staat in een nieuw rapport van de International Crisis Group (ICG). De vooraanstaande denktank citeert Russische veiligheidsfunctionarissen die zeggen dat dit officieel beleid was: de radicaalste mensen aanmoedigen om naar het Midden-Oosten te vertrekken, zodat het conflict in Rusland zelf zou verminderen.

„Natuurlijk hebben we dat gedaan”, zegt een bron binnen het veiligheidsapparaat in de Noord-Kaukasus in het rapport. „We hebben de grenzen geopend, hebben ze geholpen het land te verlaten, en hebben de grens achter hen gesloten door dit type strijd te criminaliseren. Als ze nu willen terugkeren, wachten we ze op bij de grens. Iedereen gelukkig: zij gaan dood op de weg van Allah, en wij hebben geen terreur hier en bombarderen ze nu in Latakia en Idlib. Overheidsbeleid moet pragmatisch zijn; dit was erg effectief.”

Op korte termijn lijkt het Russische beleid effectief: door het harde optreden van de veiligheidsdiensten en de massale exodus van jihadisten naar Irak en Syrië nam het geweld in de Kaukasus de afgelopen twee jaar zienderogen af. Het aantal geweldslachtoffers is zowel in 2014 als in 2015 gehalveerd. De Winterspelen van Sotsji vonden plaats zonder grote incidenten.

Opstand nu deel mondiale jihad

Maar door de exodus in de hand te werken, heeft Rusland een nieuw probleem gecreëerd, stelt de ICG. Het lokale verzet tegen de Russen in de Kaukasus is nu onderdeel van de mondiale jihad. Duizenden strijders hebben gevechtservaring opgedaan en zijn opgeklommen binnen IS, Jabhat al-Nusra en andere rebellengroepen. Als ze terugkeren, zal de strijd tegen Rusland de hoogste prioriteit hebben.

Er zijn geen harde cijfers van het aantal Russische jihadisten dat naar Syrië en Irak is vertrokken. Schattingen variëren van 2.000 tot 5.000. In de tweede helft van 2014, na de Spelen in Sotsji, gingen de grenzen dicht en werden ronselaars opgepakt. Toch zou de uittocht nog doorgaan.

De exodus naar Syrië en Irak werd vooral in de hand gewerkt doordat de veiligheidsdiensten veel moeite hebben gedaan de opstand in de Kaukasus de kop in te drukken. Tal van leiders en soldaten werden vermoord. „Ze traceerden opstandelingen via hun mobiele telefoon en via internet, volgden hun vrouwen, infiltreerden netwerken van handlangers en vergiftigden voedsel dat naar strijders in de bossen werd gestuurd”, aldus de ICG.

Maar naast de acties van veiligheidsdiensten oefende ook de gelikte IS-propaganda, het extreme geweld, en het idee van het kalifaat als islamitische heilstaat grote aantrekkingskracht uit op radicale jongeren. Daarbij probeerde IS doelbewust invloedrijke figuren in de Noord-Kaukasus te rekruteren, zoals charismatische imams. „IS probeerde het gevoel te creëren dat het puik der natie voor hen vocht”, zegt een salafistische activist.

Daarbij fungeerde de prominente IS-commandant Omar al-Shishani (Arabisch voor ‘Omar de Tsjetsjeen’) als posterboy. De man met de rode baard, die eigenlijk uit Georgië kwam, figureerde in tal van propagandavideo’s, waarin hij zijn mannen voorgaat in de strijd. De video’s werkten als een magneet op strijders uit de voormalige Sovjet-Unie.

Salafisten van de Kaukasus

Een andere groep die zich aangetrokken voelde tot de jihad in Syrië waren salafisten van de noordelijke Kaukasus die problemen hadden gekregen met de veiligheidsdiensten en naar Turkije, Egypte en Europa waren gevlucht. In Istanbul ontstond zelfs een gemeenschap van Russische muhajirun (moslims die zijn geëmigreerd naar een islamitisch land), die jihadisten van de noordelijke Kaukasus hielpen om Syrië binnen te komen.

Reputatie van geharde strijders

Dit leidde tot spanningen met Rusland, dat Turkije ervan beschuldigde de andere kant op te kijken terwijl moslimextremisten zich aansloten bij de opstand tegen het Syrische regime. Sinds 2003 zijn er acht personen die betrokken waren bij de Tsjetsjeense opstand geliquideerd in Turkije. Volgens Turkse onderzoekers is dit het werk van de Russische veiligheidsdienst.

Veel jihadisten van de noordelijke Kaukasus hadden geen gevechtservaring. Maar ze hadden door twee decennia burgeroorlog wel de reputatie van geharde strijders. Hierdoor schopten ze het al snel tot commandant van een lokale strijdgroep of klommen ze op binnen IS. „Jihadisten van de noordelijke Kaukasus zijn wereldwijde spelers geworden, die een belangrijke rol vervullen in grote militaire operaties van IS en leidinggeven aan sommige van de actiefste jihadistische groepen in Syrië en Irak”, schrijft de ICG.

Volgens president Poetin was de Russische interventie in Syrië mede ingegeven door het grote contingent Russische jihadisten daar. Toen Rusland ook doelen van IS begon te bombarderen, verklaarde de groep Moskou de oorlog. Dat was geen loos dreigement: IS pleegde eind oktober een aanslag op een Russisch vliegtuig boven de Sinaï, met 224 doden tot gevolg.

Angst voor aanslagen in Rusland

Ook in Rusland zelf groeit de angst voor aanslagen. Het Nationale Antiterreurcomité zei begin dit jaar dat het verschillende cellen van IS had opgerold die in Rusland waren om aanslagen te plegen. De dreiging komt ook van extremisten in de noordelijke Kaukasus, met wie IS-strijders nauw in contact staan. De keiharde repressie van de veiligheidsdiensten en „de grove mensenrechtenschendingen, waaronder verdwijningen, executies, en veelvuldige marteling, vooral in Dagestan en Tsjetsjenië, blijven delen van salafistische gemeenschappen radicaliseren en jihadisme voeden”.