Met de vrijhandel komt ook de Oekraïense plofkip

Volgens voorstanders van het Europese associatieverdrag met Oekraïne zijn er veel kansen voor de handel. Maar de pluimveesector vreest de goedkope Oekraïense kip. Die mag voorlopig van lagere kwaliteit zijn.

MHP in het westen van Oekraïne is de grootste kippenfabriek van Europa. Het bedrijf zegt zich „continu” in te spannen om het welzijn van zijn kippen te verbeteren. Foto MHP

In Vinnytsja, een regio in het westen van Oekraïne, staat de grootste kippenfabriek van Europa. Het is een grijsblauw complex op een terrein van honderdduizenden hectaren. Myronivsky Hliboproduct (MHP) heeft de hele kipketen in huis. Het bedrijf herbergt een veevoerfabriek, een broederij, vleeskuikenschuren en slachthuizen – het is de megastal die de Nederlandse consument zo verafschuwt.

MHP slacht jaarlijks zeker 332 miljoen kippen en het bedrijf wil de productie de komende jaren met 40 procent verhogen. Dan worden daar bijna evenveel kippen geslacht als in heel Nederland (573 miljoen per jaar). MHP, dat behalve Vinnytsja twee andere kippencomplexen heeft, is in handen van Joeri Kosjoek, een van de rijkste Oekraïners en een politiek bondgenoot van de president.

Kosjoek bouwde de fabrieken met 0,5 miljard euro aan leningen van ING, Rabobank en internationale ontwikkelingsbanken, waarin Nederland ook deelneemt. MHP maakt gebruik van vele Nederlandse toeleveranciers. Zo kocht het bedrijf slachtmachines van Meyn, verpakkingstechnologie van MOBA en broedmachines van Pas Reform. De helft van de kippenexport van MHP naar Europa gaat via Nederland. Kosjoeks grootste Europese afnemer zit in Veenendaal.

In Veenendaal staat een fonkelnieuw vrieshuis van zesduizend vierkante meter. Stralend wit van buiten. Binnen verzamelen kranen volautomatisch pallets met Oekraïense kip. Het is er -22 graden. Het familiebedrijf Jan Zandbergen investeerde vorig jaar 12 miljoen euro in deze uitbreiding. De toenemende import van kippenvlees uit Oekraïne was hiervoor het belangrijkste motief.

Oorzaak van die gestegen import: de associatieovereenkomst tussen Oekraïne en de Europese Unie, die sinds 1 januari wordt toegepast en waarover Nederland op 6 april in een referendum stemt.

In de aanloop naar dit verdrag, in het voorjaar van 2014, liet de EU alvast ladingen Oekraïense kip toe zonder invoerrechten te heffen. Daardoor werd import opeens rendabel. Jochem Versloot, directeur van de firma Jan Zandbergen, stond meteen in Kiev om zaken te doen.

De heffingsvrije importquota voor kip zijn met de toepassing van het verdrag sinds dit jaar verhoogd, tot 36.000 ton. De importeur denkt wederom te kunnen profiteren. Naar Oekraïense kip is veel vraag, vooral bij groothandels en de vleesverwerkende industrie in andere Europese landen.

Een eventuele annulering van het verdrag zou „een flinke aderlating zijn voor onze omzet”, zegt directeur Versloot, kleinzoon van wijlen Jan Zandbergen, die in de jaren 50 begon als slager in Leiden. Het aandeel van zijn Oekraïense omzet noemt Versloot liever niet. Maar in volume is de Oekraïense kip nu al goed voor 15 procent van zijn afzet.

Tot zover lijkt dit een succesverhaal. En het ministerie van Economische Zaken ziet in Oekraïne nog meer kansen voor landbouw(techniek), infrastructuur en logistiek. Op dit moment zijn 28 Nederlandse bedrijven uit deze sectoren op handelsmissie in Kiev met minister Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA). Ook ondernemersclub VNO-NCW is voorstander van de associatieovereenkomst.

Maar in de Nederlandse pluimveesector zijn er grote zorgen. Met name omdat de productie van Europese kip aan strengere milieu- en dierenwelzijnseisen is gebonden is dan de Oekraïense – lees: hogere kosten. En de eisen voor Nederlandse vleeskuikenhouders zijn al strenger dan de Europese, klagen zij. Dit creëert een ongelijk speelveld, beweert de sector.

De dierenwelzijnsnormen in Oekraïne zijn inderdaad lager dan die in Nederland, beaamde Ploumen onlangs in antwoord op Kamervragen. Maar, schrijft zij daarbij, in het verdrag is „vastgelegd dat Oekraïne zich zal inspannen om zijn wetgeving op één lijn te brengen met die van de EU, ook op het terrein van dierenwelzijn”.

In het verdrag staat inderdaad de bindende afspraak dat Oekraïne binnen drie maanden na de inwerkingtreding (voor 1 april dus) met een plan moet komen om de Oekraïense wetgeving rondom dierenwelzijn aan te passen aan de Europese. Maar hoe dat plan eruitziet, is nog onbekend. En aan de implementatie zijn geen deadlines verbonden, noch sancties. Het gaat vooralsnog om een inspanningsverplichting. Volgens regels van wereldhandelsorganisatie WTO mag Europa Oekraïne geen dierenwelzijnseisen opleggen.

De Europese Commissie en Oekraïne moeten nog onderhandelen over de vraag in hoeverre Oekraïne zijn wetgeving aanpast, zegt de Belgische EU-onderzoeker Guillaume Van der Loo. „Volledige gelijkschakeling is niet realistisch, zeker niet op korte termijn. Op papier zal het dierenwelzijn wel verbeteren. Maar de implementatie kan zo zes jaar duren. Als de wetgeving al wordt toegepast.”

Rotonde voor Oekraïense kip

Dat verontrust Eric Hubers, voorzitter pluimveehouderij bij LTO Nederland, de belangenorganisatie voor ondernemers in de land- en tuinbouw, hevig. „De productievoorwaarden in Oekraïne blijven anders en goedkoper. Wij hebben allerlei regels voor fosfaatemissie, voetzoolblaren en antibioticagebruik – Nederland loopt daarin zelfs voorop, mede door alle campagnes tegen de plofkip. Dan is het oneerlijk als we niet dezelfde eisen aan importproducten stellen.”

Vanwege de beperkte heffingsvrije quota verwacht Hubers niet veel Oekraïense kip in Europa. „Maar ook kleine hoeveelheden kunnen onze markt schaden. We zitten in Europa met een zelfvoorzieningsgraad van meer dan 100 procent. Dus alles wat erbij komt, bederft de prijs.” Op de totale productie van kippenvlees in de EU (12,9 miljoen ton) is 36.000 ton weinig: 0,3 procent.

Hennie de Haan, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP), deelt de zorgen van LTO. „Onze sector is heel snel te schaden, want we produceren levensmiddelen. Bij vogelgriep zag je ook heel snel een verschuiving op de wereldmarkt.” Doordat Nederlandse pluimveehouders voornamelijk exporteren (70 procent) vreest De Haan bovendien dat Nederland een soort rotonde wordt waar Oekraïense kip „een kwalitatief hoogwaardig predicaat – ‘verwerkt in Nederland’ – meekrijgt”, zegt ze. Dat zou de goede naam van Nederland als kippenproducent kunnen schaden.

En inderdaad zet Jan Zandbergen 84 procent van de uit Oekraïne geïmporteerde kip buiten Nederland af. Echter niet als Nederlandse, maar als Oekraïense kip. Als die kip vervolgens wordt bewerkt, bijvoorbeeld gerookt en gesneden, hoeft de herkomst van de kip niet meer te worden vermeld. Maar die kip krijgt geen Nederlands stempeltje. De 16 procent van de Oekraïense kip die Jan Zandbergen in eigen land afzet, kan wél, na bewerking, onherkenbaar als Oekraïense kip, als Nederlands product aan consumenten worden verkocht.

Hubers van LTO vindt dat een gotspe. Hij zegt niet alleen te lobbyen bij de Europese Unie in een poging de eisen voor Oekraïense kip gelijk te trekken met de Europese, maar ook bij bedrijven als Unilever. „Dan zeg ik dat ze de democratische consument negeren, die met zijn stem voor dierenwelzijnseisen heeft gezorgd. Als wij vinden dat de veehouderij kleinschaliger moet, importeer dan niet uit megastallen. Maar voor democratische argumenten zijn bedrijven nog weinig gevoelig.”

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) toonde zich wel gevoelig voor het parlementaire sentiment. Hij gaf de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Europese ontwikkelingsbank EBRD opdracht niet in te stemmen met een krediet van 85 miljoen euro voor MHP. Dit nadat de Tweede Kamer erop had aangedrongen niet bij te dragen aan financiering van megastallen in het buitenland.

Nadat de overheid en internationale en Nederlandse banken MHP toch leningen en exportkredietverzekeringen hadden verstrekt, wees minister Ploumen de Kamer erop dat men zo kon bijdragen aan „het opkrikken van de dierenwelzijnsnormen in landen waar de normen nu nog lager liggen”. Volgens MHP spant het bedrijf zich daadwerkelijk „continu” in om het welzijn van zijn kippen te verbeteren. Directeur Versloot van Jan Zandbergen noemt MHP „de businessclass onder de slachterijen wereldwijd”.

Teleurstelling over verdrag

Met het opheffen van de invoertarieven vervallen ook exporttarieven. Biedt het verdrag de Nederlandse pluimveesector dan geen kansen? Nauwelijks, zegt Gert-Jan Oplaat, voorzitter van Nepluvi, brancheorganisatie voor pluimveeslachters. Oekraïne mag tweemaal meer naar Europa exporteren dan andersom. „En er zal in Oekraïne weinig vraag zijn naar de duurdere Nederlandse kip. Zeker omdat MHP die markt al goed bedient.”

MHP heeft in Oekraïne een marktaandeel van 60 procent. „En MHP is semi-overheid”, zegt Oplaat, „van een vriendje van de president. Als wij willen exporteren, hebben we met hem te maken. Dat is geen vrijhandel.”

Oplaat zal op 6 april tegen het verdrag stemmen. En hij roept iedereen die werkzaam is in de pluimveehouderij daar ook toe op. „Nee zeggen tegen een handelsverdrag is niets voor mij”, aldus het voormalig VVD-Kamerlid. „We lopen het risico dat andere lidstaten raar aankijken tegen Nederland als handelsnatie. Maar dit doet 20.000 gezinnen die afhankelijk zijn van de pluimveeverwerkende sector tekort.”

De Oekraïense oligarch en kippenhouder Kosjoek is ook kritisch over het verdrag. Hij noemde het onlangs een „teleurstelling”, omdat de Europese importquota veel te laag zouden zijn. „Europa beschermt de eigen markt! Ze beschermen duidelijk hun eigen belangen, Oekraïne trekt aan het kortste eind.”