Lees even mee met een negende-eeuwse monnik

Monniken krabbelden in de tijd van Karel de Grote ’emoji’ in de kantlijn van boeken en handschriften. De tekens laten zien hoe ze aankeken tegen de boeken die zij lazen en kopieerden.

Negende-eeuws handschrift van een vijfde-eeuwse leerboek (M. Capella, ‘Over het huwelijk van Filologie en Mercurius’), vol met commentaar van geleerde monniken. Universiteit Leiden

Intellectuelen in de tijd van Karel de Grote en zijn dynastie hanteerden een ingenieus systeem van tekens om in de kantlijn van teksten commentaar te geven. De tekens besloegen een breed scala aan betekenissen: „belangrijk!”, „dubieuze passage”, „citaat”, „hier begint een nieuw hoofdstukje”, „hier is iets weggevallen”, „dit kan beter geschrapt worden”, „foei, ketterij!”, etcetera.

In die negende eeuw, de tijd van de ‘Karolingische Renaissance’, werden oude teksten met een hernieuwd enthousiasme bestudeerd en becommentarieerd. Dat laatste gebeurde dus letterlijk in de kantlijn van de tekst en ging gepaard met een heleboel abstracte tekentjes.

Beeld: studio NRC

Beeld: studio NRC

De historica Evina Steinova promoveert woensdag in Utrecht op tientallen van die tekentjes. Ze geven, direct en indirect, onverwacht inzicht in de intellectuele dynamiek van die tijd. De meer dan duizend jaar oude tekens lijken een beetje op de krabbeltjes die mensen nog steeds wel neerzetten als ze een tekst lezen met de pen in de hand. Je streept iets aan, je zet ergens een uitroepteken in de kantlijn; een vraagteken, een pijltje, etcetera.

De tekens waren niet overal in Europa hetzelfde. Ze varieerden van streek tot streek. En dat is mooi, want zo kunnen we nu zien hoe, bijvoorbeeld, een Ierse monnik opeens tien jaar lang ijverig allerlei handschriften zit te bestuderen en kopiëren in een bibliotheek in Zuid-Duitsland.

„Wetenschap bedrijven was in die tijd rondreizen”, zegt promovenda Evina Steinova. „De kennis lag verspreid over heel Europa, in kloosters en kathedralen. Mensen die dat wilden bestuderen, moesten van bibliotheek naar bibliotheek reizen, op zoek naar teksten die ze nog niet kenden, of versies die anders waren dan de versies die ze kenden. Dan kopieerden ze dat of delen van die tekst: datgene waar ze geïnteresseerd in waren, geneeskunde, astronomie, of wat er met de ziel na de dood gebeurt. En in de kantlijn schreven ze daar dingen bij: uitleg, commentaar, verwijzingen naar andere teksten.

„We weten dat er veel Ieren waren die jarenlang rondreisden. Hun reis ging tot diep in Italië, tot in Rome, en daarna weer langzaam terug naar Ierland. Dankzij de sporen die zij in de kantlijn van allerlei handschriften hebben achtergelaten – de Ierse variant van dat tekensysteem – kunnen we hen identificeren en soms ook delen van hun reis reconstrueren.

In de kantlijn schreef hij er van alles bij: uitleg, commentaar, verwijzingen

„Je ziet dan opeens, in kopieën die in Zuid-Duitsland gemaakt zijn: hé, hier is een Ier aan het werk geweest, tien jaar lang, rond 850, en daarna verdwijnt hij weer. Soms zie je dat zo iemand later weer ergens anders opduikt.”

Het commentaar in de kantlijn stelt de hedendaagse onderzoeker ook in staat om – als het ware – mee te lezen met de negende-eeuwse lezer. Je kunt zien hoe hij de teksten interpreteerde, hoe hij een verband zag met andere teksten, en hoe daar soms nieuwe ideeën uit voort konden komen.

Steinova: „Omdat we er weinig van weten kunnen we de fout maken dat we denken dat dat intellectuele leven niet veel voorstelde, dat ze de oude teksten vrij kritiekloos tot zich namen en vooral geïnteresseerd waren in godsdienstige kwesties. Dat er nauwelijks een wetenschappelijk debat was. Maar uit die kantlijnen rijst een heel ander beeld op.”

Steinova’s favoriete voorbeeld daarvan komt uit de astronomie. „Een van de meest gekopieerde en becommentarieerde teksten in die tijd was een encyclopedie uit de vijfde eeuw, van Martianus Capella. Dat boek bestrijkt verschillende vakgebieden, waaronder astronomie. Martianus schrijft ergens dat de planeten Mercurius en Venus niet om de aarde, maar om de zon draaien. Dat was niet in overeenstemming met de officiële theorie, die verkondigde dat alle hemellichamen om de aarde draaiden. Je ziet dat de toenmalige lezer daar een tekentje bij heeft gezet. Je ziet hem als het ware denken: wacht even, Mercurius en Venus draaien om de zon, hoe kan dat?”

In een latere kopie van diezelfde tekst wordt daar in de kantlijn opeens heel uitvoerig op ingegaan, vertelt Steinova. „Er is een schematisch tekeningetje bij gemaakt: Mercurius en Venus draaien daarin om de zon, en de zon draait op zijn beurt weer om de aarde.”

Het kan niet anders of dat rondreizen langs bibliotheken ging af en toe gepaard met verhitte wetenschappelijke discussies.