Laat economie zijn werk doen

Grote faillissementen hebben soms het vermogen om in de macro-economische cijfers op te duiken. In het verleden waren dat Daf en Fokker, die doorklonken in het consumentenvertrouwen en de werkloosheidscijfers. De ondergang van V&D lijkt nu hetzelfde te doen. Gisteren berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de werkloosheid van januari naar februari is opgelopen met 7.000 mensen. Uitkeringsinstantie UWV meldde een toename van het aantal WW-uitkeringen met een procent ten opzichte van de vorige maand. De ondergang van enkele winkelketens, en dan met name V&D, wordt aangewezen als belangrijke factor.

Daar komt nog bij dat het consumentenvertrouwen – het saldo van positieve en negatieve antwoorden op vragen over de economie en persoonlijke financiën – vorige maand al zakte naar een waarde van -1 en in maart verder naar -4. Nog afgelopen november was het vertrouwen gestegen naar 9, het hoogste niveau in negen jaar.

De vluchtelingencrisis en de onrust op de financiële markten in de eerste maanden van dit jaar zullen ongetwijfeld hebben bijgedragen aan het vertrouwensverlies. Maar grote faillissementen kunnen een doorslaggevende rol spelen. Gelukkig hebben zulke eenmalige gebeurtenissen vaak een tijdelijk effect.

Het neemt niet weg dat de cijfers benadrukken dat de economie een precaire fase doormaakt. Een lichte stijging van het aantal faillissementen onderstreept dat. Het Centraal Planbureau (CPB) gaat in zijn jongste prognoses van deze maand uit van een economische groei van 1,8 procent dit jaar en 2 procent volgend jaar. Die abstracte groeicijfers moeten zich concreet vertalen in één van de belangrijkste variabelen in de economie van alledag: de werkgelegenheid. Daarmee gaat het grosso modo nog steeds beter. Vooralsnog voorziet het CPB een daling van de werkloosheid naar 6,5 procent dit jaar en 6,3 procent volgend jaar. Dat ziet er nog steeds gunstig uit.

Het CBS berichtte gisteren dat het aantal werkenden structureel nog steeds stijgt, ondanks de klap van februari. Uiteindelijk gaat het om het scheppen van mogelijkheden en het opheffen van barrières voor wie kan en wil werken. Dat vergt een gezond bedrijfsleven, een groot vertrouwen van consumenten en ondernemers, en zekerheid en rust bij het overheidsbeleid.

Grote faillissementen zoals dat van V&D komen hard aan. Het vermijden of verzachten daarvan is geen taak van de overheid. Maar bij het behoud van vertrouwen heeft zij wel degelijk een taak. Rust en voorspelbaarheid moeten daarbij voorop staan.