Koudwatervrees over asieldeal

Het definitief maken van het met Turkije gesloten principeakkoord is volgens premier Mark Rutte nog „geen gelopen race”. Deze vrijdag proberen EU-leiders met Turkije te bepalen wanneer de deal ingaat en of er aantallen worden vastgesteld.

Angela Merkel, François Hollande en Alexis Tsipras arriveren donderdag in Brussel voor een extra tweedaagse EU- top. Vrijdag moeten de afspraken over migranten met Turkije worden beklonken. FOTO Virginia Mayo (Merkel, Hollande) en Geert Vanden Wijngaert (Tsipras) / AP

Wordt het grote gebaar aan Turkije alsnog een klein gebaar? Vrijdag praten EU-leiders in Brussel verder over het vorige week met Turkije gesloten principeakkoord, dat moet voorkomen dat vluchtelingen massaal naar Europa komen en verdrinken in de Egeïsche Zee. Maar de prijs die de EU moet betalen wordt hoog gevonden. „Ik ben voorzichtig optimistisch”, zei Europees ‘president’ Tusk donderdag voor de top. „Maar eerlijk gezegd meer voorzichtig dan optimistisch.”

Ook premier Rutte zei donderdag dat het „geen gelopen race” is. „Het worden twee lange dagen.” Géén deal is eigenlijk geen optie: in Idomeni, aan de Grieks-Macedonische grens kunnen vluchtelingen geen kant meer op, nu de Balkanroute op slot zit. „Het laatste wat we willen is dat Idomeni de norm wordt”, aldus Frans Timmermans, de tweede man van de Europese Commissie.

Maar een afgezwakte deal, waarvoor sommigen nu pleiten, is ook problematisch. Als de Turken te veel het gevoel krijgen dat de EU wel de lusten maar niet de lasten wil, kan het akkoord een papieren tijger worden. Als de Turken dan niet al zijn weggelopen.

Turkije bood vorige week aan om iedereen terug te nemen die nog illegaal in Griekenland aankomt, op voorwaarde dat de EU een legaal ‘migratiekanaal’ opent vanuit Turkije, dat met 2,6 miljoen vluchtelingen al aan zijn taks zit. Het doel: mensen ontmoedigen om met gevaar voor eigen leven de zee over te steken, en hun tegelijk een aantrekkelijk legaal alternatief bieden. Een oplossing die al langer wordt gepropageerd door Duitsland en Nederland en die vorige week onverwacht door de Turken in een megadeal werd gegoten, met extra eisen rondom visumliberalisatie, EU-lidmaatschap en financiële hulp.

Finish nu in zicht

Vorige week leek het een goed idee, maar met de finish in zicht slaat de koudwatervrees toe en doen EU-leiders er alles aan, ook om binnenlands politieke redenen, om de indruk te vermijden dat Turkije de bovenhand heeft. Menig EU-leider onderstreepte donderdag dat het terugsturen van vluchtelingen juridisch natuurlijk wel moet kloppen (wat het ook doet volgens de Europese Commissie) en dat Turkije de Europese asielstandaarden snel zal moeten omarmen. De Belgische premier Michel vond dat de EU zich niet door Turkije moet laten chanteren. „Liever geen akkoord dan een slecht akkoord.”

Stoere woorden, die moeten verhullen dat een jaar EU-crisisbeleid geen enkele invloed op de chaotische vluchtelingenstroom heeft gehad. Wat Rutte betreft is de tijd dat de EU nog enige keuzevrijheid had echt voorbij. „Er is geen alternatief. We moeten tot een akkoord komen.”

Een groot struikelblok is Cyprus. Het noorden daarvan wordt sinds 1974 bezet door Turkije. Dat Turkije nu om snellere onderhandelingen over EU-lidmaatschap vraagt, ligt moeilijk bij de Cyprioten, die vinden dat Ankara hun regering moet erkennen en Cyprus ook toegang moet geven tot Turkse havens en vliegvelden. Tusk zei eerder deze week dat Cyprus in de EU „net zo belangrijk” is als Duitsland of Nederland. De Pool denkt van de nood een deugd te kunnen maken: bij het sluiten van de deal met Turkije, zei hij woensdag, wil hij ook proberen de vredesgesprekken tussen Turkije en Cyprus een zetje te geven. Een mooie, maar riskante strategie, want zonder de kwestie-Cyprus is de top al ingewikkeld genoeg.

Een andere niet onbelangrijke vraag: wanneer gaat de deal in? Te lang wachten kan een ‘aanzuigende werking’ hebben: vluchtelingen zullen de oversteek nog snel willen maken zolang ze nog niet worden teruggestuurd. Gaat de deal meteen in, zoals Rutte wil, dan is de vraag of Griekenland er wel klaar voor is: vluchtelingen moeten worden opgevangen, geregistreerd, een korte procedure doorlopen en, voordat ze worden teruggestuurd, in beroep kunnen gaan. Een complexe operatie, waarbij de Grieken alle hulp kunnen gebruiken.

Maar zorgelijker is het gesleutel aan het vorige week gesloten akkoord. Centraal in de deal staat het principe van ‘gelijk oversteken’: voor elke vluchteling die Turkije terugneemt uit Griekenland, moet de EU er één opnemen uit het al overbelaste Turkije.

Stel, Turkije zet grens open

Zelfs deze op het eerste gezicht redelijke uitruil, staat nu ter discussie: want wat als de Turken een miljoen mensen naar Griekenland doorlaten? Moet de EU er dan ook een miljoen opnemen? Een EU-functionaris noemde dit woensdag „een sleutelzorg” van EU-leiders.

Het is een wat bizarre redenering, omdat het bij voorbaat kwade wil toedicht aan Turkije – nauwelijks een goede basis voor samenwerking. Toch dringen EU-leiders er nu op aan dat de uitruil in de definitieve overeenkomst wordt beperkt tot 72.000 mensen en „tijdelijk en uitzonderlijk” wordt genoemd. Als het concept werkt en de instroom wezenlijk vermindert, kunnen EU-landen op ‘vrijwillige basis’ besluiten meer vluchtelingen op te nemen uit Turkije.

Het grote gebaar zal dus nog even op zich laten wachten. Maar de vraag is of een klein gebaar genoeg indruk maakt op vluchtelingen om legale migratie te verkiezen boven gammele bootjes. Het signaal dat de EU het beleid ‘in stappen’ en ‘misschien’ gaat veranderen, is precies wat mensensmokkelaars nodig hebben om te blijven doen wat ze doen.