Klimaateffect bomen valt mee

Bij opwarming stoten bomen veel minder CO2 uit dan werd verwacht.

In een opwarmend klimaat verhogen bomen hun nachtelijke CO2-uitstoot veel minder dan gedacht. De angst dat die CO2-uitstoot juist sterk zou stijgen, en zo de opwarming versterkt, lijkt ongegrond.

Dit volgt uit langjarige experimenten in de bossen van noordelijk Minnesota. De tien onderzochte, algemeen voorkomende boomsoorten (zoals rode esdoorn, Amerikaanse eik en de balsem zilverspar) laten zien dat ze allemaal over een groot aanpassingsvermogen beschikken. Het onderzoek is woensdag gepubliceerd in het tijdschrift Nature.

De centrale vraag achter het onderzoek is of de wereldwijde vegetatie in een opwarmend klimaat een zogeheten sink van koolstof zal blijven, zoals nu het geval is. Dat wil zeggen dat er netto meer koolstof wordt vastgelegd uit de lucht (via fotosynthese overdag) dan er in wordt gepompt (via ademhaling ’s nachts). Of, en hoe, die balans in een warmer klimaat verandert, is onduidelijk. Verschuivingen kunnen grote gevolgen hebben, want het gaat om enorme hoeveelheden. Klimaatmodellen laten een grote variatie in prognoses zien.

De angst voor een sterke toename van de nachtelijke CO2-uitstoot komt voort uit eerder onderzoek, waarbij planten in warmere lucht werden geplaatst. Maar dat onderzoek was altijd kortdurend (minuten tot uren), en werd uitgevoerd in kassen.

Dit keer hebben wetenschappers bestaand bos gekozen, op twee locaties in Minnesota. Ze selecteerden ruim 1.200 jonge bomen. Een deel ervan leefde gedurende 3 tot 5 jaar in een omgeving die met computergestuurde infraroodlampen steeds 3,4 graden Celsius warmer werd gehouden dan de heersende buitentemperatuur. Bij die bomen nam de nachtelijke CO2-uitstoot van de bladeren gemiddeld 5 procent toe, terwijl 23 procent was verwacht. Of de fotosynthese ook toenam, is niet duidelijk.