Is die vrouw nu zo vrij of zo plat?

Een jonge stijve Brit raakt gefascineerd door een vitale all-American girl in negentiende-eeuws Zwitserland. Hij doet zijn uiterste best om haar ordinair te vinden. Zo wordt haar dood een dubbelzinnig symbool.

Affiche van de film Daisy Miller van Peter Bogdanovich uit 1974

De vroege novelle Daisy Miller (1878) was meteen ook het grootste succes uit de schrijversloopbaan van Henry James – maar de liefhebbers van het werk van ‘The Master’ zien er toch vooral een opstapje naar grotere dingen in. Vaak wordt het verhaal van de mooie, onschuldige, roekeloze all-American Daisy, die tijdens haar reis door het oude Europa alle ingesleten tradities en morele geboden achteloos met voeten treedt, gezien als een vroege studie van James’ later zo subliem uitgewerkte ‘internationale thema’, het eindeloos subtiele contrast tussen de vitale, onwetende Amerikaanse en de kwijnende, doortrapte Europese cultuur. Het verhaal van de ongrijpbare Daisy geldt dan als literair warmlopen voor het meesterwerk The Portrait of a Lady van een paar jaar later.

Eerlijk gezegd herinnerde ik me de novelle ook zo, maar na lezing van de nieuwe, zorgvuldige Nederlandse vertaling van Frank Lekens, blijkt dat niet te kloppen. Anders dan bij Isabel Archer, de complexe hoofdpersoon van The Portrait of a Lady, krijgt de lezer Daisy alleen van de buitenkant te zien: ze wordt slechts geobserveerd door haar bewonderaar, de jonge Winterbourne, die haar ontmoet in het Zwitserse Vevey, waar hij zijn tante bezoekt. Het is een alledaagse ontmoeting, die gepaard gaat met veel sociaal gekeuvel; Daisy en haar jongere broer, afkomstig uit het door-en-door provinciale Schenectady, zijn opzichtig onwetend over het Europa dat ze zo uitvoerig bereizen.

Fascinatie

Maar Winterbourne raakt gefascineerd door haar en die fascinatie is het werkelijke onderwerp van James’ verhaal – wie of wat is Daisy? Is ze een bijzonder vrijgevochten geest of eigenlijk gewoon heel erg plat? Is ze onschuldig in de pure zin van dat woord of gewoon onnadenkend? Is haar flirt met de Italiaanse charmeur met wie ze zich in de ogen van de ‘respectabele’ mensen in haar omgeving te veel afgeeft, een doelbewust doorbreken van wurgende conventies op zoek naar authenticiteit of het slordige sociale gedrag van een allemansvriend? En wat als ze dat alles tegelijk is?

Daisy blijft ongrijpbaar, maar het knappe van James’ novelle is dat die vragen genadeloos terugslaan op de jonge, respectabele Winterbourne – en via hem op de lezer. Wat hem in Daisy aantrekt, afgezien van haar schoonheid, is een vitaliteit die zich volledig aan zijn keurig opgebouwde, met Europese cultuur geïmpregneerde stelsel van waarden onttrekt. Dat geeft hem een ongemakkelijk gevoel, omdat het iets over hemzelf lijkt te zeggen.

Steeds opnieuw zoekt Winterbourne dan ook naar redenen om Daisy niet meer interessant te vinden, om haar net als zijn omgeving af te doen als ordinair, want dan is hij van zijn ongemakkelijke obsessie verlost. Wanneer hij haar ’s avonds laat in Rome met haar Italiaanse bewonderaar ‘betrapt’ in het Colosseum, voelt dat ook allereerst als een bevrijding: ‘Winterbourne bleef staan, met iets van afschuw, en, het zij gezegd, ook iets van opluchting. Het was alsof op Daisy’s dubbelzinnige gedrag plots een licht werd geworpen dat het raadsel gemakkelijker te ontcijferen maakte. Dit was een jongedame voor wie een heer geen enkel respect hoefde op te brengen.’

Stijf

Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Het afkeurenswaardige avontuur van Daisy in het Colosseum bij nacht wordt haar fataal, maar James weet haar roekeloosheid de glans van onweerstaanbare levenslust te geven, zodat Winterbourne met al zijn goede bedoelingen en waarschuwingen hopeloos aan de kant blijft staan. ‘Stijf’ noemt Daisy hem verscheidene keren en stijf is hij – niet bij machte tot overgave, eeuwig veroordeeld tot de zijlijn.

De dood van Daisy aan het eind van de novelle, wordt zo tot een tergend dubbelzinnig symbool. Ze wordt voorgoed onbereikbaar voor Winterbourne, maar dat geldt ook voor haar onstuitbare vitaliteit. Winterbourne overleeft, maar leeft hij eigenlijk wel? Is de dood van Daisy een tragische tegenslag, of is het stiekem een opluchting, een excuus om een leven zonder grote emoties te kunnen leven?

Dat is het verontrustende slotakkoord van dit magnifieke boekje, waarin de jonge James preludeert op thema’s die vooruitwijzen naar zijn late meesterwerk The Ambassadors (1903). In die roman beseft de hoofdpersoon Lambert Strether dat zijn leven uit gemiste kansen bestaat en spreekt hij de beroemde woorden tegen de jongen die hij op het rechte pad zou moeten houden: ‘Live all you can; it’s a mistake not to. It doesn’t so much matter what you do in particular so long as you have your life.’

Daisy sterft, maar zij heeft haar leven gehad. Voor de verstandige, bedachtzame, rustige Winterbourne is haar dood een laatste oordeel, onopgemerkt, en juist daardoor onomkeerbaar.