Dit is Yorick (17), de beste bowler van Europa

Yorick van Deutekom (17) is Nederlands grootste bowlingtalent. Vanaf maandag verdedigt hij zijn Europese jeugdtitel in Reykjavik.

Bowling is een uitweg voor Yorick van Deutekom. Foto Bastiaan Heus

Een maandagmiddag in Dolfijn Bowling-centrum in Tilburg. Yorick van Deutekom gooit zijn laatste ballen bij de training, moeder Sylvia kijkt toe. De zaal is half verduisterd, dancemuziek knalt door de boxen, een baan naast hem speelt een groep jongeren voor de lol. Een meisje werpt, de tien kegels vallen om, ze gilt. „Yes, yes!” Strike.

Yorick grinnikt, hij kijkt altijd hoe mindere goden spelen. Hoe ze oplopen, de achterzwaai, de worp en dan inschatten of het een strike wordt. Strikes beginnen bij hem pas te tellen als hij er drie achter elkaar gooit. „Dan denk ik, oké, hier heb ik iets aan.”

Zo ziet een strike bij Van Deutekom eruit:

Hij juicht pas als hij ze op een belangrijk moment maakt, zoals april vorig jaar bij de Europese kampioenschappen jeugd in Leipzig, die hij won.

Yorick van Deutekom is zeventien jaar en Nederlands grootste bowlingtalent. Of, in zijn woorden: „Ik zeg altijd: ik kan op zich wel een redelijk balletje gooien.” Vanaf maandag verdedigt hij zijn Europese jeugdtitel, in Reykjavik. Vrijdag vliegt hij met het Nederlandse team naar IJsland. Hij neemt zes bowlingballen (7,2 kilo per stuk) mee, net als zijn zeven teamgenoten. Om extra kosten door overgewicht te voorkomen, worden de ballen verdeeld over de reistassen van de gehele Nederlandse 24-koppige afvaardiging – waaronder ouders en coaches.

Bowling heeft het moeilijk

Bowling heeft het zwaar: 10.700 leden telde de Nederlandse Bowling Federatie eind 2014, zeven jaar eerder waren het er nog ruim 17.000. Toestroom van jeugd stokt, met slechts 790 spelers onder de achttien jaar. De bond maakt zich zorgen over de zichtbaarheid en naamsbekendheid.

Daarom een gesprek met Yorick van Deutekom: wat drijft hem op jeugdige leeftijd tot een sport die worstelt met een oubollig imago? Eerste wat opvalt is zijn stevige bouw: vingers met een dikke laag eelt, pezige onderarmen, sterk bovenlichaam. Handen als kolenschoppen, waarmee hij de ballen sierlijk wegrolt.

Bowling is ook een sport

Bijna dagelijks traint hij anderhalf uur in de sportschool, naast de sessies op de bowlingbaan. Kracht is van belang. Hij grijpt met zijn rechterhand een bowlingbal en prikt zijn ringvinger, middelvinger en duim in de gaten. „Na een tijdje is dit best zwaar.”

Wat verder opvalt is zijn onbevangenheid, Yorick is ontwapenend, vol energie. Tijdens het interview speelt hij ongeduldig met een leeg flesje. Tot zijn moeder zegt: „Leg dat nou eens weg.” Hij is doordrongen van het imagoprobleem van bowling. „Mensen zien het meer als bitterballen, bier en dan een spelletje doen. Het is natuurlijk leuk om dronken, volgevreten met bitterballen tegen pionnetjes aan te gooien. Maar ik vind dat je het ook als sport kan zien.”

Zo begon het bij hem: ouders gescheiden, niemand om op te passen, dus gaat hij mee met drie jaar oudere broer Jacco naar Noordzee Bowling in woonplaats Julianadorp – onder Den Helder, het dorp dat diverse topbowlers voortbracht. Zijn één jaar oudere zus Anouk gaat ook mee, ook zij is nu op hoog niveau actief. Zijn eerste bal gooit hij op zijn achtste. Drie jaar later wordt hij voor het eerst Nederlands kampioen bij de pupillen.

Op zijn veertiende speelt hij tegen senioren

Dan gaat het snel. Alle vrije tijd wordt opgeslokt door bowling, hij stopt met zijn andere hobby turnen. Hij fietst dagelijks op en neer naar zijn thuisbasis Noordzee Bowling, dichtbij het strand. Vanaf zijn veertiende speelt hij al tegen senioren, op toernooien en in de competitie. In de zomer zit Julianadorp vol met toeristen, de rest van het jaar is het rustig. Verveling dreigt, bowling is een uitweg. „We hebben zo’n klein dorp, er is niks te doen”, zegt Yorick. „Het zwembad is ook nog eens afgebrand, nu hebben we helemaal niks meer.”

Zijn doel is de wereldtop. „Uiteindelijk wil ik wereldkampioen worden.” Hij is een natuurtalent, zegt oud-speler André van Gurp, zijn materiaalverzorger en een van zijn twee trainers. Yorick reist regelmatig naar Tilburg, waar Van Gurp met zijn Dolfijn Proshop zit. „Hij heeft een natuurlijke manier van aanlopen, zwaaien en loslaten”, zegt de coach. „Zijn motoriek is geschikt voor bowling.” Van wie hij dat heeft is een mysterie: zijn ouders speelden vroeger niet.

Gaat hij naar Amerika?

De bakermat van de bowlingsport lonkt: de Verenigde Staten. Yorick kreeg in januari een aanbieding van het bowlingteam van Lincoln Memorial University in de staat Tennessee. Daar zou hij verder kunnen groeien en bowling met een studie kunnen combineren. Hij is er nog niet op ingegaan, hij moet dit voorjaar eerst zijn Defensie-opleiding Veiligheid & Vakmanschap afronden (mbo). Mogelijk maakt hij de stap naar de VS later.

Soms moet hij harde keuzes maken, ten gunste van bowling. Anderhalve maand geleden beëindigde hij de relatie met zijn vriendin, de liefde was moeilijk te combineren met zijn sport, hij is veel uren kwijt aan trainingen (zo’n 12 uur per week) en wedstrijden. Waarom heeft hij dit soort keuzes over voor zijn sport? „Als ik iets doe, wil ik de beste zijn. Soms gaan dingen dan niet samen.”

10.000 euro per jaar kost bowling

Bowling is een dure sport, financiële ondersteuning vanuit de bond is beperkt. Zijn moeder berekende dat zij vorig jaar aan beide kinderen (Yorick en Anouk) in totaal 10.000 euro kwijt was. Met name de reiskosten gaan hard, en een nieuwe bal kost al snel 250 euro.

Voor de EK volgende week moet hij zelf 750 euro bijdragen. Yorick sprokkelt geld bij elkaar om zijn sport te bekostigen. Hij heeft sinds zijn dertiende bijbaantjes. Tot een maand geleden werkte hij als vakkenvuller bij de Deen supermarkt in Julianadorp, waar zijn contract niet werd verlengd. „Ik was te duur geworden.” Nu werkt hij voor een uitzendbureau, hij maakt vakantiehuisjes schoon voor 7,25 euro per uur.

En hij organiseert sponsoracties. Met Oud & Nieuw bakte hij de afgelopen twee jaar appelflappen en oliebollen, samen met zijn zus en dorpsgenoot Denise Blankenzee, die ook naar de EK gaat. De laatste keer leverde dit 380 euro op.

Een nitraat ontplofte in zijn hand

Vorig jaar ging het na het oliebollenbakken fout bij het aansteken van zwaar vuurwerk. Er ontplofte nitraat in zijn linkerhand, Yorick laat een foto zien van zijn bebloede hand. Er zat amper vel meer op, kruit zat in de wonden, twee vingertopjes waren gebroken.

Hij had geluk dat het zijn linkerhand was, en niet rechts, waarmee hij speelt. Drie weken later kwam hij in actie op de NK jeugd, met zijn hand in een mitella. „Een bal van ruim zeven kilo in één hand en dan geen balans aan de linkerkant, dat was lastig.” Hij won wel.

Het hoort bij de grillen van een jonge, soms wat onbesuisde sporter. Wat is voor hem de kick van het spel? „Dat ik win, dat ik iets doe waarvan ik zeker weet dat ik er goed in ben.” Op feestjes moet hij vaak vertellen wat er allemaal bij komt kijken. „Ik leg het simpel uit: er ligt olie op de baan, je moet hem gewoon naar buiten gooien waar geen olie ligt, en dan ‘hoekt’ ’ie terug naar de pocket.”

De realiteit is dat het veel lastiger is. Hij kan lang praten over de details, de complexe „oliepatronen”, de bal die „frictie” maakt met de baan, het „deflecteren” als de bal te veel vaart is kwijtgeraakt.

Materiaalman André van Gurp heeft net vier nieuwe ballen klaargemaakt, de gaten zijn geboord, de buitenste schil glimt. Yorick stopt ze in de tas. Klaar voor Reykjavik, klaar voor de toekomst, klaar voor de strikes.