Wilfred de Bruijn: ‘Ik ben gewoon een ontzettende Hollander’

(41) werd bekend toen hij in DWDD liet zien hoe hij was mishandeld omdat hij homoseksueel is. Nu probeert hij de Fransen te doorgronden  in een tv-serie van de VPRO.

Vraag een Nederlander iets over Frankrijk en er komen alleen maar clichés uit. Mooi land, maar waarom spreken ze geen Engels? Lekker eten, maar waarom zijn Fransen tegen alles wat anders is?

Deze antwoorden kreeg Wilfred de Bruijn (41) op straat in Amsterdam. Hij deed daar een screentest voor een nieuwe VPRO-serie en vroeg voorbijgangers naar hun ideeën over het land waar hij nu dertien jaar woont. „Nederlanders gaan massaal kamperen en op wintersport in Frankrijk, maar achter de voordeur van de Fransman komt niemand.”

Daar wil hij met het nieuwe programma Op zoek naar Frankrijk (VPRO) verandering in brengen.

In de nieuwe televisieserie reist Wilfred de Bruijn in zes afleveringen door „een land in crisis”. Gebrek aan vertrouwen, depressies en somberheid over de toekomst tekenen de bevolking van het land met 66 miljoen inwoners. Elke aflevering heeft een ander onderwerp. Verschillen tussen bevolkingsgroepen, de opkomst van extreem-rechts en het gebrek aan vertrouwen in de toekomst zijn centrale thema’s.

Na arts en fotograaf Ruben Terlou, die Langs de oevers van de Yangtze presenteerde, komt ook de presentator van Op zoek naar Frankrijk niet uit het mediavak. Wilfred de Bruijn, opgegroeid in de Alblasserwaard, is bibliothecaris bij het Fondation Custodia in Parijs en woont sinds 2003 in de Franse hoofdstad.

Helemaal onbekend is Wilfred de Bruijn niet. Als hij op 6 april 2013 met zijn vriend Olivier na een feestje door Parijs loopt – „We hadden wat biertjes op” – wordt hij vanwege zijn geaardheid zo zwaar toegetakeld door vier jongens, dat hij in het ziekenhuis belandt. De volgende dag zet hij een foto van zijn gehavende gezicht op Facebook. Daarna gaat het snel. De Bruijn mag een paar keer bij De Wereld Draait Door aanschuiven. „In april 2015 belde de VPRO. Een programma over Frankrijk. Of we eens konden praten.”

Zondagavond is de eerste aflevering te zien. Een gesprek aan de hand van drie scènes uit de serie.

Eén van de eerste scènes uit de eerste aflevering. Een buitenwijk van Parijs. De Bruijn praat met moslims in een moskee. Het is een paar dagen na de aanslagen van 13 november. Voor de deur patrouilleren politieagenten. „Om ons in de gaten te houden én te beschermen”, lachen de mannen. Ze voelen zich geminacht in Frankrijk.

Volgende scène: een veilinghuis midden in Parijs. Een rijke Fransman laat meubels van Lodewijk XIV zien, die hij verkoopt. Hij is nooit in aanraking geweest met mensen uit een andere sociaal-economische klasse.

Voelt u die sociale scheiding in Frankrijk?

„Ja. De strikte scheiding tussen Fransen uit verschillende klassen werd me al snel duidelijk. In Nederland kunnen een GroenLinkser en PVV’er een biertje met elkaar drinken. Dat is in Frankrijk echt uitgesloten. Je haat elkaar.”

Het eerste jaar in Parijs vond hij verschrikkelijk. Praten met een onbekende is onmogelijk, dat doe je niet. Maar wat doe je als je niemand kent? „Vrijwilligerswerk leek mij de oplossing, dat doen Nederlanders veel. Dus ik ging op zaterdagmiddag koffie schenken bij een vereniging voor homoseksuelen in Parijs. Vonden de Fransen heel gek, dat ik, als hoogopgeleide man, dat deed.”

„Iemand zei later: ‘Als jij al zoveel moeite hebt gehad met integreren, kun je nagaan hoe dat is voor mensen uit een andere cultuur en andere sociaal-economische klassen’.”

Scène twee speelt zich af in Noord-Frankrijk. Wilfred de Bruijn is aan het vissen met een paar mannen, aanhangers van de nationaal-populistische partij Front National van Marine Le Pen. Een van de mannen haalt een cartoon uit zijn zak. Twee Noord-Afrikaanse mannen zitten op een bankje. Een Fransman passeert hen op weg naar zijn werk. De boodschap: de Arabier is lui. „Racistisch”, vindt De Bruijn. „Realistisch”, vinden de mannen.

Wat dacht u?

„Ik werd woedend. Op die schofterige strip. Maar vooral op mezelf. Ik vind mensen aardig tot het tegendeel is bewezen, naïef misschien. We hadden de hele dag erg gelachen. Door die strip besefte ik dat er weleens iets heel anders had kunnen gebeuren als ik hier met mijn Arabisch uitziende vriend had gelopen. Zónder camera.”

Scène drie. Marseille. Een zoon van een Italiaanse vader en Poolse moeder. De man heeft gevochten voor zijn plek in Frankrijk. Hij voelt zich Fransman. Hij plakt posters voor het Front National. Terug in de auto vraagt De Bruijn hem naar zijn dochter. Ze heeft gekozen voor een jongen uit de Maghreb, een Arabier. Hij begint te huilen.

Hoe reageerden uw ouders op uw geaardheid?

„Ze hebben er wel even aan moeten wennen. Mijn moeder barstte in tranen uit. Mijn vader mompelde alleen maar: ‘Als jij zo gelukkig bent, is het goed’, dat bleef hij maar herhalen.”

Het was vooral het label waarmee zijn ouders moeite hadden. Hij zou het moeilijk krijgen in zijn leven, dachten ze.

Helemaal onterecht was die angst niet. In aflevering drie bezoekt De Bruijn Front National tijdens de regionale verkiezingsuitslag in Marseille. Hij wordt tijdens het draaien bedreigd. In die aflevering vertelt hij hoe vier mannen, „van die boksschooltypes”, op hem afkomen. Een eng moment, zegt hij nu. „Ze zeiden: ‘jij bent die activist, we weten wie je bent, we houden je in de gaten’. Ze herkenden mijn hoofd van tv, als boegbeeld van de strijd tegen homohaat.”

Het blijft bij die woorden. „Het laatste wat het Front National wil, is openlijk gedonder. Iedereen is welkom, samen tegen de elite. Dat imago willen ze hooghouden.”

Heeft u overwogen terug te gaan naar Nederland?

„Nee. Mijn naïeve vrolijkheid zit nog steeds diep in mij. Ik ben een blij en positief mens en dat blijf ik. Bovendien ben ik gek op Parijs.”

In de eerste aflevering komt duidelijk naar voren dat Fransen trots zijn op hun land en geschiedenis. U deelt dat gevoel duidelijk niet.

„Klopt. Ik voel me ook geen Fransman. Ik ben gewoon een ontzettende Hollander. Ik kan goed met iedereen door één deur. Fransen verstoppen zich graag achter hun eigen groep.”

Toch moet hij toegeven dat hij wel degelijk Franse trekjes heeft overgenomen. De beleefde omgangsvormen bijvoorbeeld. „Voor een gesprek complimenteer ik iemand eindeloos met zijn huis, bedank ik hem of haar voor de tijd. Daar werd het team van de VPRO soms doodmoe van.”

De vraag wat het betekent Frans te zijn, ligt gevoelig, blijkt uit uw serie. Wat betekent Frans zijn volgens u?

„Vandaag de dag betekent het: wonen in een van de mooiste landen ter wereld met de beste voorzieningen. Wat ontbreekt is democratie. Op papier is het een democratie ja, maar niet in de praktijk. Het is een samenleving met veel ongelijkheid en uitsluiting.”

Ruben Terlou heeft ruim een miljoen kijkers getrokken met zijn programma over China. Hoe gaat u dat evenaren?

„Niet. Maar we hopen wel op een shock. We denken Frankrijk te kennen, maar is dat zo? Wij willen mensen verder laten kijken dan de camping en het stokbrood.”