Hij liet zijn modellen springen

Politici en zakenmensen verbergen zich achter een masker. Fotograaf Philippe Halsman zorgde ervoor dat ze dat masker lieten vallen.

Philippe Halsmans Dalí Atomicus uit 1948 Philippe Halsman_Archive _Magnum Photos

Tja, hoe doe je dat: iemands wezen vangen in een portret? Om Winston Churchill te triggeren pakte fotograaf Yousuf Karsh, die precies twee minuten de tijd kreeg om de bewindsman te fotograferen, hem zijn sigaar af. De dreigende blik die dit opleverde zorgde voor het iconische beeld van een strijdvaardige en onverzettelijke Churchill, precies wat de wereld in 1941 nodig had. Toen Richard Avedon de deftige hertog en hertogin van Windsor, echte hondenliefhebbers, in zijn studio kreeg, verzon hij een verhaal over een taxi die zojuist een hond had overreden en sloeg toen genadeloos toe. Die ontredderde blik in hun ogen, zo had het publiek hen niet eerder gezien.

Philippe Halsman verzon de sprong. Politici, acteurs, zakenmensen – ze verbergen zich achter een masker, zo was zijn gedachte. En hoe zorg je ervoor dat ze dat laten vallen? Laat ze springen! De energie die ze daarvoor nodig hebben, het feit dat ze uit hun comfortzone worden gehaald: het worden kinderen die mogen spelen, even los van de aarde.

Een aantal foto’s uit zijn Jump Book, met onder anderen Marilyn Monroe, Audrey Hepburn, Jerry Lewis, Grace Kelly en Edward Steichen, is nu tot 12 juni te zien in de Rotterdamse Kunsthal. Speelse beelden waar een enorm plezier uit straalt. Een paar dingen vallen op: het verschil tussen de Amerikaanse extraversie en de Britse gereserveerdheid bijvoorbeeld, en het feit dat de machtigen der aarde zich niet zo makkelijk gewonnen geven – Richard Nixon en Mrs. Edsel Ford huppelen heel voorzichtig – terwijl Brigitte Bardot, gewend als ze is aan de camera, een gat in de lucht springt. De armen wijd, een brede lach, een en al overgave.

Bekend van Life Magazine

Behalve met zijn Jump-foto’s werd Philippe Halsman (Riga, 1906 - New York, 1979) vooral bekend van de covers die hij in de jaren 40 en 50 voor Life Magazine maakte, van zijn portretten van beroemdheden (veel Marilyn Monroe), geënsceneerd werk (gewoon knippen en plakken, letterlijk, geen Photoshop) en natuurlijk door zijn ‘fotografische ideeën’ die hij in een samenwerking van 37 jaar met Salvador Dalí ontwikkelde. De beroemde en geestige Dalí Atomicus uit 1948, waarbij er katten en water door het beeld worden gegooid en waarin alles in de lucht zweeft, hangt in de Kunsthal, en Dalí’s snor (1954), een serie waarin beide mannen onderzoeken wat je zoal met een snor kunt doen.

Bijzonder zijn ook de portretten die Halsman maakte in het begin van zijn carrière, en die in deze expositie voor de eerste keer aan het publiek getoond worden. Het zijn de foto’s die hij in de jaren dertig in Parijs maakte tot hij in 1940 met behulp van Albert Einstein naar de VS wist te vluchten. Portretten van kunstenaars als Le Corbusier, Marc Chagall, André Gide, van clochards, modellen en naakten – alles in zo’n intens zwart-wit en zo dicht op de huid gefotografeerd dat je je afvraagt, los van de discussie of het überhaupt mogelijk is iemands persoonlijkheid in een portret te vangen, of het eigenlijk wel hout snijdt, die theorie over dat springen en dat masker. Gewoon heel dichtbij zijn en eens in alle rust kijken, kom je dan niet al heel wat over iemand te weten?