Groen paradijsje in de stad dat vrolijk stemt

Volgende week is het officieel lente, wij aten alvast op een plek die tijdens lente en zomer een grote aantrekkingskracht heeft: de Vergulden Eenhoorn. Het is een stadsboerderij uit 1702, een Rijksmonument aan de Ringdijk in de Watergraafsmeer met rondom een royaal erf en een fikse tuin. Een paradijsje in de stad, een oase in het groen, een vrolijk stemmende locatie.

Buiten is het koud en er waait een gure wind, we schuiven met de jas aan bij de open (gas)haard waar de temperatuur ver boven de 20 graden is. Nou doet de bediening ook geen enkele moeite de jas aan te nemen of zelfs maar naar een kapstok te wijzen en terwijl de zaak behoorlijk vol zit, zien we in de hoek een eenzame paraplu hangen. Amsterdamse restaurants hebben vaak cafémanieren, het is niet anders. Tot zover het gemopper, in dit restaurant zijn de jongens en meisjes vooral lief, vriendelijk en behulpzaam, dus zitten we gewoon de hele avond op onze jas. Lekker zacht.

We starten met poiré en cider. (5,-). De poiré is waarschijnlijk een dag eerder geopend, want heeft nauwelijks bubbels, de cider is een aardse Dunkerton uit Engeland, het stoere – en organic – neefje van de frivolere Franse ciders. De menukaart biedt zeven hoofdgerechten, waarvan je er maar liefst drie alleen per twee personen kunt bestellen en het grand dessert zelfs alleen per vier personen – vreemd. Omdat wij zoveel mogelijk willen proberen, laten we die gerechten (dorade, côte de boeuf, varkensrib) dus links liggen. Het weekmenu is prima betaalbaar (29,50, drie gangen) en bestaat uit coquilles met pancetta, bloemkoolmousse en groene asperges, eendenborst met gnocchi, paksoi en wortelpuree en een dessert. De ander bestelt à la carte gebrande makreelfilet met venkel, groene currymayonaise en pindacrumble (9,50) en gort met gebakken paddenstoelen, pecorino, schorseneren en hazelnoten (16,50).

Vooraf nu eens geen amuse, oké, maar ook geen brood; beetje karig. Wel komt meteen een karaf kraanwater op tafel, fijn. De voorgerechten zijn boven verwachting: de gebrande makreel wordt verrassend koud geserveerd, maar is lekker pittig door de groene curry, en de venkel is dungesneden. De coquilles zijn krokant gebakken, de pancetta geeft een goede boost zout, de bloemkoolmousse is de zacht-zoete component… dit is een goede versie van een klassiek voorgerecht. Ook de hoofdgerechten kunnen ons bekoren: de eendenborst heeft de goede garing, rosé, maar wordt helaas wel in twee enorme hompen geserveerd – trancheren zou een stuk aantrekkelijker zijn. De gnocchi is bruin gebakken, niet van die melige balletjes, lekker! De gort is op risottowijze bereid, heeft een stevige bite met die gelukzalige smaak van paddenstoelen en noten, het aangenaam bittere van schorseneren – een goed alternatief voor de gebruikelijke asperges – en het zoute van de schapenkaas… dit is nu eens écht een leuk vegetarisch gerecht. We drinken een glas Spaanse witte wijn (Albariño Piedra del Mar, 6,-) en een pinot noir uit de Bourgogne (Domaine Olivier, 7,-); de wijnen zijn hier uitstekend. De chardonnay uit het zuiden van de Bourgogne (7,-) die we in gedachten hadden voor bij de makreel, zo’n vette, houtgelagerde, is zuur en vlak, maar het meisje opent zonder pardon een nieuwe fles. Je hoort ons niet klagen. We eindigen de avond bij de haard, het bordje met het dessert – een weinig indrukwekkende, mierzoete creatie van iets met amandelen en iets met macaron – op schoot.

Het is een fijne zaak, de Vergulden Eenhoorn, betaalbaar, prettig informeel en op een romantische plek. Het grootste bedrijfsrisico is dat het hier bij het eerste straaltje zonneschijn overlopen wordt, dat de grote zaak met het grote terras verrommelt; het eten, de service, het interieur. Maar als het straks lente is, zijn wij de eersten die richting de Ringdijk fietsen. Dat rommelige nemen we dan wel op de koop toe.