Geplaagde UvA zoekt boegbeeld – maar de strijd woedt er nog

Bijna een jaar geleden moest UvA-bestuursvoorzitter Louise Gunning het veld ruimen omdat het niet lukte de crisis bij de universiteit te bezweren. Tijdens het zoeken naar haar opvolger brokkelt het bestuur verder af.

Geert ten Dam

Nee, het gevoel dat ze zojuist hun droomkandidaat hebben ontmoet, is er niet. De sfeer is eerder bedrukt. Het is donderdagavond 18 februari. Op het Amsterdamse kantoor van headhunter Egon Zehnder is de selectiecommissie bijeen die zoekt naar een nieuwe collegevoorzitter voor de Universiteit van Amsterdam (UvA). De commissie heeft net met drie kandidaten gesproken, van wie oud-topambtenaar Peter van Lieshout nog de meeste indruk heeft gemaakt. Maar het enthousiasme onder de commissieleden is gering.

Atzo Nicolaï, voorzitter van de raad van toezicht van de UvA en voorzitter van de selectiecommissie, doet een laatste poging. Hij noemt Van Lieshout „een man die knopen kan doorhakken”. Een belangrijke vereiste, vindt Nicolaï, gezien de uitdagingen waar de UvA voor staat: financiële problemen, grote onderwijs- en vastgoedambities, de moeizame samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en aanhoudende ontevredenheid onder docenten en studenten over de gesloten bestuurscultuur. Nicolaï’s pleidooi haalt niets uit.

Teleurgesteld beginnen de leden aan de geitenkaassalade en broodjes met ham en vijgenjam. Bijna een jaar na de crisis die leidde tot het gedwongen vertrek van collegevoorzitter Louise Gunning en na maanden intensief zoeken hebben ze nog steeds geen topkandidaat gevonden.

Zichtbaar

Het is sinds deze week weer crisis bij de Universiteit van Amsterdam. Net nu het einde van de zoektocht naar een opvolger van Gunning nadert, vertrekt opnieuw vroegtijdig een lid van het college van bestuur. Dit keer is het Hans Amman, pas twee jaar in dienst en verantwoordelijk voor de financiën. Hij stapt op uit onvrede over de samenwerking tussen de UvA en de HvA. Al wordt dat niet zo gecommuniceerd.

Na berichtgeving over zijn onverwachte vertrek, dinsdag in NRC, kreeg het personeel een mail van het college van bestuur: „We begrijpen natuurlijk dat dit verassend nieuws is en veel vragen oproept. We zoeken snel een moment om hier met jullie verder over te praten.”

Transparantie en de UvA; het is een jaar na de felle studentenprotesten nog altijd zoeken.

Atzo Nicolaï en zijn raad van toezicht worstelen er in hun zoektocht naar een nieuwe collegevoorzitter ook mee. De raad moet mensen inspraak geven zonder de regie te verliezen. En intussen een collegevoorzitter vinden die de aanhoudende onrust weg kan nemen én de fundamentele problemen kan oplossen.

De UvA is overigens niet de enige universiteit die kampt met medewerkers die inspraak en transparantie eisen, bijvoorbeeld bij de personele bezetting van het college. In Delft bijvoorbeeld is het niet anders.

Zoals de eens vanzelfsprekende macht van tal van instituties ter discussie staat, geldt dat zeker voor de academische wereld. Toch wordt de onrust nergens zo zichtbaar als bij de UvA, met 31.000 studenten de grootste universiteit van het land.

Zelfevaluatie

Met demonstraties en een wekenlange bezetting van het Maagdenhuis eisten studenten en docenten begin 2015 luidkeels meer inspraak en een einde aan wat zij ‘het rendementsdenken’ noemen. De UvA wordt in hun ogen geleid als een bedrijf waarbij output – het produceren van gediplomeerden – en kostenreductie voorop staan. Illustratief is volgens critici een man in het zwart die een tijd lang door de gangen liep en overal zijn hoofd om de deur stak. Om zijn nek hing een kaart waarop zijn functie stond: bezettingsgraadmeter. Nog weken hebben medewerkers er grappen over gemaakt.

En dan is er nog de samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam (48.500 studenten), waarmee ‘een personele unie’ wordt gevormd. Het is een moeilijk te besturen moloch. Zeker met een college van slechts vier mensen, het wettelijke maximum.

Ondanks de toezegging aan de studenten en docenten tot democratisering, oog voor onderwijskwaliteit en een commissie die onderzoek doet naar de financiële situatie van de universiteit, sneuvelt collegevoorzitter Louise Gunning in april 2015.

Opvallend onzichtbaar in het hele proces: de raad van toezicht onder leiding van Atzo Nicolaï. De oud minister is een druk bezet man. De VVD’er is topman bij het in Zuid-Limburg gevestigde chemieconcern DSM en bekleedt daarnaast tal van nevenfuncties. „„Wij zijn misschien niet zichtbaar, maar wel aanspreekbaar”, zo verdedigt Nicolaï zich na Gunnings vertrek.

Egon Zehnder

In een poging aan de protesterende studenten en medewerkers „tegemoet te komen” gaan Nicolaï en zijn raad eind 2015 overstag. Ook zij mogen leden afvaardigen voor de selectiecommissies. Want niet alleen de positie van voorzitter is vacant, ook die van rector magnificus.

Voor elke functie komt een commissie, bestaand uit negen leden. Maar van harte gaat de toezegging niet. Intern wijst Nicolaï op het gevaar: met zoveel leden is de kans op een lek groot. „In Amsterdam is sowieso niets vertrouwelijk”, zegt hij.

Andere eisen, zoals een publieke presentatie van de kandidaten vóór hun benoeming, gaan Nicolaï te ver. Hij vreest dat geïnteresseerde kandidaten het afbreukrisico te groot vinden. Morrend accepteren „de activisten”, zoals de kritische studenten en docenten onder bestuurders worden genoemd, de besloten procedure.

De twee commissies zijn bonte gezelschappen van bestuurders, studenten en medewerkers van de UvA en de HvA. De raad van toezicht selecteert het prestigieuze headhunterskantoor Egon Zehnder om „het delicate proces” te begeleiden. Nicolaï is goed bekend met het bedrijf op de Amsterdamse Zuidas. Het droeg hem zowel bij DSM als bij de UvA voor.

De leden van de sollicitatiecommissies moeten van Egon Zehnder tekenen voor vertrouwelijkheid. Want net als Nicolaï is de headhunter op zijn hoede. Voor zichzelf ziet het bedrijf een belangrijke rol weggelegd in de begeleiding van kandidaten. In een vertrouwelijk document schrijft het eind 2015 aan de UvA dat „de ervaring leert dat, met name, meer senior kandidaten grote behoefte hebben aan persoonlijk contact (...) voordat zij zich kandidaat stellen voor een zichtbare positie. Zeker gezien de gebeurtenissen dit voorjaar bij de UvA.”

Oogst

De vergaderingen van de sollicitatiecommissies vinden plaats in de voorzitterskamer op de derde verdieping van het Maagdenhuis. Die staat leeg sinds het vertrek van Gunning. Het ruikt er muf. In de hoek staat een kastje met boeken met leren kaften waarvan de titels niet meer leesbaar zijn.

Tijdens de vergaderingen is Nicolaï de beminnelijke gespreksleider. Een complimentje hier, een knikje daar. Al zijn politieke vaardigheden komen van pas om een kandidaat op de groslijst te krijgen, of ervan af. Daarnaast moet Nicolaï, altijd gekleed in een pak zonder das, de twee werelden van de UvA en de HvA bijeen proberen te houden. De academici vertegenwoordigen misschien de kleinste, maar in hun ogen veruit de belangrijkste partner. De HvA’ers voelen zich soms weinig serieus genomen.

Begin februari is het grote moment daar. Op kantoor bij Egon Zehnder kunnen de commissieleden de namen inzien die uit het netwerk van de headhunter zijn gekomen én de mensen die hebben gereageerd op de vacature. De oogst valt nogal tegen. Grote namen ontbreken. Marc Dullaert, de dan net op een zijspoor belande kinderombudsman, is een verrassende. Hij heeft zichzelf gemeld bij Egon Zehnder. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) is geopperd voor de groslijst voor rector, maar wordt even snel weer geschrapt. „Te politiek.”

Bovendien blijken anderen, zoals hoogleraar economie Coen Teulings en ASML-topman Bart Noordam, niet geïnteresseerd óf inmiddels elders door Egon Zehnder te zijn ingezet. De vijver waarin kan worden gevist, is klein.

U-bocht

Voor het rectoraat is er desondanks direct een favoriet: de Belgische Karen Maex, decaan van de gezamenlijke bètafaculteit van UvA en VU. Een vrouw met een tamelijk onberispelijke staat van dienst. Zelfs de meest kritische commissieleden vallen voor haar.

In de commissie voor het voorzitterschap is de stemming heel anders. De spoeling is dun. PvdA-senator André Postema, hoogleraar toegepaste wiskunde Sjoerd Verduyn Lunel en oud topambtenaar Peter van Lieshout mogen op gesprek komen. Andere geïnteresseerden krijgen de standaard afwijsbrief: hoewel de sollicitant „profielkenmerken” heeft die relevant zijn, „zijn er andere kandidaten die nog nauwer aansluiten op het profiel”.

Een doorslaand succes worden de sollicitatiegesprekken met de drie mannen op 18 februari niet. Postema is niet eens gepromoveerd, mopperen de academici. En Verduyn Lunel heeft nauwelijks oog voor de hogeschool, klagen de HvA’ers. Van Lieshout heeft een mooi cv, maar in de gesprekken krijgt men weinig hoogte van hem.

Wat te doen?

Dan valt de naam Geert ten Dam, één van de kandidaten voor het rectoraat. In de gesprekken voor die functie heeft de hoogleraar onderwijskunde een prima indruk gemaakt. Zou ze niet een goede collegevoorzitter zijn? Een gesprek met haar moet uitsluitsel geven.

Dat gesprek vindt plaats op maandagochtend 7 maart. Ten Dam maakt niet op iedereen veel indruk. Relevante ervaring met het leiden van een organisatie heeft ze niet. Het onderwijsveld is voor de voormalig voorzitter van de onderwijsraad daarentegen bekend terrein. En, niet onbelangrijk: ze heeft als oud-docent ook een band met de HvA.

Ten Dam als communicatief boegbeeld dat de brokstukken bij de UvA en HvA moet zien te lijmen; het idee dat er via een U-bocht dan toch een nieuwe voorzitter in het vizier is, begint in te dalen bij de sollicitatiecommissie.

Spanning

Wat de commissieleden niet weten, is dat achter de schermen een al maanden slepend dispuut escaleert. Hans Amman, sinds 2014 als lid van het college van bestuur belast met de portefeuille financiën, wil de bestuurswissels aangrijpen om de samenwerking met de HvA te ontvlechten. De meerwaarde is hem na ruim tien jaar samenwerking nog altijd niet duidelijk.

Bovendien vindt hij de gezamenlijke organisatie een bureaucratisch monster. De „span of control”, zoals Amman het noemt, is simpelweg te groot, zo heeft hij de raad van toezicht meermaals uitgelegd.

Maar Nicolaï wil niet zo snel. Hij wil de samenwerking eerst in alle rust evalueren met de nieuwe collegevoorzitter. Reden voor Amman om Nicolaï op donderdag 10 maart zijn vertrek te melden. Nieuws waarmee Nicolaï de commissieleden een dag later overvalt, als ze bij Egon Zehnder bijeen zijn om Geert ten Dam en Karen Maex te kandideren als collegeleden. Nicolaï: „Hans heeft persoonlijke redenen. Meer kan ik er niet over zeggen.”

Het vertrek van Amman, dat NRC dinsdagochtend onthult, leidt tot een deja vu onder het personeel. Opnieuw is er onenigheid over de koers en opnieuw ligt het op straat. Niet het type transparantie waar de academische gemeenschap om had gevraagd.

Atzo Nicolaï heeft om 01.17 uur vanaf zijn iPad alle commissieleden dan al gesommeerd te zwijgen. „Zolang de procedure loopt doen we geen nadere mededelingen.”